‘Sancties tegen Birma hebben geen zin’

De Birmese junta is ongevoelig voor sancties. Streven naar een opener Birmese economie is voor haar veel gevaarlijker, zegt historicus Thant Myint-U.

In het Westen heerst al jaren een groot misverstand over Birma, meent de historicus Thant Myint-U, en dat wreekt zich nu opnieuw. Als de internationale gemeenschap de druk op het militaire regime maar voldoende opvoert, zo is de gedachte, dan zal de dictatuur op den duur wel bezwijken. En dus klonk na de hardhandige onderdrukking van de straatprotesten van boeddhistische monniken, vorig maand, van Washington tot Parijs en Den Haag al snel de roep om nieuwe sancties om het brute bewind verder te isoleren.

„Maar het leger zal nóg eens veertig jaar isolement prima doorkomen”, schreef Thant eind vorig jaar al in het polemische slothoofdstuk van zijn boeiende geschiedenis van Birma, The River of Lost Footsteps. „Pas als het isolement wordt doorbroken, zal de status quo onhoudbaar worden.”

Thant, geboren en opgegroeid in de Verenigde Staten, komt uit een vooraanstaande Birmese familie – hij is de kleinzoon van Sithu U Thant, die van 1961 tot 1971 secretaris-generaal van de Verenigde Naties was. Zelf werkte hij ook bij de VN: hij nam deel aan drie vredesmissies (in Cambodja en het voormalig Joegoslavië) en was politiek adviseur op het hoofdkwartier van de volkerenorganisatie. Nu is hij verbonden aan de denktank International Peace Academy in New York.

In een telefoongesprek vanuit Bangkok stelt Thant dat zijn kritiek op de opstelling van het Westen nog niets aan geldigheid heeft ingeboet. Sancties, zegt hij, dienen vooral om ons het gevoel te geven dat we tenminste iets doén.

„De verontwaardiging van de internationale gemeenschap over het neerslaan van de demonstraties en de arrestaties daarna waren een belangrijk signaal: voor de regering van Birma, maar ook voor de bevolking. Het was een teken dat deze schendingen van de mensenrechten de wereld niet ontgaan. Maar veel zal het niet uithalen. Dit bewind is na veertig jaar behoorlijk doof geworden voor iedere vorm van veroordeling.”

En dus wil men de militaire leiders straffen met verscherpte sancties.

„Maar in het beste geval hebben die geen enkel effect. En de kans is groot dat ze zelfs averechts werken. Nieuwe sancties zullen altijd wésterse sancties zijn, want de kans dat China meedoet met serieuze strafmaatregelen wegens schendingen van de mensenrechten is vrijwel nul.

„Sancties versterken het regime in zijn isolement, in zijn bunkermentaliteit. Daardoor hinderen ze de krachten die ijveren voor verandering. De militairen hebben veel meer te duchten van impulsen voor economische opleving. Maar het Westen onderschat voortdurend de mate waarin de economie vorm kan geven aan de politiek.

„Door de sancties heeft het Westen elke invloed in Birma verloren. China heeft wél invloed, al moet je ook niet denken dat ze kunnen dicteren wat er in het land gebeurt. En als westerse bedrijven wegtrekken, dan krijgen Chinese bedrijven nog méér kansen.

„Birma is een stuk minder geïsoleerd dan 15 jaar geleden – het land heeft een opening gemaakt, maar alleen richting China. Of dát nu zo goed is voor de democratie ...”

Is er een alternatief voor sancties, een aanpak die wél effectief is?

„Als het regime voelt dat zijn voortbestaan op het spel staat, zal het echt naar niemand luisteren. De internationale gemeenschap zou zich om te beginnen kunnen concentreren op maatregelen waarvan de bevolking profiteert: zorgen dat het Rode Kruis toegang krijgt tot de arrestanten en humanitaire noodhulp geven.

„Op de langere termijn zou gestimuleerd moeten worden dat de economie opener wordt. Economische groei biedt de beste kans op verandering. Het Westen kan zeggen: we stellen deze economische hervormingen voor en als die doorgevoerd worden kunnen we beginnen sancties op te heffen. Dan wordt het een stuk moeilijker voor de militairen in hun onbeweeglijke positie te volharden.”

Waarom?

Ze kunnen op twee manieren reageren. Of ze zeggen: OK, we beginnen de economie te hervormen, de gezondheidzorg en het onderwijs, we gaan er technocraten en burgers bij betrekken. Of ze zeggen: nee, we doen dat niet – maar dat zou binnen de regering tot discussie of zelfs tweespalt kunnen leiden. We moeten tactischer over dit soort dingen nadenken. Nu is de internationale gemeenschap wel hard in haar veroordelingen, maar wat levert dat op?

„Begin jaren negentig zijn er in dat opzicht ook echt kansen verspeeld. De militairen gaven aan dat ze wilden dat Birma meer werd zoals andere landen in Azië. Het was begrijpelijk dat de internationale gemeenschap toen zei: voer eerst maar eens de resultaten van de verkiezingen door [waarbij de oppositiepartij van Aung San Suu Kyi tot grote ontsteltenis van de militairen de overwinning haalde, red.]. Als de wereld zich toen wat meegaander had opgesteld, dan was het politieke landschap nu een stuk ontvankelijker geweest voor werkelijke veranderingen.”

Hoe belangrijk is Aung San Suu Kyi nog, na al die jaren huisarrest?

„Ze is heel belangrijk. In de eerste plaats als katalysator van de woede op straat en als internationaal bekend boegbeeld van de oppositie. Daarnaast kan ze kan ze een sleutelrol gaan spelen als de militairen zouden aangeven dat ze openstaan voor het begin van veranderingen in de goede richting. Daar zal dan onmiddellijk veel scepsis over bestaan, maar als Aung San Suu Kyi zich bij erbij aansluit zal zo’n ontwikkeling op zijn minst het voordeel van de twijfel krijgen. Zij heeft zo’n grote aanhang dat niemand haar kan negeren.”

Is een verandering van regime op korte termijn denkbaar?

„In Birma is het leger de enige institutie die nog functioneert. Als het regime ineenstort, heb je niet veel meer dat het land bijeen kan houden. Een rampzalig scenario als in Irak is dan heel goed mogelijk. Ik geloof niet dat het onafwendbaar is, maar je moet een strategie hebben om het te voorkomen. Alles wijst erop dat een overgang wel eens heel gewelddadig kan verlopen.

„Wat iedereen hoopt is dat binnen het leger een bereidheid ontstaat om compromissen te sluiten. De grote vraag moet zijn hoe je dat bewerkstelligt. Hoe verander je hun mentaliteit? Niet door ze opgesloten te houden. Maar door ze bloot te stellen aan de buitenwereld. Wij, de internationale gemeenschap, moeten met een realistisch pakket voorstellen komen om de militairen zover te krijgen dat ze de eerste stappen zetten.”

Kan Birma zich op die manier tot een democratie ontwikkelen?

„Eerlijk gezegd vind ik het belangrijker dat we een liberale samenleving krijgen dan democratie. In een multi-etnisch, multireligieus land als Birma is dat liberale aspect veel harder nodig om na zestig jaar burgeroorlog vreedzaam te kunnen samenleven. Als je meteen een democratie invoert, mag men wel gaan stemmen, maar de ontwikkelingen kunnen dan nog alle kanten opgaan – zie Irak.”