Overname niet nodig, maar wel kansrijk

Het bod op Hagemeyer past in de consolidatieslag tussen technische groothandels. Als de overname lukt, wordt Hagemeyer deel van een snel expanderend Frans familiebedrijf.

Directeur Anton Hagemeijer schreef in 1935 een boze brief aan de werknemers van zijn handelsonderneming: „Het resultaat over 1934 (-) is allertreurigst [een verlies van 7.000 gulden - red.] en indien wij niet al onze krachten inspannen om betere resultaten te krijgen in de toekomstige jaren, dan doen wij veel beter de zaak in den kortstmogelijken tijd hetzij te liquideren of aan anderen over te doen”.

Anno 2007 is de toon van het management heel anders. Na een verlies van bijna 300 miljoen euro in 2003, het jaar waarin het bedrijf op het nippertje werd gered door de banken, en een geslaagde reorganisatie onder leiding van topman Rudi De Becker, wil het ruim honderd jaar oude Hagemeyer niets liever dan zelfstandig blijven. Maandagavond werd het bedrijf echter geconfronteerd met een ongevraagd bod van de Franse branchegenoot Sonepar. En hoewel het bestuur in augustus nog zei dat praten met geïnteresseerde partijen „absolute tijdverspilling” zou zijn, gaat Hagemeyer nu toch in gesprek met de Fransen, die inmiddels ruim 10 procent van de aandelen hebben. Omwille van de aandeelhouders. Duidelijk is wel dat Sonepar het bod van 4,25 euro per aandeel zal moeten verhogen, aangezien de koers inmiddels is gestegen tot 5,07 euro.

Voor de aandeelhouders is het voordeel van een overname duidelijk, maar schiet het bedrijf er zelf iets mee op? Strikt noodzakelijk is de overname niet voor Hagemeyer. De Becker heeft het bedrijf weer winstgevend gemaakt en de schuldenlast verlicht. Maar de activiteiten in de VS en Groot-Brittannië, twee belangrijke afzetmarkten, floreren nog niet.

Een overname door Sonepar zou de slagkracht van Hagemeyer fors vergroten: het Naardense concern, de op twee na grootste technische groothandel ter wereld, zou met een omzet van 15,7 miljard euro (nu 6,2 miljard) bovenaan de wereldranglijst belanden.

Het bod van Sonepar, in Nederland actief sinds het eigenaar werd van Technische Unie, past in de voortdurende consolidatieslag in de sterk versnipperde markt. De top drie (Rexel, Sonepar en Hagemeyer) heeft samen slechts 17,5 procent van totale handel, waarin per jaar circa 170 miljard euro omgaat. Het zijn de enige technische handelsondernemingen die wereldwijd opereren.

De overige zijn enkele grote, vooral in de VS opererende Amerikaanse bedrijven – zoals GE Supply, dat recent voor 725 miljoen dollar is overgenomen door Rexel – en veel kleine regionale en lokale ondernemingen. Omdat Rexel, dat gold als belangrijkste geïnteresseerde in Hagemeyer, nog druk is met het integreren en verwerken van de dure overname van GE Supply, ziet Sonepar zijn kans schoon om de Nederlandse branchegenoot in te lijven en Rexel voorbij te streven. Maar het is niet ondenkbaar dat Rexel ook een bod zal doen op Hagemeyer in een poging zijn toppositie te handhaven.

Hagemeyer heeft, net als Sonepar en Rexel, vooral klanten in de bouw, de industrie en de installatietechniek. Dat zijn conjunctuurgevoelige sectoren waarin grote bedrijven makkelijker overleven dan kleine. In de bouw en installatie gaat het vooral om kleine en middelgrote winkels, elektrotechnische installateurs en grote bouwbedrijven. In de industrie zijn het grote concerns die producten als stekkers, kabels, veiligheidshelmen, gereedschap en smeermiddelen afnemen.

De klanten variëren van drankenfabrikant Diageo (Johnnie Walker, Guinness) tot scheepsbouwers en oliemaatschappijen. Ook bedrijven als Audi, BASF, Deutsch Bahn en Siemens zijn afnemers, maar de installatiebranche vormt een veel grotere afzetmarkt dan de industrie. In Europa en Australië vormt die 70 procent van de omzet. In de VS is het precies andersom. Daar is de industrie met een afname van 85 procent van de producten de belangrijkste klant. Hagemeyer (17.500 werknemers) maakt niets zelf. Het betrekt de tienduizenden producten in zijn assortiment van duizenden leveranciers, onder wie ABB, Draka, General Electric en Philips.

Sonepar (23.000 werknemers) lijkt als twee druppels water op Hagemeyer. Beide bedrijven halen het grootste deel van hun omzet uit Europa: Hagemeyer circa 65 procent, Sonepar bijna 75 procent. De VS leveren ongeveer een kwart van de omzet op. In Azië, de bakermat van Hagemeyer, zijn de twee nog zeer klein. Beide bedrijven zijn actief in zo’n 25 landen en bedienen soortgelijke klanten.

Hoeveel synergievoordeel Sonepar denkt te behalen, heeft het nog niet gezegd, maar er moet veel te winnen zijn. Het verschil zit ‘m vooral in de prestaties. Het familiebedrijf Sonepar, in 1969 opgericht, heeft de afgelopen twintig jaar elk jaar 10 procent omzetgroei weten te boeken en zit nu op 9,5 miljard euro.

Na een lange historie van geslaagde en minder geslaagde overnames (zie kader) is Hagemeyer nu zelf kandidaat om te worden overgenomen. Als dat lukt, kan Sonepars topvrouw Marie-Christine Coisne-Roquette volgend jaar geen 10, maar zo’n 65 procent groei noteren.