Nog steeds angst voor remise

Ton Sijbrands (57) stopte vorig jaar zijn internationale carrière. Maar het fenomeen blijft records breken, zoals een blindsimultaan tegen 25 tegenstanders. Maar de twijfel vreet nog steeds aan hem.

Ton Sijbrands denkt na. „Mijn twaalfde zet op bord negentien... even denken... dat was een partij waarin ik met 32-28 ben begonnen. Dat is het grootste probleem. Twee maal negen is achttien... dan is bord negentien weer een één-opening.”

Een stilte van veertien seconden vult de huiskamer van zijn woning in Muiden.

„O ja, nu weet ik het weer. Dat was tegen Antoine van Zandvoort. De hoeveelste zet? De twaalfde? Even kijken: één, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tien, elf, twaalf: ja, dat is dan waarschijnlijk 37-32. Eerst 5x14, dan 37-32, 7x18, dan 36-31, ja. Ja ja. Ik moet het wél uitrekenen.”

Het antwoord is feilloos. De steekproef kwam uit één van de 25 partijen die Ton Sijbrands vorige week in Tilburg ‘blind’ en simultaan speelde. Het is precies een jaar geleden dat Sijbrands zijn internationale carrière beëindigde, maar dat betekent allerminst dat de grootmeester stilzit, getuige zijn nieuwe wereldrecord. Na 28 uur en 23 minuten onafgebroken eenzame opsluiting in een kamertje op de campus van de Universiteit van Tilburg, zonder dambord, computer of welk hulpmiddel dan ook, had hij 21 partijen gewonnen. De rest werd remise. Het scoringspercentage was ongekend: 92.

Het was zijn negende wereldrecord blindsimultaan. De eerste keer, in 1982, speelde hij in Den Haag tien partijen in ruim zes uur. Sindsdien liet hij per poging een aantal extra tegenstanders aanschuiven. Zijn score zat nooit onder de 89 procent. De vereiste score is 70 procent van de haalbare punten. „Na een paar uur denk ik altijd: wie heeft me hier ingeluisd? Maar na afloop is de voldoening zo ongelooflijk groot – vooral over het torenhoge percentage. Ik maak me elke keer toch weer heel serieus druk over de vraag of ik het haal. Maar bovenal telt voor mij de damtechnische inhoud van de partijen.”

Dat verklaart waarom Sijbrands in de dagen na afloop van zijn simultaanmarathon ‘gewoon’ doorgaat. Sinds zijn record is hij met niets anders bezig geweest dan met analyseren. Met behulp van de computer dit keer – dat wel. Deze week viel er een brief op de mat van zijn damvriend Harry Kolk, één van Sijbrands’ ‘slachtoffers’ in Tilburg. „Wij kennen elkaar al jaren. Als tiener ben ik in 1964 eens bij zijn familie in Sappemeer ondergebracht tijdens het Brinta-toernooi, toen het sterkste toernooi in Nederland. Harry schrijft nu dat hij helemaal lyrisch was over onze partij in Tilburg: ‘Ik heb het gevoel dat ik niet echt grote fouten tegen je heb gemaakt.’ Dat had iemand in Tilburg ook tegen hem gezegd: ‘Je hebt geen fouten gemaakt, Ton speelde gewoon superieur.’ Kijk, daar doe je het voor op je oude dag. Dat zijn de mooiste partijen.”

Een paar dagen na zijn dammarathon slaat de vermoeidheid pas echt toe. „Ik krijg last van mijn rug en de nachten worden steeds drukker, in mijn hoofd. Ik word om zes uur wakker, dan zie ik die partijen weer voor me. Dat komt misschien ook van het analyseren. Misschien moet ik dat niet doen, maar ik beleef daar zó veel plezier aan. Ik doe het ook na mijn partij in de clubcompetitie, op zaterdagmiddag in Volendam.” Dan zit hij vaak de hele zondagmiddag, soms ook de hele avond te analyseren. „Je wilt weten wat je goed hebt gedaan, wat je fout hebt gedaan. Waren er alternatieven?”

Die onverzadigbare drang naar het vergaren van nog meer inzicht in het spel drijft Ton Sijbrands al zijn hele leven. Of het nu het WK is, of een ‘potje’ op de club, elke zet wordt tegen het licht gehouden om uit te sluiten dat er betere alternatieven waren. „Ik heb in Tilburg een paar fouten gemaakt, maar onder deze omstandigheden vind ik dat vergeeflijk. Zowel wat betreft het aantal tegenstanders, hun sterkte als wat betreft de duur was het erg zwaar. Dit was één van mijn beste blindsimultaans ooit. Het schept veel voldoening je record elke keer weer aan te scherpen.”

De uitdaging schuilt in het opzoeken van de grenzen. „Nu ik tussen de twintig en dertig tegenstanders zit, begint het te kriebelen: zou ik werkelijk in staat zijn tot een blindsimultaan met dertig spelers? In 1991 had ik vijftien tegenstanders. Toen vroeg ik me af of twintig mogelijk was. Wat ik wel merk is dat de tijdsduur onevenredig toeneemt met één extra tegenstander. Misschien heeft het te maken met de ernst waarmee ik dit ‘beroep’ uitoefen. Ik denk dat ik op dertig wil eindigen.”

Er doet zich een merkwaardige paradox voor als Sijbrands zichzelf onderwerpt aan een blindsimultaan. „Ik voel dat de tijd fors aan het verschrijden is, maar toch lijkt het alsof de tijd stilstaat. Ik ben zó in beslag genomen door dat dammen. Ik wil mezelf niet toestaan dat ik zetten doe die het aanzien niet waard zijn. Het is een soort heilig moeten om het tot een goed einde te brengen. Daardoor wordt het aspect tijd helemaal naar de achtergrond gedrongen. Mijn vrouw ging in Tilburg om één uur ’s nachts weg, om te slapen, en toen ze terug kwam om acht uur trof ze me in exact dezelfde houding aan. Dat werkte heel vervreemdend op haar. Alsof de tijd helemaal stilstaat voor mij.”

Buitenstaanders hebben geen idee hoe iemand uit het blote hoofd vijfentwintig partijen tegelijk kan spelen. Sijbrands evenmin. „Ik heb geen idee wat zich allemaal in mijn hersenen afspeelt. Ik ben een leek op dat gebied. Wat ik wel kan zeggen is dat ik de damstanden voor me zie.” Enkele dagen na ‘Tilburg’ haalt hij alle partijen nog voor de geest, zet voor zet.

‘Trucjes’ heeft Sijbrands wel. Om de borden waarop hij ‘blind’ speelt van elkaar te kunnen onderscheiden begint hij elk bord met één van de negen damopeningen. Hij gebruikt daarbij een codeersysteem voor openingen dat hij twintig jaar geleden bedacht, waardoor hij weet dat hij op bord één met opening één is begonnen, op bord twee met opening twee. Omdat het damspel slechts negen openingen telt, begint hij vanaf bord tien opnieuw: op dat bord begint hij met opening één, op bord elf met opening twee. „Zo heb ik in elk geval een aanknopingspunt. Als ik bij bord negentien kom, weet ik dat die partij begon met opening één. Verder is het een kwestie van goed concentreren en onthouden. Dat klinkt wat minimaal, maar daar komt het wel op neer. De tussenzetjes in het achterveld zijn heel lastig, vergelijkbaar met het stampen van woorden op school.”

Toch maakt Sijbrands nauwelijks fouten. In Tilburg kon de Amsterdammer zich in ruim een etmaal onafgebroken dammen slechts één keer niet herinneren welke zet hij uiteindelijk had doorgegeven nadat hij lange tijd berekeningen had losgelaten op twee alternatieve zetten. Volgens de reglementen mag de speler per partij twee keer een gedane zet opvragen. Bij de derde keer is de partij verloren.

Sinds Sijbrands aankondigde dat hij stopte met zijn internationale carrière is er weinig veranderd. „De droom ooit nog wereldkampioen te worden is definitief vervlogen”, zegt hij. Een jaar geleden zag hij af van deelname aan het WK in Hardenberg wegens een aantal regels die hij verafschuwt, zoals de ‘plusremise’ en de inkorting van partijen na zes uur speeltijd. Ook verzette hij zich tegen de invoering van dopingcontroles. „Ik ben typisch een kind van de jaren zestig. Ik heb vreselijk de schurft aan regels. De media gooiden het vooral op de dopingcontroles, omdat de buitenwacht dat het gemakkelijkst begrijpt. Maar het ging mij om allerlei regeltjes waarvan ik niets dan onheil verwacht voor de damsport. Als je een partij na zes uur spelen moet afraffelen, neem je het spel niet meer serieus. Wat dat betreft zou je mijn blindsimultaans als een statement kunnen zien, doordat ik mij niets aantrek van het element tijd. Het gaat om de inhoud.”

Wel kijkt hij met een zekere spijt terug op zijn afscheid. „Ik heb dat WK, in mei dit jaar, van achter de computer op de voet gevolgd. Zes overwinningen in negentien partijen waren genoeg voor de winnaar. Grootmeesters als Harm Wiersma, Rob Clerc, Alexander Baljakin, maar ik dus ook, moeten het gevoel hebben gehad dat zij een verdomd goede kans hadden gehad als zij hadden meegedaan. Maar als je de deelnemerslijst ziet, vraag je je ook meteen af van wie je dan had moeten winnen. Het niveau is ongelooflijk hoog.”

Ook al gaat het om tien partijen per dag, Sijbrands mist er geen zet van, net zoals ook het NK voor de levende damlegende „haast verloren weken” zijn doordat hij elke partij tot de laatste schijf uitpluist. Daarnaast speelt hij nog voor Volendam in de clubcompetitie, en op dinsdagavond op zijn eigen club, het Amersfoorts Damgenootschap. Damloze dagen zijn zeldzaam. „Die worden gecompenseerd doordat ik een magnetisch zakspelletje naast mijn bed heb liggen, voor als ik wakker word.”

Sijbrands betwijfelt of hij ooit nog terugkeert aan de top. „Misschien als die regels worden afgeschaft.” Maar zijn haat-liefdeverhouding met het spel is niet veranderd. „Dammen veroorzaakt zoveel stress dat ik nooit graag aan een partij begon. Ik hoopte altijd dat de Amerikanen een precisiebombardementje zouden uitvoeren op het hotel waar het toernooi werd gespeeld, zodat het zou worden verdaagd. Die angst werd alleen maar erger met het ouder worden. Door je ervaring weet je steeds beter wat er allemaal mis kan gaan. Ik was een paar jaar geleden jaloers toen ik op mijn club tegen een jongen speelde die in hoog tempo de meest gevaarlijke varianten speelde. Die onbevangenheid, die naïveteit. Toen ik zeventien was kon ik mij domweg niet voorstellen dat ik kon verliezen.”

Die angst voelt hij zelfs nog op clubniveau. „Niet zozeer om te verliezen. Het is meer de angst voor remises. Ik speelde vorig jaar voor Heijmans Excelsior in Den Bosch. Daar is het mij voor het eerst in tien jaar gelukt om alle elf partijen in een seizoen te winnen. Dat komt heel zelden voor. Maar tot en met die elfde partij was het elke twee weken zweten. Eigenlijk heb ik er alleen maar lol van als het goed is afgelopen. Zolang de kans op remise bestaat beleef ik dat plezier niet. Ik sta eerste op de Nederlandse ratinglijst, maar dat geeft alleen maar druk. Het liefste zou ik willen dat ze mijn naam verwijderen. Voor mijn plezier dammen doe ik alleen bij mijn club in Amersfoort – dat telt nergens mee. Maar het meest ontspannen is het analyseren van partijen, met mijn computer.”