Jonge jaren gaan nooit weg

In het artikel van Douwe Draaisma over de reminiscentiehobbel in het geheugen (`Jonge jaren gaan nooit weg`, W&O 6 oktober) staat een (niet-wetenschappelijke) onzorgvuldige vergelijking. In de tweede alinea (één zin, overigens), trekt hij de vergelijking tussen de gangbare opvatting van wat ouder worden inhoudt met de afdaling, in grauwe kleding, met al spoedig een wandelstok en later krukken, een gang van gebrek en verlies, tot een grijze Elckerlyck die zich ziek en moe te ruste legt”. Nu is het wel zo dat Elckerlijck wordt verlaten door Maghe, Neve, Tgoet, Dueght, Kennisse, Cracht, Schoonheyt, Vroetheyt en Vijf Sinnen, maar dat staat helemaal los van zijn leeftijd. Elckerlijck is in de bloei van zijn leven als Die Doot hem komt halen. Dat hij grijs is, staat niet in de tekst van het stuk.