Goud?

In Goud wordt veel gepraat. Schetst de documentaire een goed beeld van de Nederlandse hockeyvrouwen op weg naar de wereldtitel in Madrid (2006)?

Marc Lammers, bondscoach Nederlandse hockeyvrouwen: „Het geeft een goed beeld van het groepsproces, van toewerken naar een hoogtepunt na een start met veel twijfels en blessures. Een mooi document dat laat zien hoe onze cultuur in elkaar steekt: met mondige mensen. Het lijkt of er vooral wordt gepraat, maar dagelijkse dingen als trainen en het hockeyplezier zijn misschien minder interessant om te filmen. Het fysieke aspect had er meer in gemogen. Jammer dat de gesprekken met mental coach Rico Schuijers niet te zien zijn. Sommige speelsters komen er minder goed af, terwijl het allemaal geweldige meiden zijn. Maar het is ook geen populariteitsfilm. Je ziet niet alles. Dat is de keuze van de documentairemaker. Ook voor niet-hockeyers is het proces van ‘beter worden’ herkenbaar. Het toont dat hockey meer is dan een balletje slaan.”

Minke Booij, speelster van het team dat wereldkampioen werd in 2006: „Ik ben blij met dit mooie document. Het geeft een goed beeld van een team met veel discipline en doorzettingsvermogen dat grenzen kan verleggen. Als mensen dan vragen of wij daarvoor zoveel moeten praten, zeg ik ‘ja’. Ik merkte dat het goed is veel energie in elkaar te steken om van elkaar te weten wat iemand drijft. Dat speelsters als individu maar even naar voren komen waardoor er veel verhaallijnen zijn, is juist leuk. Het gaat over een sportteam en hoe dat toewerkt naar een groot evenement. Het is geen celebrity film, geen commercieel product om reclame te maken voor de hockeydames. De fysieke component, de spanning en de vermoeidheid, had iets meer in beeld mogen komen. Onze mental coach heeft voor ons een belangrijke rol gespeeld en komt er wat bekaaid af.”

Sandra Le Poole, ex-hockeyinternational, won in 1984 olympisch goud: „Positief dat het vrouwenhockey zo wordt belicht. Ze staan toch een beetje in de schaduw van de mannen. Het is een leuke documentaire met mooie close-ups. Ik twijfel over de toegankelijkheid van de documentaire voor mensen buiten het hockey. Voor mij was het herkenbaar: het gehang in hotels, het gegiechel, de onderlinge spanning. Er wordt veel gecommuniceerd, maar ze zaten ook in een fase waarin dat hen verder moest brengen. Mannen zijn vaak directer, dingen worden sneller uitgesproken. Ik miste de spanning van een film: er werd niet naar een hoogtepunt [WK-finale] toegewerkt. Ik had het leuk gevonden als er iemand was uitgepikt, zodat je ziet wat er met een speelster gebeurt in zo’n proces.”

Raemon Sluiter, proftennisser, vriend van hockeyinternational Fatima Moreira de Melo: „Leuk om te zien hoe andere sporters hun sport beleven. Bewonderenswaardig hoe die meiden leven voor hun sport, terwijl ze er niet van kunnen leven. Er wordt veel gepraat, als onderdeel van het groepsproces. Dat moet ook met zoveel individuen. Het is hun kracht. Er is wrijving, maar dat is er tussen vrouwen ook meer dan tussen mannen. Mooi moment is wanneer ze in de bus zitten op weg naar het eerste WK-duel. Jammer dat al snel wordt overgeschakeld, zodat de spanning die de hockeysters voelen er minder uitkomt.”

Rico Schuijers, sportpsycholoog, mentaal begeleider vrouwenhockeyteam: „De documentaire geeft een mooie inkijk in wat er in een team speelt in de aanloop naar een groot toernooi. Wat mijn eigen bijdrage betreft laat het de twee moeilijkste sessies zien: wanneer de meiden moe zijn na een training en een moeilijk gesprek met een geblesseerde speelster. Er is natuurlijk meer gebeurd. Het groepsproces kom redelijk naar voren. De nadruk ligt wat op de negatieve kanten, terwijl de positieve kanten juist zorgen voor het teamgevoel. Het doel van de regisseur was om vooral het praten in beeld te brengen. Dat Lammers de speelsters laat meedenken en hen niks oplegt, komt goed in beeld. In het echt valt het mee met het gepraat en wordt er meer getraind.”