Erken de zeker als ze een verschillende waarde hebben last van meervoudige identiteiten

Je moet mensen niet vastpinnen op hun wortels. De eeuwige zoektocht naar een identiteit is schipperen tussen het hokjesdenken en de zelfverloochening van de ontwortelde.

Naema Tahir

Juriste. Schrijver, binnenkort verschijnt ‘Eenzaam heden’, een roman over ontworteling en identiteit. Zij is ook Worldconnector, een initiatief van mensen die zich inzetten voor een duurzame, rechtvaardige en vreedzame wereld.

‘Mensen hebben geen wortels en daar hebben ze veel last van’, schreef Antoine De Saint-Exupéry in De Kleine Prins, het tijdloze sprookje over de eeuwig zwervende mens. Wij zijn geen planten die verbonden zijn met de plaats waar ze het levenslicht zien. We dwalen over de aarde, verwaaid van onze geboortegrond, verleid of gedwongen om andere horizons op te zoeken en elders wortel te schieten.

Maar alles heeft een prijs. De ontwortelden ervaren onontkoombaar het leed te moeten leven tussen mensen die anders zijn dan zij, fysiek afgesneden van hun geboortegemeenschap. Op zoek naar datgene waar ze bij horen, vallen ze terug in de comfortabele oude identiteit, of worden ze overmand door twijfels en schuldgevoelens als ze pogen te kiezen voor de nieuwe identiteit van de gastheer. Het is een last meervoudige identiteiten te hebben, identiteiten die voortdurend onderhevig zijn aan interpretatie en vooroordelen en die ook kunnen leiden tot ontkenning en verloochening door jezelf.

Gedwongen afstand doen van nationaliteit kan wel degelijk negatieve gevolgen hebben, schrijft Pauline Meurs in relatie met het WRR-rapport Identificatie met Nederland. En als om te onderstrepen dat dat ook niet hoeft, acht zij het hebben van meervoudige nationaliteiten en identiteiten niet wezenlijk problematisch.

Echter, er is ook een andere kant. Ik heb zelf ervaren dat het hebben van meervoudige identiteiten wel degelijk een zware last kan betekenen, zeker als de ene identiteit minder waard wordt geacht dan de ander.

Als puber had ik al in drie landen gewoond en vijf verhuizingen achter de rug. Ik ben geboren in het Londen van de Pakistaanse immigranten. Mijn ouders leken migratie bijna als een doel op zich te zien en bleven maar pendelen, eerst tussen Engeland en Pakistan en daarna tussen Nederland en Pakistan. Het voelde alsof ik constant circuleerde tussen mijn Pakistaanse wortels, mijn Engelse kindertijd en mijn Nederlandse leefomgeving toen ons gezin zich hier vestigde toen ik vijftien was, in 1985.

In de jaren daarna heb ik niet bepaald genoten van een multiple identity. Mijn wortels waren verward geraakt. Ik was een Brits-Pakistaanse in Nederland, maar dat gaf me toen niet de rust en trots die ik nu als volwassen vrouw ervaar. Die meervoudigheid leidde eerder tot veel (innerlijke) onduidelijkheden en leemtes. Mijn basisvraag was: wie ben ik eigenlijk? En mijn basisverlangen: volledig opgaan in de omgeving om me heen.

Ik ontbeerde een eenduidige identiteit, die ik wel om heen me zag en die ik, zo realiseerde ik me, nooit zou hebben. Ik voelde me gedwongen om een rigoureuze keuze te maken tussen mijn Pakistaans-zijn, Engels-zijn, of Nederlands-zijn. Ik wilde bewijzen dat ik offers kon brengen, dat ik bereid was om loyaal te zijn. Maar na iedere keuze was er schaamte en schuldgevoel, omdat ik hoe dan ook een stuk cultuur, tradities en mensen zou verraden en de rug toekeren. Pijn was er ook: kiezen betekende een deel van me te laten afsterven.

Zulke twijfels aan de eigen identiteit kunnen een voedingsbodem zijn voor radicalisering en obsessie. Ik werd dan ook eerst een radicale moslima. Het was de makkelijkste weg, want je hoeft je niet te schamen dat je je roots verloochent als je voor Allah kiest.

Jaren daarna werd ik een radicale Hollander en begon ik alles wat Engels, Pakistaans en moslim in mij was, te ontkennen. De keuze voor Holland was gemaakt uit pure ambitie: ik wilde verder komen in de maatschappij. Ik vereenzelvigde de Nederlander met vooruitgang, openheid en nieuwsgierigheid, en zag in de gezichten van de migranten achterstelling, achterstand en gebreken en behoeften. Die migranten deden me huiveren en ik wilde er ver vandaan blijven. Want hield dat me niet tegen? Zo vond ik dat ik meer werd beloond voor mijn Britse accent, wat me charmant maakte en kosmopoliet deed klinken, dan om mijn Pakistaanse bescheidenheid, die me terecht deed komen in de verzamelbak van ‘allochtonen’ – zij het dan wel als vrouw met een licht exotisch tintje.

Maar tegelijkertijd begon ik toe te geven dat kenmerkende deugden van de ene identiteit soms knap belemmerend kunnen werken. Zo betoont de Pakistaanse vrouw bescheidenheid, verlegenheid, zelfs schuchterheid, en een niet opdringerige, opofferingsgezinde benadering van de mannen. Dat zijn kwaliteiten die haaks staan op het Britse en Nederlandse harde werkethos van assertiviteit, onderhandelingstechnieken en omgangsvormen op basis van gelijkheid, waar je elkaar stevig de hand drukt en recht in de ogen blijft kijken.

Niet alleen spelen er verschillende identiteiten door elkaar, ze hebben niet dezelfde waarde. Er is een hiërarchie. Je kunt niet, in mijn geval, de Pakistaanse en de Nederlandse identiteit zomaar aan elkaar gelijkstellen. Dan zou je voorbijgaan aan alle verworvenheden en bevochten vrijheden van de Nederlandse maatschappij. In Pakistan hebben vrouwen nauwelijks rechten; daar had ik geen van mijn boeken ooit kunnen schrijven of uitbrengen.

Dat is de realiteit. We moeten die niet proberen te bedekken met de mantel der multiculturele liefde, of zelfs onbesproken laten. Want we willen toch naar een samenleving toe met een hoge graad van participatie, waarbij talenten, kwaliteiten en verdiensten op de voorgrond treden.

Als je niet durft te praten over de hiërarchie tussen identiteiten, de taboes en de gevoelens van minderwaardigheid, ontstaat er nooit een klimaat waarin mensen uit zelfvertrouwen ongewenste culturele patronen kunnen doorbreken. Dan komt er geen soepele participatie tot stand. Diegenen die wel participeren zullen voortdurend geconfronteerd worden met vragen over hun roots – vragen die mensen gebruiken om zich te vergewissen van de achtergrond van de ander, in de veronderstelling dan te weten wat de ander denkt en waar die eigenlijk thuishoort, zich thuis zou horen te voelen.

Het zijn vragen waarachter stilletjes de wens schuilt dat de ander afstand doet van zijn niet-Nederlander zijn, om te integreren tot Nederlander. Maar een samenleving die meer doet dan lippendienst bewijzen aan het idee van meervoudige identiteiten die gekoesterd moeten worden, een samenleving die oprecht openstaat voor diversiteit, gebruikt nationale identiteit niet om verschillen tussen mensen te markeren.

Daarom moet iedereen in Nederland op zoek gaan naar wat je zou kunnen noemen zijn transnationale identiteit, of zijn moderne identiteit – in ieder geval de optelsom van verschillende ‘traditionele’ identiteiten, met daarbij de erkenning dat die niet allemaal dezelfde waarde hebben. Die opdracht geldt zowel voor migrant als voor niet-migrant. Door de komst van de allochtoon is immers ook de autochtoon geboren. Ook hij moet zijn identiteit herdefiniëren. Ook voor hem is de aarde waarin zijn wortels groeien, veranderd.

Prinses Máxima heeft bij de presentatie van het WRR-rapport de eerste moedige stap in die richting gezet door vraagtekens te plaatsen bij het bestaan van dé Nederlandse Identiteit. Ze moedigt aan tot het plukken van diverse vruchten, in plaats van de oogst te laten mislukken door eenkennigheid.