Een soort spookrijder

Schrijver Arnon Grunberg reist voor de tweede maal door Afghanistan met de Nederlandse troepen daar.

Deel drie in een serie.

Vroeg in de ochtend meld ik me in de eetzaal voor de patrouille naar het stadje Tarin Kowt.

Het is de laatste dag van de ramadan en enkele officieren vinden dat de patrouille niet door mag gaan. De laatste dag van de ramadan zijn de poorten naar de hel gesloten. Dat schijnt voor zelfmoordenaars aantrekkelijk te zijn.

„Wanneer gaan de poorten naar de hel weer open?” informeer ik.

De dag erop alweer. De hel is maar kort gesloten, wat ik in elk opzicht een geruststelling vind.

De pleger van een zelfmoordaanslag wordt hier kortweg ‘suicider’ genoemd. Naar verluidt loopt of rijdt er een suicider door Tarin Kowt, wat doet denken dat die suicider een soort spookrijder is.

Sectie 3.1. die voor de beveiliging zal zorgen heeft al veel te verduren gehad, de afgelopen weken, daarom zijn ze alert, legt majoor Gradus uit.

Ik zal bij de majoor in het voortuig plaatsnemen, een Patria, een gepantserd voertuig maar als je op een mijn rijdt gaat die er wel doorheen. Het voertuig luistert voor de duur van de patrouille naar de vriendelijke naam ‘papa’. „Waar is jouw vriend?” roept een militair tegen de tolk in voertuig papa.

„Bedoel je die dikke?” vraagt de tolk.

De dikke tolk blijft zoek.

Om klokslag zes uur rijden wij de poort uit.

Het kamp ligt niet ver van de stad die geen stad is, hooguit een uit de kluiten gegroeid dorp.

Majoor Gradus zegt dat ik uit het luik van de Patria mag kijken. Hij voegt eraan toe: „Als ik zeg bukken, dan buk je.”

Nu en dan wordt een waarschuwingsschot gelost om verkeer dat het konvooi te dicht nadert op afstand te houden. Alles wat te dichtbij komt is een potentiële suicider.

„Maar die waarschuwingsschoten vinden ze hier geen probleem,” zegt een militair. „Voor hen is een schot wat voor ons de claxon is.”

Bij het Ministry of Justice houden we stil. Het is met Nederlands geld gebouwd, maar op een andere raadselachtige manier blijkt nu acht meter van de muur te ontbreken en daar moet iets aan worden gedaan.

Kinderen omringen de Patria. Ze roepen: „Pen.”

Nederland deelt hier geregeld pennen uit aan kinderen.

De man op de ‘toren’ van het gepantserde voertuig, korporaal eerste klasse Martin, zingt, ‘too much love can kill you’ – zijn handen losjes op zijn wapen.