Nederland laat zich verdreumesen

Redacteur NRC Handelsblad

Wat is de overeenkomst tussen Máxima, Hirsi Ali en ABN Amro? Drie gevallen van ontbrekende regie, drie gevallen waarin de minister-president en de eerste vicepremier schitterden door afwezigheid op de momenten dat het er toe deed. Drie gevallen waarin bestuurlijk Nederland geen benul heeft van wat er in de wereld omgaat. ‘Vredesmissie Uruzgan’ is de volgende kandidaat.

Het huidige kabinet kan er niets aan doen dat de raad van bestuur van ABN Amro niet over de talenten beschikte om zijn ambities waar te maken. Maar Balkenende IV had direct na zijn aantreden op 22 november 2006 aan de leiding van ABN Amro, ING en andere mogelijk geïnteresseerden duidelijk kunnen maken dat het uit elkaar vallen van Nederlands grootste financiële instelling ongewenst was. Daar is ook de top van het Nederlandse bedrijfsleven, meestal wars van overheidsbemoeienis, het intussen wel over eens.

Minister van Financiën Bos heeft de ultraliberale lijn-Zalm voortgezet en naar eigen zeggen grote oplettendheid betracht. Maar hij is op zijn handen blijven zitten toen hij, gesteund door de premier, een nationale oplossing had kunnen bevorderen. Dat had meer gedaan voor de nationale samenhang dan vijf WRR-rapporten. Niet alleen de Fransen en de Duitsers, maar ook de vrije-marktprofeten in Washington zouden niet laten gebeuren wat in Nederland mogelijk bleek.

Drie buitenlandse financiële krijgsheren kwamen deze week op de Zuidas hun buit incasseren. Zelfs Londen zou wel uitkijken voor zo’n vernedering. Over de Britse zakenwereld met haar open reputatie schreef The Economist driekwart jaar geleden: „Banking remains stubbornly British”. Negen van de top-tien banken zijn in Britse handen. De tiende, hypotheek- en spaarbank Abbey National werd in 2004 gekocht door dezelfde Santandèr-bank die nu het Latijnse deel van ABN Amro opslokt.

Het gangbare excuus voor het laten drieëndelen van ABN Amro is dat dit land veel kleiner is dan genoemde westerse naties. Nederland moet het hebben van vrije handel in de wereld (die andere niet?) en kan zich geen nationale kampioenen veroorloven. Dat laatste is een onbewezen stelling. ING Amro had zich door zijn omvang heel wat rovers van het lijf kunnen houden, zeker als die nieuwe bank competent was geleid. Die zou niet alleen voor Máxima een icoon van onze volgehouden geschiedenis zijn geweest.

De Tweede Kamer debatteerde woensdag over Máxima’s ‘dé Nederlander bestaat niet’-uitspraken. Zij beschreef haar zoektocht naar de Nederlandse identiteit bij de presentatie van het jongste ‘Wie zijn wij?’-rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid. De premier nam wel de Bosatlas (ironie...) in ontvangst, maar liet het WRR-rapport aanpakken door de minister van Justitie. Hij zag de bui misschien hangen. Alleen de verkeerde, want niet het rapport deed stof opwaaien, maar de woorden van Máxima, en die had hij goedgekeurd.

Balkenende hield woensdag in de Kamer vol dat de prinses geen onvertogen woord had gezegd. Zij beweerde inderdaad niet dat ‘dé Nederlandse identiteit’ niet bestaat. Maar kennelijk wilden de natieverweesden dat horen om hun ontzetting over haar wereldburgerschap te voeden. De premier verdoezelde vervolgens zijn verantwoordelijkheid voor die taxatie door mét voor-voorganger Lubbers de grenzen van de koninklijke uitingsvrijheid royaal te bemeten. „Niet krampachtig doen”, maar tegelijk zorgen dat zij „geen speelbal worden van het politiek debat”.

CDA-woordvoerder Van de Camp viel hem bij: „Ik zou het raar vinden als de leden van het Koninklijk Huis alleen over auto’s, bloemen of de export mochten praten.” Balkenende: „De ministeriële verantwoordelijkheid houdt niet louter het stellen van grenzen in, maar ook het bieden van ruimte voor maatschappelijk functioneren en optreden. Daarbij speelt zeker een rol dat het kroonprinselijk paar midden in de moderne samenleving staat.”

Heel menselijk en modern. En een recept voor het gekakel dat hij wil vermijden. Pechtold had gelijk dat de premier te lang wachtte vóór hij Máxima in bescherming nam en de woorden dekte waarvan hij het risico kennelijk niet had ingezien. Laat Pieter van Vollenhoven zijn hart luchten over bureaucratie en veiligheid, Willem-Alexander over het wassende water, en de politieke dijken zijn al snel te laag. Modern en monarchie rijmen alleen in de eerste lettergreep.

Even wereldvreemd is de rechtlijnigheid waarmee minister van Justitie Hirsch Ballin de beveiliging van Hirsi Ali beëindigde. Het kabinet meent dat het heel ruimhartig was haar bewaking te blijven betalen, meer dan een jaar nadat de bestrijdster van de extreme islam het parlement ontvluchtte. In de Kamer heerst een immense Hirsi Ali-moeheid. Daarom stemde een ruime meerderheid in met het nu kappen van haar bewaking. Het Binnenhof was het heerlijk met zichzelf eens.

Toen de Kamer de zaak dinsdag besprak wees niets erop dat iemand doorhad hoe Nederland te kijk stond, in ieder geval in Amerika. Zeker, het American Enterprise Institute, de denktank in Washington waar Hirsi Ali onderdak vond, heeft 76 miljoen dollar op de bank staan, en nog 60 miljoen tegoed van donoren. Op een jaarbegroting van 23,6 miljoen kunnen wel een paar extra kleerkasten worden ondergebracht. Maar daar gaat het niet om.

Het kabinet heeft niet voorzien dat Angelsaksische opiniemakers van naam, Salman Rushdie voorop, Nederland zouden afschilderen als een land van laffe krentenwegers. En Hirsi Ali als „refugee from Western Europe”. Haar strijd is een fundamenteel Nederlandse, tegen extremisme, vóór de vrijheid van mensen, dachten zij. Rushdie werd jarenlang wereldwijd beveiligd door Groot-Brittannië nadat Iran in 1989 een fatwa tegen hem had afgekondigd om zijn boek De Duivelsverzen. Dat belette hem niet de Britten regelmatig voor agressieve patriotten uit te maken.

Kabinet en Kamer leven hun angstige afkeer van de niet-polderende Ayaan liever uit met een formeel verhaal dan kost wat het kost trachten te vermijden dat zij wordt omgelegd door een vijand van het vrije woord. Wie mondialisering omhelst, kan de vrijheid van meningsuiting niet beschermen tot Schiphol. De Nederlandse identiteit, waar iedereen zo naar op zoek is, wordt deze week krachtiger internationaal gedefinieerd dan met dure campagnes en honderd diplomatieke démarches is recht te breien. Zuinige, onprincipiële dreumesen. Dat is het beeld.

Wedden dat we straks in Uruzgan moeten blijven? Om te laten zien dat we bij de vijf sterksten horen. Onder leiding van generaal Groenink.

opklaringen@nrc.nl