`Lawaai` van orkesten is zeer betrekkelijk

Met gemengde gevoelens las ik dat de EU het schijnbaar schadelijke lawaai van symfonieorkesten aan banden wil gaan leggen (NRC Handelsblad, 3 oktober). Musici zouden last krijgen van gehoorstoringen omdat zij tijdens repetities en concerten voortdurend worden blootgesteld aan loeiende trompetten. Het is inderdaad een bekend probleem waar echter aan gewerkt wordt door schermen tussen de musici te plaatsen, hen op afwisselende hoogtes te laten spelen, en niet te veel luide stukken achter elkaar te programmeren. Maar dankzij de strenge normen van de EU, kunnen de orkesten `de boel wel sluiten` zoals Maurits Haenen van Holland Symfonia vaststelt.

Ik juich elk initiatief toe om geluidsoverlast te beperken, maar het verbaast mij dat niet de alom aanwezige gekmakende discostamp van buurtfeesten, Uitmarkten, braderieën, kermissen, popfestivals en andere evenementen wordt aangepakt. Daar heeft de burger namelijk last van. Het `lawaai` van symfonieorkesten beperkt zich tot de concertzaal. We kunnen die wel of niet bezoeken. Aan de oorverdovende, elektronisch versterkte herrie van buitenfeesten kunnen wij ons helaas niet onttrekken.

Ik krijg steeds meer het vermoeden dat er een anti-culturele lobby aan het werk is, die alle uitingen van `hogere cultuur` wil fnuiken. Ook de theaters krijgen immers te maken met zulke onmogelijke voorschriften, dat sommige producties niet meer gerealiseerd kunnen worden.