Klimaatverandering als bedreiging voor vrede

De Nobelprijs voor de vrede ging dit jaar naar de strijd tegen klimaatverandering. Maar wat heeft de opwarming van de aarde met vrede te maken?

Geen vredesactivist, geen onderhandelaar in een gewapend conflict, niet Kosovo-bemiddelaar Martti Ahtisaari of herenigingskanselier Helmut Kohl. En ook niet de Poolse oorlogsheldin Irena Sendler.

Uit de 181 voorgedragen kandidaten koos het Nobelcomité gisteren strijders tegen het broeikaseffect. Want, zo redeneerde het comité in zijn juryrapport, strijden tegen de opwarming van de aarde levert een bijdrage aan „het verminderen van de bedreiging van de veiligheid van de mensheid”.

In de Noorse wedkantoren van NordicBet was Al Gore – die de prijs kreeg samen met het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties – de afgelopen dagen al favoriet. Gore, die met zijn film An Inconvenient Truth een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het besef dat klimaatverandering een bedreiging vormt voor de aarde, ‘deed’ vier keer de inzet. Alle andere kandidaten leverden veel meer op, omdat hun bekroning onwaarschijnlijker werd geacht.

Niet alleen de gokkers voorspelden dat klimaatbescherming, de strijd tegen de opwarming van de aarde, dit jaar het onderwerp zou zijn voor de vredesprijs. Ook een aantal Nobelprijswinnaars – wetenschappers – zei deze week op een bijeenkomst in Potsdam te hopen dat het Nobelcomité met de prijs aandacht zou vragen voor de gevaren van klimaatverandering.

„De wetenschappelijke strijd [over het bestaan van klimaatverandering, red.] is al lang voorbij”, zei bijvoorbeeld Rudolph Marcus, die in 1992 de Nobelprijs voor de scheikunde ontving, in Potsdam. „Het is belangrijker dat de planeet in een min of meer goede toestand overleeft, dan dat wij de onze luxe behouden.”

En de 73-jarige fysicus Carlo Rubbia, Nobelprijswinnaar in 1984, herinnerde eraan dat sinds zijn geboorte de wereldbevolking is verviervoudigd en het energieverbruik verzestienvoudigd.

Op het eerste gezicht heeft klimaatverandering niet veel met oorlog en vrede te maken. Maar daar kan verandering in komen. De opwarming van de aarde, zo is de conclusie van de klimaatwetenschappers van het IPCC, zal op veel plaatsen leiden tot schaarste. En schaarste kan gemakkelijk een bron van geweld worden.

Zo dreigt op veel plaatsen door een verandering in het klimaat ernstige droogte. Dat heeft nog niet geleid tot echte oorlogen over het beschikbare water, maar spanningen nemen wel toe. De landen die voor hun water afhankelijk zijn van de Nijl kunnen het niet eens worden over een verdeling.

Syrië en Turkije ruziën over de bouw van dammen in de Eufraat. Wat gebeurt er als de gletsjers in de Himalaya, waar ’s winter de watervoorraad in de vorm van sneeuw wordt aangevuld om tijdens de droge zomers als smeltwater te gebruiken, nog verder terugtrekken? De verleiding om gletsjers kunstmatig te laten smelten – met volgens milieudeskundigen dramatische gevolgen – groeit, nu de zomers in Afghanistan en elders in die regio steeds droger worden.

Droogte en hogere temperaturen ontregelen ook steeds vaker de landbouw. Economen hebben berekend dat een temperatuursstijging van 2 graden Celsius – een van de minst dramatische scenario’s volgens de modellen van het IPCC – kan leiden tot een daling van de graanproductie met vijf procent. Dat zou voor 30 tot 200 miljoen mensen honger betekenen, met grote vluchtelingenstromen als gevolg.

Op ander plaatsen zou een teveel aan water juist kunnen leiden tot vluchtelingen. Kustgebieden en kleine eilanden in de oceaan dreigen onbewoonbaar te worden als de zeespiegel blijft stijgen.