Eurlings: mea culpa, maar niet mijn fout

De Kamer debatteerde deze week over nieuwe tegenslagen bij hsl, Betuweroute en wegenbouw. Hoe gaat minister Eurlings daar mee om? „Laten we de technische risico’s nooit meer onderschatten.”

Als minister van Verkeer en Waterstaat krijg je veel ellende over je heen en daar moet je tegen kunnen, zei Camiel Eurlings (CDA) deze week in de Tweede Kamer. In drie debatten stonden de problemen bij grote infrastructurele projecten centraal. Eurlings’ boodschap: hij gaat er niet over, hij zit niet aan de knoppen, in het verleden zijn valse verwachtingen gewekt. Maar dat gaat allemaal veranderen.

Er bestaat een lange geschiedenis van tegenvallers op het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De vraag is hoe minister Eurlings deze terugkerende problemen gaat attaqueren. De afgelopen dagen werden de contouren zichtbaar van zijn aanpak. Of het nu gaat om de vertraagde oplevering van een snelweg in Limburg (de A73), een latere ingebruikname van de hogesnelheidslijn of de werkloze Betuweroute: telkens ontmoet de Tweede Kamer een minister die de problemen onderkent – soms in nog hardere bewoordingen dan de critici.

Over de protesten tegen de vertraagde A73: „Als men in Roermond de tijd had gehad, ben ik ervan overtuigd dat één miljoen Limburgers een handtekening hadden gezet. Als ze bij mij langs waren gekomen, had ik mijn krabbel er ook onder gezet.”

Op de Betuweroute, de goederenspoorlijn van Rotterdam naar Duitsland, rijden nog nauwelijks treinen om de eenvoudige reden dat er geen locomotieven zijn. En die zijn er weer niet omdat de fabrikant moeite heeft treinen te produceren met apparatuur die met het nieuwe Europese spoorsysteem communiceren. Was Hare Majesteit voor niets komen opdraven toen zij op 16 juni de Betuweroute opende, vragen parlementariërs zich af. Geenszins, zegt Eurlings, want met het spoor is niets mis. Het gaat hier om een probleem tussen de vervoerder en de fabrikant. „Ik heb geen locomotieven besteld. Het is officieel niet mijn pakkie-an.”

Op de hogesnelheidslijn spelen vergelijkbare problemen. Eerst bleef de overheid in gebreke doordat het spoor niet op tijd klaar was. En nu komt de exploitant (een samenwerkingsverband van de NS en KLM) zijn afspraken niet na doordat de juiste treinen niet beschikbaar zijn. De eerste contractbreuk kost de overheid 37,5 miljoen euro, maar de tweede breuk levert de overheid geen geld op, want de overheid blijkt in het verleden slechte afspraken te hebben gemaakt. Eurlings: „Aan de ene kant heb ik te weinig knoppen waar ik aan kan draaien. Aan de andere kant zijn de risico’s niet goed gespreid.” De rekening komt onevenredig veel bij de overheid terecht, als het misgaat.

De verlate openstelling van de snelweg A73 ligt volgens de minister aan een aannemer die zijn verplichtingen niet nakomt. Maar waarom duurde het anderhalve maand voordat het slechtweerbericht van de aannemer de minister bereikte, vroeg de Kamer zich af.

„Dat is een teken dat de omgeving van de minister een te kleine politieke antenne heeft”, constateerde Ger Koopmans (CDA). Eurlings erkende dat de tijd in sommige opzichten korter had moeten zijn. „Ik heb daar nu duidelijke taal over gesproken ook naar de mensen in de organisatie, als het gaat om hoe dingen zijn gelopen.”

Na het mea culpa volgen de beloftes. Volgens de minister is er al veel verbeterd op zijn departement. Er is bij de hogesnelheidslijn sinds april tweewekelijks overleg met alle betrokkenen. Zij schatten samen de risico’s in, in plaats van elkaar vanuit „juridische loopgraven” te bestrijden. „Er wordt weer rechtstreeks met elkaar gecommuniceerd. De moeizame verhoudingen liggen achter ons.”

Voor de problemen op het spoor ontbood hij de topman van treinenbouwer Bombardier, hoewel de contracten hem dat verbieden. De treinenbouwer legde hem uit dat de technologie zo complex is dat kostenoverschrijdingen of vertragingen moeilijk te voorspellen zijn. Dat is een volgende belofte van Eurlings: „Ik ben zelf ingenieur, ik ben niet tegen technologie, maar laten we de technische risico’s nooit meer onderschatten.”

Volgens hem zijn in het verleden onzekerheden te vaak als zekerheden verkocht. Geen indianenverhalen meer, geen luchtkastelen, geen knollen voor citroenen, belooft Eurlings. De consequentie is overzichtelijk: als je geen belofte doet kan hij ook nooit vals blijken. Bij de tijdelijke ingebruikname van de hogesnelheidslijn is het inmiddels „onverantwoord om een nieuwe datum te melden.” Ook voor de definitieve opening van de A73 liet Eurlings zich deze week niet op een datum vastpinnen.

De Tweede Kamer accepteert zijn respons. Dat kan een minister wel gebruiken die aan de vooravond staat van nóg zo’n grote infrastructurele operatie: de invoering van een kilometerheffing voor de auto.