IJsfontijnen

Achteraf bezien is de naam van het zesde maantje van Saturnus goed gekozen. Enceladus heet de kleine maan die in 1789 door de Duits-Britse astronoom William Herschel werd ontdekt. In de Griekse mythologie is Enceladus een van de giganten, die onder de Etna werden begraven en die met hun onrust voor het gerommel en de uitbarstingen van die vulkaan zouden zorgen. Ook op Enceladus rommelt het. Dat blijkt onder meer uit deze opname: een fontein van ijzige deeltjes komt hier uit de zuidpool van het maantje tevoorschijn. De (bijgekleurde) opname is er een van meerdere die in 2005 gemaakt werden met de ruimtesonde Cassini. In Nature deze week analyseren onderzoekers van het Space Science Institute in Boulder, in de Amerikaanse staat Colorado, de beelden en de bijbehorende meetgegevens. De uitbarstingen, zo schrijven zij, traden op acht plaatsen op. Alle acht lagen die op de vier breuklijnen die als tijgerstrepen over de zuidpool van het maantje lopen. En dat is in lijn met het eerder geopperde idee dat de uitbarstingen het gevolg zijn van de door getijdenwerking opgewekte wrijving en wrijvingswarmte in de breuklijnen. Infraroodbeelden steunen die gedachte ook: ze lieten eerder al zien dat de zuidpool van Enceladus ongebruikelijk warm is. (MvdH)