Rijnlanders lachen om turfsmurfen en vinkvee

SP-leider Marijnissen voelde zich onprettig op een ondernemerscongres. Ook al kozen de meesten tegen het harde kapitalisme en voor het Rijnlandmodel.

Verscholen in een park te Vught vond gisteren ‘Het Grote Rijnland Congres’ plaats. Onderwerp van gesprek is het zogenoemde Rijnlandse model voor de machtsverhoudingen binnen bedrijven, geplaatst tegenover het Angelsaksische model.

De deelnemerslijst laat het gebruikelijke gezelschap zien: banken, grote bedrijven, managers van ROC’s, hogescholen en gemeentes. En, niet te vergeten; de consultants voor wie netwerken van levensbelang is. Maar bij nadere bestudering van de lijst valt een eigenaardige gast op: Jan Marijnissen, voorzitter van de SP. Wat deed hij daar?

„Ik spreek voor de meest rare gezelschappen, maar voor managers heb ik nog nooit gesproken”, geeft Marijnissen toe. „Waarom? Omdat ik dat een bevolkingsgroep vind, een diersoort, waar ik toch wat sceptisch tegenover sta. En dan druk ik me nog zachtjes uit.”

De reden voor de politicus om zijn natuurlijke vijand nu wel toe te spreken? „Ik werd gebeld door Jaap Peters, auteur van Intensieve Menshouderij.” In dat boek herkent Marijnissen zijn eigen kritiek op het marktdenken in de zorg en het onderwijs. Maar vooral ook op het dominante Angelsaksische organisatiemodel; de organisatiemethode waarin aandeelhouderswaarde de drijfveer is.

„Wij kregen te horen dat we in het Rijnlandse model passen”, zegt directeur John Halmans van brouwerij Gulpener. „Toen grote brouwers in de jaren negentig de kleintjes overnamen, kwam ons rendement onder druk te staan. Desondanks besloten we zelfstandig te blijven. Nu zijn we de grootste onder de kleintjes, met een marktaandeel van anderhalf procent. Hoe we die continuïteit hebben waarborgen? We zoeken continu naar draagvlak in de omgeving. We laten ons niet afrekenen op kwartaalcijfers, maar kijken ook naar het milieu.

Een ander belangrijk onderdeel van het Rijnlandse model is volgens Halmans ook volop aanwezig bij zijn bedrijf: het menselijke aspect. „We leggen veel verantwoordelijkheid bij de medewerkers”, zegt Halmans. „Ze hebben zelfs een eigen CAO. De belangrijkste vakman is de brouwmeester. Als onze eigenaren voor het geld hadden gekozen, was Gulpener al drie keer verkocht. Wij zijn de warme bakkers onder de brouwerijen. Dat leer je niet uit een boekje: dat zit in het hoofd en het hart.”

Mathieu Weggeman, hoogleraar aan de Technische Universiteit Eindhoven, maakt een kanttekening. „Het voordeel van het Anglo-Amerikaanse is dat er volstrekte duidelijkheid is. Het is transparant, uitdagend, avontuurlijk; glitter en glamour. Als je hard werkt, verdien je veel geld. Het is duidelijk waarop je wordt afgerekend.”

Maar ook Weggeman kiest uiteindelijk voor het Rijnlandse model. Ondanks het nadeel van de oprukkende toezichthouders, visitatiecommissies en Quote-achtige lijstjes. „Dat zijn turfsmurfen en spreadsheetspecialisten, vinkvee.”

Weggeman laat een grafiek zien waarin de roep om transparantie is uitgezet tegen het vertrouwen in een onderneming. Zijn conclusie: „Hoe minder vertrouwen, des teharder de roep om transparantie.”

Dat beaamt auteur Jaap Peters. „De Angelsaksen geven de wereld betekenis via hun modellen en kijken via afbeeldingen van de werkelijkheid zoals spreadsheets, of de vooraf gestelde doelen zijn gehaald. Terwijl Rijnlanders veel meer vanuit het hier en nu starten, de wereld geeft hun betekenis, en zetten vervolgens hun vakmanschap in om mooie producten en diensten te leveren. Uiteraard kun je daar goed geld mee verdienen.”

De initiatiefnemers van het congres - de Vanwoodman Society en stichting De Organisatieactivist – zien in Michel Albert, de voormalige directeur van het Franse planbureau, hun peetvader. Na de val van de muur sprak hij als eerste over de strijd tussen het Angelsaksische en Rijnlandse kapitalisme. In Capitalisme contre capitalisme (1991) zegt hij dat de strijd tussen kapitalisme en communisme niet voorbij is. Albert wijst op het caring capitalism, het kapitalistische model dat sociale waarden belangrijk vindt. Het Angelsaksische kapitalisme breekt volgens hem de sociale voorzieningen af, vergroot inkomensverschillen en werkt kinderarbeid in de hand.