Nederland naar Uruzgan met te weinig troepen

Nederland is aan de missie in Uruzgan begonnen met te weinig militairen om de geplande strategie uit te voeren.

Een vertrouwelijke militair advies uit 2005 over de Uruzgan-missie stelde dat voor de Nederlandse aanpak in Zuid-Afghanistan eigenlijk honderden extra soldaten van NAVO-partners nodig waren. Op dat moment was er echter al weinig zicht op dergelijke versterkingen. Dat blijkt uit onderzoek van deze krant.

Ondanks het tekort aan militairen begon Nederland toch aan de missie. Via de ‘inktvlekstrategie’ hoopte Defensie de Nederlandse invloed in drie fasen langzaam over Uruzgan uit te breiden. Maar bij de start van de missie waren er alleen voldoende militairen voor de eerste fase, het bezetten van de zuidelijke steden Tarin Kowt en Deh Rawood. Verdere uitbreiding van de ‘inktvlek’, kon alleen worden uitgevoerd met extra militairen van „een relevante partner of partners”, aldus het militair advies in 2005.

Behalve Australië, geen NAVO-lid, is tot nu toe geen enkel land bereid extra troepen voor Uruzgan te leveren.

Het ministerie van Defensie erkent dat er in 2005 van uit is gegaan dat er versterking zou komen, maar wijst erop dat er in het militair advies op gewezen werd „dat niet alle fasen van de inktvlekstrategie konden worden doorlopen”. Inmiddels heeft Nederland het aantal militairen verhoogd van 1.200 naar bijna 1.700. Deze troepen zijn niet voor de uitvoering van de inktvlekstrategie ingezet, maar om de snel verslechterende veiligheid in Uruzgan het hoofd te bieden.

De plannen voor de inktvlekstrategie zijn nooit in detail gemeld aan de Tweede Kamer. De zogeheten ‘artikel 100’-brief, waarin de missie werd aangekondigd, meldde slechts dat „niet uitgesloten is dat (...) de Nederlandse activiteiten (...) geleidelijk in noordelijke richting zullen worden uitgebreid.’’ Volgens Defensie waren er destijds niet meer details te geven omdat niet te voorspellen was hoe de operatie zou verlopen.

Troepen:pagina 3