Het kwaad van de herislamisering

Nationaal Coördinator Terreurbestrijding Tjibbe Joustra is een bekwame topambtenaar. Als Nationaal Coördinator Terreurbestrijding is het hem gelukt om uit het niets een professionele organisatie op te bouwen. Hiervoor komt Joustra en zijn personeel alle lof toe. Hij is ook een moedige man die bereid is om redelijke kritiek op zijn organisatie te aanvaarden. Tegelijkertijd is hij de belangrijkste veiligheidsambtenaar van ons land. Hij kan immers de minister van Justitie, de minister met doorzettingsmacht, adviseren om een vliegtuig neer te halen. Uiteraard beschikt Joustra over mensen die tot de intelligentste en bekwaamste ambtenaren gerekend moeten worden.

Recentelijk zei Joustra: „Zulke radicale uitspraken kunnen individuen die op de rand van geweld staan, het laatste duwtje geven.” Hij doelde kennelijk op uitspraken van Jami en Wilders. Een merkwaardige uitspraak voor een man als Joustra, die vervolgens benadrukte dat iedereen mag zeggen wat hij wil. Formeel moeten hij en andere veiligheidsambtenaren zich verre houden van politieke openbare meningsvorming. De landen waar veiligheidsambtenaren zich met politieke debatten hebben bemoeid zijn daar niet gelukkiger van geworden. Maar ook inhoudelijk heeft hij een probleem. Als sommige moslims zo gevoelig zijn, zo gemakkelijk overgaan tot het gebruik van geweld, dan moet Joustra bij het kabinet aandringen op het nemen van nieuwe maatregelen.

Ik heb het proces tegen de Hofstadgroep gevolgd. De leden daarvan waren gedurende lange tijd alleen bezig met herislamisering. Daarvoor lazen ze noch Rushdie noch Ayaan Hirsi Ali. Ze bestudeerden de Koran, de overleveringen over Mohammed, de shariaboeken, en de teksten van radicale theologen zoals Ibn Taymiyya. En uiteraard: de Al-Qaeda-propaganda. De radicalisering, zoals ik die ook in het Iran in de jaren zeventig van de vorige eeuw heb gezien, is een politiek-theologisch proces. Deze politiek-theologische zoektocht resulteert in herislamisering van moslims. Ondertussen zijn ze natuurlijk boos op Rushdie, Ayaan, Ehsan, Joden, Russen, Amerikanen. Het is een ingrijpend proces: een geestelijke en uiterlijke metamorfose. Het feit dat de burgemeester van Amsterdam een jood is, is voor Mohammed B. een onaanvaardbaar feit. Maar Cohen heeft hem niet het laatste duwtje gegeven. Uit het strafdossier blijkt dat Mohammed al in de zomer van 2004, ruim voor de presentatie van Submission, het besluit had genomen om te handelen. Hij zocht naar een doelwit. Had Submission niet bestaan dan had hij iets anders gevonden. Er zijn dus genoeg redenen voor iemand die geherislamiseerd is om onze wereld onrechtvaardig te vinden.

De strafzaak tegen Samir A. hield ook Nederlandse terreurbestrijders in zijn greep. Eerder had Samir geprobeerd om via Rusland naar Tsjetsjenië te gaan. Daar wilde hij samen met moslimstrijders deelnemen aan de terroristische oorlogvoering tegen Rusland. Dat is hem niet gelukt. In zijn autobiografie, die door de Nationale Recherche in beslag is genomen, zien we hoe Samir A. in de loop der jaren ging radicaliseren: „Tot mijn vijftiende was ik een doorsneejongen, een vwo-leerling die op tijd naar school ging, op tijd thuis kwam. […] Ik had nooit problemen met de politie. […] Ik hield me niet veel bezig met mijn geloof. Ik heb me wel altijd aan de gebeden gehouden. Ik deed altijd mee aan de ramadan, al van kleins af aan, dat vond ik leuk. Ben ook tot mijn 14e naar een islamitische school geweest voor Arabische/islamitische lessen, maar dat was meer omdat ik moest en niet omdat ik dat zelf wilde. […] Elke keer dat ik keek, zag ik dat er Palestijnse kinderen werden gedood door Israëlische kogels […] Waarom is een moslimdode minder waard dan een niet-moslimdode? […] Ik ging door met mijn leven. Ik zocht de antwoorden op mijn vragen op internet. […] Ik las verzen uit de Koran die een moslim verplichten om een andere moslim in nood te hulp te schieten. […] Ik ging verder op het internet zoeken naar beelden waar moslims onrecht werd aangedaan. Het was niet alleen Palestina, maar ook Indonesië, Filippijnen, Kashmir, China, Oezbekistan, Tsjetsjenië, en Irak. […] Ik ging Amerika steeds meer haten […] Ik begon steeds meer afstand van ze (orthodoxe moslims, AE) te nemen, omdat ik in aanraking kwam met een andere stroming die zich ook salafistisch noemt. Deze stroming zijn de volgelingen van een geleerde in Saoedi-Arabië, genaamd Rabie. […] Toen was het 11 september. […] Ik dacht alleen in mezelf, ik hoop dat het waar is. […] Ik zocht op internet en vond een filmpje van Abdullah Azzam, de mentor van Osama Bin Laden, waarin hij zegt: ‘Wij zijn terroristen, en terrorisme is verplicht volgens de Koran en overleveringen van de profeet, laat het Westen en het Oosten maar weten dat wij terroristen zijn en dat we angstaanjagers zijn. […] Terrorisme is dus verplicht in de godsdienst van Allah.’ Ik was daarvan onder de indruk, want dat was de eerste keer dat ik een bewijs uit de Koran had dat er niks mis is met terrorisme, dat woord is alleen vervuild door het westen […].”

Joustra onderschat de krachten die de herislamisering losmaakt in een individu. Omdat Joustra, zoals veel andere Europeanen, nergens in gelooft. De ongelovige Europeaan kan niet of nauwelijks begrijpen dat er geherislamiseerde, diepgelovige jihadisten zijn. En dit was precies de reden dat de AIVD Mohammed B. onderschatte. Het herislamiseringsproces is een imaginair trainingskamp.

Een tijdje geleden hoorde ik van een Amerikaanse functionaris dat hij jaloers is op Nederland. Want volgens hem krijgen de Nederlandse inlichtingendiensten dankzij het scherpe debatklimaat uitstekend zicht op de radicaliseringbeweging. In Amerika moeten ze het doen met nepdebatten op internet. Een radicale moslim maakt de fout door per e-mail of telefoon zijn woede op Ehsan Jami af te reageren. Hierdoor ontdekt de AIVD weer een nieuwe naam. Joustra moet een manier vinden om herislamisering te bestrijden. Wilders’ recept is: verbied de Koran. Maar het democratische recept luidt: een scherp en inhoudelijk islamdebat.