Rookgordijn

Particuliere beleggers verliezen hun interesse voor beleggingsfondsen, bleek deze week uit onderzoek van adviesbureau McKinsey. Liever steken ze hun geld in beleggingsproducten met een garantie waarbij je vaak minimaal je inleg terugkrijgt en een mooie naam (vaak eindigend op ‘note’ of ‘certificaat’). Je kunt je afvragen waarom in hemelsnaam. Een garantieproduct is duurder, inflexibeler en ondoorzichtiger dan een beleggingsfonds. Het is niet ondenkbaar dat je spaargeld beter rendeert dan een garantieproduct.

Hier toont zich de macht van reclame. Garantieproducten worden warm aanbevolen via folders, websites en adviseurs. En dat werkt, toont het proefschrift New Insights into Mutual Funds: Performance and Family Strategies van Joop Huij van de Erasmus Universiteit. Fondsen die veel uitgeven aan marketing blijken meer geld aan te trekken. Dit geldt ook als de aangeprezen waar slecht presteert.

Negeer daarom reclames en kies gewoon een ‘ouderwets’ beleggingsfonds in plaats van een garantieproduct. Hoewel? Niet elk fonds is heilig. Twee richtlijnen kunnen kapitalen schelen.

1.Kies je fonds(en) één keer goed en hou ze dan eindeloos vast. In plaats hiervan switchen veel mensen regelmatig. Gek genoeg doen ze dat vaak op precies het verkeerde moment . Volgens de Amerikaanse wetenschappers Geoffrey Friesen en Travis Sapp kost slechte timing fondsbeleggers jaarlijks gemiddeld 1,6 procent. Onderzoek van informatiebedrijf Morningstar becijferde dit nadeel voor bepaalde fondsen zelfs op 2,8 procent. Dat laatste scheelt na 25 jaar beleggen de helft van je mogelijke eindkapitaal.

2.Kies een fonds dat het in de toekomst relatief goed gaat doen. Ja dat kan! Je moet dan echter niet selecteren op behaalde resultaten in het verleden. Die voorspellen geen extra winst op termijn, toont het proefschrift van Huij. Wel voorspellend zijn de kosten die je fonds rekent. Logisch eigenlijk. Veel beleggingsfondsen rekenen jaarlijks 1 tot 2 procent beheerkosten plus een onduidelijk bedrag voor hun eigen transacties. Een rookgordijn dus. Een kostenschatting krijg je door de som te nemen van de Total Expense Ratio (TER, zie financiële bijsluiter) plus 1 procent van de omloopsnelheid (zie bijsluiter of jaarverslag). Het laatste is niet zelden een hele procent per jaar.

Een flink deel van de totale kosten moet je fondsbeheerder terugverdienen door zijn uitzonderlijke neus voor beleggen. Helaas bezit hij die vaak niet: van de 25 grootste fondsen van vijf Nederlandse marktleiders bleef in 2005 ruim de helft achter bij de index die ze beloofden te verslaan.

Geen zin in kostenberekeningen? Beleg dan gewoon in de index. Dat is beleggen in een beursindex, tegen bijvoorbeeld 0,3 tot 0,5 procent totale jaarkosten. Beleggen in de index doe je via een tracker of een indexfonds. Een tracker heeft een beursnotering en koop je op Euronext. Bekende merknamen zijn iShares, Easy-ETF en Lyxor.

Een indexfonds heeft geen beursnotering en leent zich ook goed voor een automatische vaste maandinleg. Bekende namen zijn Meesman en Vanguard. Op termijn scheelt indexbeleggen je kapitalen aan kosten en rendement.

Stel de aandelenmarkt stijgt gemiddeld 8 procent per jaar. Dan groeit een ton in een indexfonds met 0,5 procent kosten na 25 jaar tot 610.000 euro, terwijl een ton in een beleggingsfonds met 2 procent kosten op 430.000 euro steken blijft. Je betaalt dan 180.000 euro voor een rookgordijn.