Skimmende Roemenen zijn de pakezels

Wie staat er voor de rechter en waarom? Deze week twee skimmende Roemenen. Ze bewerkten pinautomaten en kopieerden alle gegevens.

Zouden sommige volken zich soms specialiseren in één specifieke misdaad? Staat er een zaak op de rechtbankrol die gaat over skimmen, dan zijn de verdachte bijna altijd Roemenen. Waarom geen Hongaren of Polen, of Russen?

Twee Roemenen staan terecht op vrijdagmiddag, half vijf. Ze zitten al 95 dagen vast voor het skimmen van geldautomaten in de Amsterdamse binnenstad.

De rechter wacht tot de mannen uit de cellen onder het rechtsgebouw naar boven worden gebracht. Weet dat ik met de gedachte speel, zegt hij, deze zaak door te verwijzen naar de meervoudige kamer. Veertig minuten zijn op de agenda gereserveerd. Hij rekent hardop. Twee advocaten die elk een kwartier pleiten. Blijft over: tien minuten om de zaak te behandelen.

Absurd, vindt hij. Rechters zijn op vrijdagmiddag ook niet altijd op hun best. Als de mannen er eenmaal zijn, begint hij toch aan de behandeling van de zaak, die inderdaad ruim twee keer zo lang zal duren als gepland staat.

Achter het glas, op de publieke tribune, zitten drie jonge Roemeense jongens in leren jassen en een meisje. No war, no drugs? sex everywhere staat op de jas van één. Het meisje draagt een gesp met een Playboy bunny op haar riem. De oudste van de twee verdachten heeft alles bekend. Ja, hij heeft de beveiligingsopzet van de bankpassleuf afgebroken. De tolk lijkt de woorden moeiteloos van en naar het Roemeens te vertalen.

De 27-jarige Roemeen is groot en gespierd. Hij heeft, zegt hij, de pinautomaten niet uit vrije wil bewerkt. Hij werd bedreigd door een groep andere Roemenen. Ze hadden hem 3.000 euro geleend en dat was ineens 30.000 euro schuld geworden. Toen kon hij kiezen: of de vriendin die met hem mee was gereisd moest de prostitutie in om de schuld te betalen, of hij moest aan de slag met de pinautomaten.

De bedoeling was om door bewerking van de sleuf een compleet nieuw front op de geldautomaar te monteren met daarin een cameraatje en een geheugenkaart. De pincodes en kaartgegevens van pinners konden zo worden gekopieerd en naar Roemenië worden verstuurd. Daar zouden dan nieuwe passen gemaakt worden met de gestolen gegeven.

Nou zat er in de geldautomaat nog een camera. Een van de Rabobank. En daar staan de twee Roemenen duidelijk herkenbaar op. De jonge Roemeen is klein en tenger. Hij ging alleen maar mee, zegt hij. Zijn vriend was bang, en hij had geen idee wat hij met die automaat aan het doen was. Hij was anders vast geen geld aan het opnemen, probeert de rechter. Uit de camerabeelden lijkt het alsof de jongste op de uitkijk stond.

De oudste gaf de politie zijn adres, de namen van zijn opdrachtgevers en hun signalement. In het huis dat hij een half jaar huurde in Amsterdam werd gereedschap gevonden en een compleet nagemaakt front van een geldautomaat. Erop stickers van de Postbank.

De advocaat van de oudste Roemeen vergelijkt de skimbendes met de cocaïnehandel. Altijd worden de laagsten in de hiërarchie gepakt, zegt hij. De pakezels. De grote jongens profiteren van de uitzichtloze situatie van deze Roemenen. De kleine jongens knappen het gevaarlijkste werk op.

En dan heeft hij nog een juridisch verweer. Zijn Roemeen heeft geen voltooid delict gepleegd. Pas als de camera’s zijn geïnstalleerd en de gegevens gekopieerd zijn naar de kaartenmaker, dán is het delict echt gepleegd. Wat zijn Roemeen heeft gedaan, is niet meer dan een vernieling.

De rechter begrijpt dat het de eerste stap was in een groter ‘stappenplan’. „Maar de enige reden dat het niet tot voltooiing kwam, was omdat u werd opgepakt.”

De advocaat heeft ook nog een antropologisch argument. Dat deze Roemeen bekend heeft, is héél uitzonderlijk. „Ik weet niet wat uw ervaring is, maar Oost-Europeanen zwijgen en ontkennen.” Zijn cliënt niet en hij heeft nog spijt ook.

De rechter is, zegt hij, een beetje gevoelig voor dat argument. Maar, zegt hij, hij begrijpt eigenlijk helemaal niet wat meneer kwam doen in Nederland. Vakantie? Waarom huurt hij dan een huis? Op vakantie neem je toch een hotelletje? En wat doet hij dan voor de kost dat hij zo’n lange vakantie kan betalen? Wat moest hij trouwens met die andere valuta, die Engelse ponden en Japanse yen op zak?

Dat hij onder druk gezet werd door een bende, wil hij wel ‘een beetje’ geloven. Maar verder vindt hij het een kwalijke zaak. Mensen denken dat ze geld op hun rekening hebben, maar het is ineens weg. De banken vergoeden het, niet omdat ze dat moeten, maar om het vertrouwen in het bankstelsel te behouden.

De oudste krijgt acht maanden cel, met aftrek van het voorarrest. De jongste zes maanden.