Goed afscheid nemen is belangrijk

Ajax-trainer Henk ten Cate vertrekt naar Chelsea, de club van de Russische miljardair Abramovitsj. Van een lange reeks trainers is hij de eerste die er niet uit geknikkerd wordt maar zelf opstapt. Technisch directeur Van Geel reageert verbitterd: volgens hem heeft Ten Cate gekozen voor het grote geld. Zo vindt straks het afscheid plaats in een sfeer van verwijt. Hoe anders was dat een paar weken geleden, toen sterspeler Wesley Sneijder voor nog veel groter geld vertrok naar Real Madrid. Voor het begin van zijn laatste thuiswedstrijd werd hij gehuldigd, voorzitter Jaake had een aardige danktoespraak voor zijn bewezen diensten, en op de tribunes hing een DANK-banner van wel vijftig meter lang.

Goed afscheid nemen is belangrijk. Het is een unieke gelegenheid om grootheid en grootmoedigheid te tonen, en het kost niets. Aan het genomen besluit om te vertrekken of weg te sturen valt niets meer te veranderen; het enige dat nog telt is de sfeer waarin het gebeurt en de indruk die het achterlaat. Het gaat niet alleen om een goed gevoel bij de vertrekker of bij de achterblijvers. Het gaat ook om de tribune en wat het publiek ervan vindt. Want toen Sneijders zo werd uitzwaaid, liet Ajax zich kennen als een club van wereldniveau die Real Madrid ook wel een voordeeltje gunt. Als een club die best een topspeler kan missen, met de suggestie dat er voor die ene die weggaat nog over minstens twintig andere over zijn. Nu, met het vertrek van Ten Cate, maakt Ajax met zijn gekerm en zijn gekwetste gedoe een armoedige en schraperige indruk. Chelsea is groot, sterk, rijk en succesvol, daar kunnen we niet tegenop en dat is niet eerlijk. Het is als met de miljonair die om een tientje wordt bedrogen, die haalt lachend zijn schouders op en bestelt nog een drankje. Wie erover loopt te griepen, maakt zichzelf tot schlemiel.

Bij Ajax is de pr-waarde van grootmoedig afscheid nemen een blinde vlek. Er is ten minste één organisatie, het adviesbureau McKinsey, die het heel gericht anders aanpakt. Net als bij veel andere professionele firma’s geldt er een beleid van up or out. Maar bij McKinsey ben je niet een kneus als je het verzoek krijgt te gaan. Integendeel, het is bijna een compliment, alsof je nu groot en sterk genoeg bent om op eigen kracht je successen te gaan boeken. En inderdaad, in de top van het Nederlandse bedrijfsleven lopen heel wat McKinsey-veteranen rond.

McKinsey is zuinig op zijn alumninetwerk en onderhoudt het. Het belang ervan is dan ook groot. In de eerste plaats commercieel, want het netwerk is een bron van nieuwe adviesopdrachten. In de rekrutering is het een belangrijke plus voor aankomende consultants dat zij ooit deel kunnen uitmaken van dit prestigieuze gezelschap. Voor bestaande adviseurs betekent het dat zij opgewekt uitzien naar hun toekomst na McKinsey. Vertrek is er niet een Big Brother-nominatie met een trap na, maar een graduation, een stap in de toekomst.

Hoe anders ligt het bij veel bedrijven, die een vrijwillig vertrek doorgaans zien als verraad, en ontslag als een strafmaatregel. Een afscheidsborrel op de laatste werkdag kan er meestal nog net vanaf, maar de directeur is te druk om erbij te zijn en in de hoeken van de kamer wordt al gekletst dat de vertrekker toch eigenlijk nooit gedeugd heeft. Dat lucht voor de blijvers even op want zij deugen dus wel, maar in het weekeinde daarna begint er al iets ongemakkelijks te knagen. Als er vandaag zo over een vertrekkende collega wordt gesproken die een half jaar geleden nog werd geprezen als een belangrijke speler in het eerste team – hoe oprecht zijn dan diezelfde woorden die ze nog over jou spreken? Cynisme, reserve en achterdocht zijn gezaaid, en worden vanaf de volgende maandag gevoed. Want de ex-collega wordt nog zelden genoemd, alsof hij doodverklaard is. Of er wordt gekletst over zijn incompetentie en over de chaos in zijn achtergelaten dossiers. Gisteren hij, morgen ik, denk je dan, en je blijft op je hoede.

De gevolgen kunnen nog ernstiger uitpakken. De stelling is goed te verdedigen dat ABN Amro haar ondergang te wijten heeft aan de manier waarop zij haar voormalige sterspelers heeft behandeld. Er zijn er in de afgelopen jaren heel wat ontslagen of weggegaan. De meest zichtbare zijn mensen als Hans ten Cate, misschien wel familie van de Ajax-trainer en nu bestuurslid van de Rabobank; en Lex Kloosterman, die in de raad van bestuur van Fortis zit te bedenken hoe hij de overname van zijn vroegere werkgever gaat regelen. Zo zijn er de laatste jaren wel meer toppers of subtoppers vertrokken, en bijna niemand heeft daar het McKinsey-gevoel van trots, loyaliteit of blijvende betrokkenheid aan overgehouden.

Er gaat zelfs één verhaal – apocrief of niet, maar een aannemelijk verhaal is machtiger dan de feiten – over zo’n ABN Amro-topbankier die de bestuursvoorzitter kwam vertellen dat hij naar een hoge functie bij een andere bank overstapte. Een woede-uitbarsting was zijn deel. Onder begeleiding van twee beveiligingsfunctionarissen werd hij terug naar zijn bureau geëscorteerd, hij kreeg vijf minuten om onder toezicht zijn persoonlijke spullen te pakken en werd naar de uitgang gemarcheerd. De boodschap: je bent een verrader want je gaat weg, je bent slecht want je zult wel informatie willen stelen, en je bent nog dom ook want je was van plan dat nu pas te gaan doen. Zo’n behandeling vergeet iemand nooit.

Hoe anders zou het geweest zijn als de bestuursvoorzitter van achter zijn bovenbazenbureau vandaan was gekomen, zijn vertrekkende collega van harte had gelukgewenst, en gezegd dat hij ernaar uitzag hem nog vaak in zijn nieuwe verantwoordelijkheid te ontmoeten. Velen hebben zich afgevraagd waarom er de afgelopen maanden niet een brede beweging vanuit de financiële wereld is ontstaan om gezamenlijk ABN Amro te redden. Eén reden ligt voor de hand: ABN Amro had geen vrienden. De bank heeft de laatste zeven jaren verzuimd goed afscheid te nemen. Dat zal McKinsey niet overkomen.