De vriendelijke autist

Savant Daniel Tammet lijkt zijn autisme te kunnen beheersen. Hij is er zo goed in dat hij de indruk wekt van een warme persoonlijkheid. Jannetje Koelewijn

‘Een reeks van vijftien cijfers’, zegt de interviewer. “Je mag er tien seconden naar kijken. Kun je ze daarna uit je hoofd opzeggen?”

“Ja hoor”, zegt Daniel Tammet.

“Ook andersom?”

“Ja hoor.”

“Daarna laat ik je een woord zien”, zegt de interviewer. “En dan zeg jij uit hoeveel letters het bestaat. Heb je dat eerder gedaan?”

“Nee”, zegt Daniel Tammet. “Maar het lijkt me interessant.”

“Zullen we het proberen vanmiddag?”

“Ja hoor”, zegt Daniel Tammet.

Hij lacht, verlegen. Hij zit in een zaaltje van NEMO, het science center in Amsterdam, zondag 23 september. Hij heeft net uitgelegd dat mensen zoals hij – aspergersyndroom, savant – verbazingwekkende dingen kunnen, maar geen bovennatuurlijke. Een getal van zes cijfers, ja, daarvan kan hij wel zien of het een priemgetal is of niet. Maar een groter getal? Dan moet hij gaan rekenen.

Mag hij vragen of hij vanmiddag met het publiek erbij geen testjes hoeft te doen? Hij voelt zich dan altijd zo uncomfortable.

Jammer voor hem, het moet toch. De interviewer – Rob van Hattum, inhoudelijk directeur van NEMO, wetenschapsjournalist bij de VPRO – doet alsof hij het niet gehoord heeft. Daniel Tammet leerde in een week IJslands en kan het getal pi tot 22.514 decimalen achter de komma uit zijn hoofd opzeggen. Die laat je niet uit Engeland overvliegen om hem alleen te laten vertellen over het boek dat hij over zichzelf geschreven heeft. Dus: “Als ik een doosje lucifers leeggooi, kun jij dan zien hoeveel het er zijn?”

“Dat kan niemand”, zegt Daniel Tammet. Nee, ook Kim Peek niet, de savant op wie de film Rain Man gebaseerd is. Rain Man roept 246 als een serveerster in een restaurant een doosje tandenstokers op de grond laat vallen. Volgens Daniel Tammet is dat een mythe.

Een broodje op het dakterras en dan naar de filmzaal van NEMO, die tot de laatste stoel bezet is met mensen die ook het aspergersyndroom hebben, of die er onderzoek naar doen, of die gewoon nieuwsgierig zijn naar deze man van 28, die als jongen altijd naar de grond keek, gek werd van het geluid van tandenpoetsen en nooit met andere kinderen speelde. Zijn vrienden waren de cijfers een tot en met negen, in alle mogelijke combinaties.

testje

Daniel Tammet vertelt zijn levensverhaal en dan mag hij op het podium komen zitten, naast Rob van Hattum. “Testje”, zegt die. “Ik ben geboren op 1 september 1955. Wat voor dag was dat?”

“Donderdag”, zegt Daniel Tammet na een seconde.

Op de muur achter hen verschijnt het getal 27943. “Is dit een priemgetal?”

“Waarschijnlijk wel.” Twee seconden. “Ja, een priemgetal.”

Dan een reeks getallen: 245763453324 767. Daniel Tammet kijkt ernaar, kijkt daarna de zaal in, wrijft achter zijn oor en herhaalt: 245763453324767. En nog een keer, van achter naar voren. Alleen bij de laatste 7 aarzelt hij even. Van het woord Supercalifragilisticexpialidoceous – uit de film Mary Poppins – ziet hij in ruim drie seconden dat het uit vijfendertig letters bestaat.

Hij maakt groepjes van vier van de letters of de cijfers, legt hij uit. Bij elk groepje ziet hij kleur en vorm, en daar maakt hij in zijn hoofd een landschap van. Als hij de letters of cijfers wil herhalen, wandelt hij door dat landschap en zegt hij wat hij ziet.

Aspergersyndroom: een vorm van autisme met normale tot hoge intelligentie, sociale problemen, weinig inlevingsvermogen, een voorkeur voor stereotiepe bezigheden en een afkeer van veranderingen als belangrijkste kenmerken.

Savant: iemand met uitzonderlijke geestelijke vermogens, zoals razendsnel rekenen, duizend boeken uit het hoofd kennen, na een keer horen een muziekstuk naspelen, of na een keer kijken een schilderij tot in detail natekenen.

Savants zijn bijna altijd (diepgestoorde) autisten, die niet naar zichzelf kunnen kijken en kunnen vertellen wat er in hen omgaat. Maar Daniel Tammet kan dat wel en dat maakt hem zo bijzonder. Zijn boek – Born on a blue day – gaat over de angsten die hij als kind had, zijn tics, zijn obsessies, zijn onvermogen om te begrijpen wat andere mensen voelen en denken.

temple grandin

Er is maar één ander voorbeeld bekend van een autist die ook zo goed over zichzelf kan vertellen: Temple Grandin, assistent professor dierwetenschappen aan de Universiteit van Colorado, die over zichzelf het boek Thinking in pictures schreef. Temple Grandin is geen savant, al is haar vermogen om visueel te denken indrukwekkend. Haar gedachten, schrijft zij, bestaan niet uit woorden, maar uit beelden waarin ze zichzelf projecteert. Net als bij dieren, denkt ze. Ze begrijpt nu waarom ze als kind zo bang werd van elke verandering in haar omgeving.

Oliver Sacks, de beroemde neuroloog uit New York, schreef over haar in zijn boek An Anthropologist on Mars, nadat hij bij haar op bezoek was geweest en haar een paar dagen had geobserveerd. Hij vindt het verbazend hoe Temple Grandin haar autisme onder controle heeft gekregen. Als driejarige kon ze niet praten, had ze de hele dag woede-uitbarstingen en werd ze door de psychiater als diepgestoord gediagnosticeerd. Nu lijkt ze een normale vrouw, die normaal functioneert. Verlegen en onhandig, dat wel. Maar ook nuchter, eerlijk, straight forward.

Hoe is Daniel Tammet?

Hij wordt in NEMO ook geïnterviewd door Dick Swaab, hoogleraar neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam. Dick Swaab is geen clinicus die patiënten behandelt, zoals Sacks. Hij is hersenonderzoeker. Hij weet van welke genen al bekend is dat ze betrokken zijn bij het ontstaan van autisme en tot welke veranderingen in het brein die leiden.

Bijvoorbeeld tot verminderde gevoeligheid voor de neurotransmitters vasopressine en oxytocine, waardoor sociaal gedrag moeilijk of onmogelijk wordt. Of tot verminderde productie van het hormoon melatonine, wat verklaart waarom autisten vaak slecht in slaap vallen. En dan de invloed van testosteron op het brein, voor de geboorte. Een autistisch brein wordt ook wel gezien als een extreem vermannelijkt brein.

Dick Swaab wil van Daniel Tammet weten wat zijn vader voor stoornis heeft. In Born on a blue day staat dat die vaakin een psychiatrische kliniek moet worden opgenomen, maar niet waarom.

“Epilepsie en schizofrenie”, zegt Daniel Tammet.

“En je grootvader?”, vraagt Dick Swaab?

“Epilepsie.” In het boek staat dat hij zo ziek was dat zijn vrouw van de psychiater het advies kreeg om van hem te scheiden. Er waren toen nog geen medicijnen tegen.

“Je hebt ook een broer met het aspergersyndroom”, zegt Swaab. “Heeft hij epilepsie?”

“Nee”, zegt Daniel Tammet.

“Ook geen speciale talenten?”

“Hij weet alles van de Red Hot Chili Peppers.”

Dick Swaab lacht tevreden. Hoe duidelijk kan het zijn dat de stoornissen met elkaar verwant zijn en dat er een genetische oorsprong is? Daniel Tammet had op zijn vierde een ernstige aanval van epilepsie, hij beschrijft die in zijn boek. Hij zat weer eens de lijnen in zijn handpalmen te bestuderen, wiebelend met zijn bovenlijf, toen het opeens leek alsof de kamer uit elkaar werd getrokken en het licht verdween. Als zijn vader hem niet meteen had opgepakt en naar het ziekenhuis had gebracht was hij er misschien wel in gebleven. Hij ademde niet meer.

Autisten hebben veel vaker dan niet-autisten epilepsie en Dick Swaab denkt dat het een gevolg is van de afwijkende manier waarop het brein van autisten zich heeft ontwikkeld. Hij denkt ook dat de epilepsie van Daniel Tammet het ontstaan van zijn savantisme kan hebben beïnvloed. Hij zegt dat in zijn werkkamer in het Nederlands Herseninstituut, een paar weken voor Daniel Tammets optreden in NEMO.

Hersencellen die tijdens de ontwikkeling op een verkeerde plek in het brein zijn terechtgekomen kunnen een epileptische aanval veroorzaken. Er kan dan schade in het brein ontstaan, vaak links boven het oor, waar onder meer het taalvermogen zit. Andere delen van het brein krijgen dan de overhand.

Maar het kan ook zijn, zegt Dick Swaab, dat de schade al voor de geboorte ontstaan is en dat die de epilepsie juist veroorzaakt. En heel soms ook savantisme. Hij vraagt in NEMO aan Daniel Tammet of bij hem na de epileptische aanval hersenschade is vastgesteld.

“Nee”, zegt die. “Niets.”

Dat maakt Swaabs tweede hypothese in dit geval het meest waarschijnlijk. Ook omdat Tammet zo taalvaardig is.

Oliver Sacks vindt Temple Grandin óók vreemd, al voordat hij haar gezien heeft. Zoals zij door de telefoon vertelt hoe hij vanaf het vliegveld naar haar instituut moet rijden! Als hij één aanwijzing niet begrijpt, begint ze helemaal opnieuw, in dezelfde woorden. Alsof het een formule is waar ze niet van durft af te wijken.

Temple Grandin biedt hem geen koffie aan. Ze vraagt niet hoe zijn reis is geweest. Ze praat maar door, zonder op te letten of het hem nog interesseert wat ze zegt. Ze laat hem, als ze naar haar huis zijn gegaan, zonder gêne haar slaapkamer zien. Ze gaat ongevraagd voor hem in haar zelfontworpen squeeze machine liggen, een soort tent die haar hele lichaam omvat, met het effect van een drukmassage. Het bevredigt haar behoefte aan aanraking, legt ze uit. Aanraking van mensen kan ze niet verdragen.

Daniel Tammet vertelt in Born on a blue day dat hij zichzelf heeft moeten leren om mensen aan te kijken en om niet eindeloos over het getal pi te praten. Hij heeft zichzelf ook geleerd om op reis te gaan en niet in paniek te raken als hij in het vliegtuig tussen jengelende kinderen zit. (Bladzijden lang beschrijft hij hoe hij zijn koffers afgeeft, door de douane gaat, op de borden let waardoor hij op weg naar de gate niet verdwaalt, en wat een geluk hij heeft als hij een stoel in een lege rij krijgt.) Daniel Tammet vindt het nog steeds vreselijk als zijn partner, Neil, hem onverwachts streelt. Maar hij heeft het leren waarderen als die stevig zijn armen om hem heen slaat.

Kan autisme overgaan?

Dick Swaab zegt voor zijn ontmoeting met Daniel Tammet wat hij vaker heeft gezegd: karakter is in het brein gegrift en is dus onveranderlijk. Maar hij begin wel te twijfelen als hij hem op zondag 23 september ziet binnenkomen in NEMO, samen met Neil. Twee slanke jonge mannen met stekelhaar en strakke shirts. Samen met Rob van Hattum van NEMO en de uitgever van de Nederlandse vertaling van Born on a blue day lopen ze naar het zaaltje waar ze de interviews van vanmiddag zullen voorbespreken.

Daniel Tammet lacht vriendelijk, kijkt nieuwsgierig rond, vraagt wanneer NEMO gebouwd is, knikt belangstellend en zegt vaak: “How nice.” Op het dakterras, een uur later, eet hij een wrap tussen in hun ondergoed rondrennende kinderen. De zon schijnt, de fontein is aan. Vanuit de stad klinkt het lawaai van de Van Dam tot Dam Loop. Er draaien drie fotografen om hem heen en Dick Swaab wil van hem weten of er wel eens een genetisch onderzoek in zijn familie is gedaan.

“Nee”, zegt hij.

Hij plukt aan zijn onderlip en trekt met zijn schouders. Verder is er niets bijzonders aan hem te merken. “Niet te geloven”, zegt Dick Swaab voor Tammets optreden in de filmzaal. “Het lijkt alsof hij zijn autisme kwijt is.”

Maar twee dagen later denkt hij dat niet meer. Alleen al die lezing van Daniel Tammet. Klonk goed, knap uit het hoofd gedaan. Maar hij hoorde veel zinnen die precies zo in zijn boek staan. Alsof hij formules uitsprak. En dan die rituelen. Elke ochtend 45 gram pap eten, altijd weten hoeveel kledingstukken hij aan heeft.

ouders

Dick Swaab vindt het niet aardig van zichzelf, maar hij vraagt zich af of de liefde die Daniel Tammet voor zijn ouders zegt te voelen wel echt is. Daniel Tammet vertelde hem dat hij weet wat de maatschappij van hem verwacht en zich steeds aanpast. Liefde voor ouders hoort daar ook bij. En wie bedenkt nou dat hij het getal pi tot 22.514 decimalen achter de komma uit zijn hoofd gaat leren? Daniel Tammet had hem ook verteld dat hij sinds kort schildert. Wat dan? Het getal pi! Oliver Sacks had het al vastgesteld: autisten schilderen nooit mensen.

Conclusie: Daniel Tammet is niet alleen geniaal in rekenen en taal, maar ook geniaal in de beheersing van zijn autisme. En dat, zegt Swaab, komt bijna nooit voor. Daniel Tammet is er zo goed in dat hij de indruk wekt van een warme persoonlijkheid.

Er is één ding dat volgens Swaab niet in deze analyse past: Tammets gevoel voor humor. Maandagavond 24 september, Pauw & Witteman. Na een rondje ik ben geboren op 15 augustus 1960, wat voor dag was dat? begint Jeroen Pauw over de acht broers en zusjes die Tammets ouders na zijn geboorte nog kregen. Suggestie: vreemd gezin. “Leuk hè?”, zegt Daniel Tammet. “Daardoor heb ik zo goed leren tellen.”

In het dagboek dat hij die week voor de Volkskrant bijhoudt, maakt hij de grap nog een keer.

Het boek van Daniel Tammet is in het Nederlands verschenen onder de titel Op een blauwe dag geboren, bij uitgeverij Nieuwezijds.