Rust op het water

‘Op het water gedragen mensen zich anders. Ze komen tot rust, alle spanning valt weg. Dat viel me altijd op als ik met zakenrelaties ging varen in de Biesbos, in mijn sloep. Mijn beste zakelijke deals heb ik op die boot gemaakt. Twintig jaar lang had ik een eigen adviesbureau, met acht mensen in dienst. We adviseerden grote bedrijven en gemeentes over energiebesparing. Maar ik wou rond mijn vijftigste nog eens iets heel anders doen. Wel als ondernemer, maar in een andere sfeer en lekker buiten. De laatste jaren hield ik er dus al rekening mee dat ik mijn adviesbureau zou gaan verkopen. Dat betekent dat je moet investeren in de mensen die er werken, in een goede bedrijfsleider bijvoorbeeld. Als alle kennis alleen in mijn hoofd zit, is dat bedrijf zonder mij niets waard.

Vlak voor de zomervakantie heb ik mijn bedrijf verkocht. Nu kan ik me eindelijk op mijn nieuwe bedrijf richten. Ik heb een tijdje geprobeerd twee bedrijven tegelijk te runnen, maar dat werkt niet.

In mijn nieuwe onderneming ga ik varen met het bedrijfsleven. Zo’n sloep is leuk, maar in de regen is het niks. Ik heb een antiek motorjacht gekocht uit 1933. Een ondernemer die lekker wil varen met zijn relaties, kan hier terecht voor 100 euro per uur. Dat is voor de boot. De catering komt er natuurlijk nog bij, precies zoals je het hebben wilt. In anderhalf uur maak je een prachtige tocht. Ik vaar bijvoorbeeld met een advocaat die aan boord spreekuur houdt voor ondernemers. Hij maakt op een dag drie tochten van anderhalf uur en neemt steeds acht ondernemers mee, die onderling ook weer zaken doen. Dat is prachtig netwerken. Ik vaar ook met een makelaar, die op elk tochtje een paar vaste klanten meeneemt. En met ondernemers die op het water zakelijke afspraken willen maken, omdat dat nu eenmaal beter werkt.

Na twintig jaar ondernemerschap ken ik heel veel ondernemers. Ik zit ook nog in het bestuur van de ondernemersvereniging. Van die contacten moet je het hebben. Een paar economiestudenten hebben als afstudeerproject een bedrijfsplan voor mij gemaakt. Ik vroeg aan de bank: zouden jullie financieren op basis van dit plan? Absoluut, zeiden ze. Dit moet een rendabel bedrijf worden. Daar heb ik een jaar voor uitgetrokken. Dat kan ik me permitteren na de verkoop van mijn adviesbureau. Na dat jaar moet dit bedrijf voldoende opleveren. Als het niks wordt, heb ik toch een leuk bootje. Maar dan ga ik wel iets anders doen, want voor niets doen ben ik te jong.’

Wilma van Hoeflaken