De stelling van Wil Tonkens-Gerkema: de rechter moet vooral eigenwijs en eigenzinnig blijven

Rechters dienen onafhankelijk, onpartijdig en integer te zijn. Maar ze maken ook fouten. Scheidend voorzitter Wil Tonkens-Gerkema van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, beroepsvereniging van rechters en officieren van justitie, spreekt met Folkert Jensma over legitimiteit van de rechter en de burger die hogere straffen wil.

Wil Tonkens-Gerkema is vicepresident van de rechtbank Amsterdam, werkt daar in de civiele sector en was de afgelopen zes jaar voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak. Foto's Roel Rozenburg Den Haag: 8.10.7 Mw. Tonkens. © foto Roel Rozenburg Rozenburg, Roel

Uw collega Willems van de ondernemingskamer reist vlak voor z’n vonnis in de ABN Amro-zaak op kosten van de bank naar New York voor een spreekbeurt. Dat is nogal een uitglijder.

„Je moet daar anders naar kijken. De eerste vraag is of je als rechter kunt meedoen aan het wetenschappelijk debat.”

Dat kan – uiteraard.

„Nou, er zijn ook rechters die vinden van niet. Die willen niet worden aangesproken op wat ze eerder hebben gezegd of geschreven. Zelf ben ik er niet bang voor. Het is stimulerend en interessant om te doen. Stap twee is dan of je je specifieke kennis deelt met één advocatenkantoor. Dat moet je overwegen. Ik doe het wel. Als er een kantoor belt of ik een praatje wil houden, dan doe ik dat. Maar ik heb ook collega’s die alleen optreden in cursussen die voor iedereen toegankelijk zijn. En dan is de derde stap of je reist op kosten van een kantoor. Daar moet je over nadenken.”

Nee toch? Dat weet een rechter toch meteen?

„Vindt u dat zo nauw luisteren? Er zijn toch ook journalisten die op reis gaan op kosten van een ander?”

Die bestaan.

„Ik ga niet op kosten van Houthoff Buruma-advocaten naar het Concertgebouw omdat ze daar sponsor zijn. Wel naar Zwitserland op kosten van uitgeverij Kluwer om daar cursus te geven aan Nederlandse advocaten. Ik keur dat niet af. Als voorzitter noch als collega. En dan kom je dus op stap vier. Je spreekt zoiets af in januari en in april krijg je de ABN Amro-bank op zitting, met datzelfde kantoor. Toen had Willems moeten zeggen: sorry, het gaat niet door. Maar uitglijden, nee, dat vind ik geen goed woord.”

Wat is het goede woord dan?

„Een verkeerde inschatting.”

Ook een rechter die een taxatiefout maakt is onaantastbaar.

„Als rechters zich misdragen kan de Hoge Raad schorsen of ontslaan. De raadsheer die werd veroordeeld wegens het slaan van z’n Oekraïense vriendin is vrijwel direct geschorst. Dus we zijn niet onaantastbaar. Als je in moeilijkheden komt moet je naar je president gaan.”

Wat zegt die dan?

„Bijvoorbeeld: ga jij maar niet meer naar de zitting. Ga maar achter je bureau zitten en vonnissen maken. Als het erger is: ga maar thuiszitten. En je kunt dus voor ontslag worden voorgedragen.”

Niemand weet hoeveel rechters doorbetaald in Nederland thuiszitten.

„Dat is waar. We zijn daar niet echt transparant in.”

Hoeveel zijn het er?

„Ik zou het niet weten. Een enkeling. Je zit al gauw in de sfeer van de arbeidsongeschiktheid. Als rechters niet goed functioneren, hebben we daar niet veel regels voor. Dat komt. Over een paar jaar. We gaan al zakelijker met elkaar om. Vroeger kon een gerecht het zich permitteren om mensen op de loonlijst te laten staan die niet functioneerden. Nu moeten ze allemaal hun begroting rond hebben en hun jaarplannen. Wie niet produceert moet er af. Er is een verharding in het arbeidsklimaat.”

Juicht u dat toe?

„Het kan niet anders. De verzakelijking heeft in onze organisatie lang op zich laten wachten. In individuele gevallen hebben we daar ook wel problemen mee. Maar daar ga ik niks over zeggen.”

Over integriteit wordt nog niet zo lang gediscussieerd.

„Tot tien jaar geleden is er nooit over nagedacht. Er wordt wel gezegd dat dat komt omdat we allemaal nette mensen zijn uit dezelfde maatschappelijke groep. Nu zou het dan zo massaal zijn geworden, dat het niet meer in de gaten is te houden. ”

Dat klopt toch?

„Ik vind het flauwekul. We gingen er vroeger wel van uit dat iedereen integer wás. Toen president Gisolf in Amsterdam aantrad, een jaar of tien geleden, stuurde hij een mailtje rond. Daar stond in: als je dronken achter het stuur zit of de belasting flest, kun je onmiddellijk opstappen. Maar in alle andere gevallen zal ik voor je opkomen. Dat er toen ook mensen waren die konden slaan, of porno… of het hele wetboek van strafrecht, daar hadden we nog niet zo erg over nagedacht. Dit vonden wij al erg genoeg.”

Dat heeft iets wereldvreemds.

„Het is de situatie waar we vandaan komen. Het Openbaar Ministerie heeft al veel langer een gedragscode. We hebben uiteindelijk ingezien dat je zoiets toch moet hebben. Wij hebben heel lang gedacht dat het niet nodig is. Dat we door regels op te schrijven, de verantwoordelijkheid van de mensen doodslaan. Als het niet in de regels staat, dan mag het. Maar later hebben we gezegd: je moet aan de buitenwereld laten zien dat je maatregelen treft. Daar hebben we hard voor moeten vechten bij de achterban.”

De rechters zijn in de post-Fortuyncrisis met de schrik vrijgekomen. Het vertrouwen is vrij stabiel gebleven.

„Wij hebben dat gevoel juist niet. Vraag een willekeurige rechter ‘voelt u zich veilig?’ En dan zal hij zeggen, nee totaal niet. We schieten nog steeds tekort in uitleg over wat we doen en waarom. Dat beseffen we meer dan ooit.”

Dat gevoel bestond pre-Fortuyn niet?

„De rechters waar ik als advocaat op zitting kwam, vóór 1980, kon het geen bal schelen wat iedereen van ze vond. Dit is mijn uitspraak en daar moet u het mee doen – die houding. De generatie rechters van nu heeft het gezag destijds zélf uitgedaagd. U kunt niet verwachten dat wij dan op ons gezag gaan zitten.”

De burger wil van u strengere straffen.

„Absoluut. Dat is ook niet zo erg. Lévenslang moeten ze krijgen, dat hebben wij, de arme nabestaanden, ook. Begrijpelijk. Maar zo werkt het niet. Er wordt hoger gestraft. De gevangenissen zitten heel veel voller dan vroeger. Wij luisteren naar de omgeving. Maar we zijn er niet van overtuigd dat het helpt, die strengere straffen. Strafmaat, net als schadevergoedingen en alimentaties moet je in onderling verband bekijken. Daarover kun je niet geïsoleerd, zonder enig verstand van zaken, een eigen oordeel hebben.”

Die kloof doet er dus niet zoveel toe?

„Ik ben niet bereid zo hoog te gaan straffen dat de burger zegt: goed gedaan. Het is geen Idolsfinale. Straf is onze verantwoordelijkheid. Mensen zijn best bereid je dat vertrouwen te geven. Zelf, als burger, kun je het niet.”

Hoe kijkt u terug op de dwaling in de Schiedammer parkmoord?

„Heel wat collega’s zeiden me dat ze hetzelfde zouden hebben geoordeeld. Ik durf achteraf wel te zeggen dat we te gemakkelijk met ingetrokken bekentenissen omgaan. Dat is bij de Puttense zaak ook gebleken. Uiteindelijk bekent iemand alles om er vanaf te zijn. Dat realiseren we ons onvoldoende. Alleen komen volgehouden bekentenissen maar heel weinig voor. Je moet vaak als rechter doorpakken, op je eigen overtuiging afgaan.”

Is er lering getrokken?

„Ja. Het is bijna traumatisch geweest. Iedere rechter voelt – dat kan mij dus allemaal overkomen. Het bewijs is lang niet altijd honderd procent rond. Het ergste is als je evident iets helemaal fout hebt gedaan. Daar is heel veel over gesproken.”

En waar leidde dat toe?

„Het OM heeft, handig als altijd, direct miljoenen geclaimd voor kwaliteitsverbetering. Binnen twee weken lag er een plan. Het OM is veel te afhankelijk van deskundigen bij technisch bewijs: wat ze hen wel en niet vertellen. Maar ja, zeggen die deskundigen dan, u hebt ons de goede vraag niet gesteld. Hoe moet je weten welke vragen je moet stellen om de goeie antwoorden te krijgen? Dat geldt ook de rechters. Het OM krijgt ‘tegenspraakofficieren’ die steeds moeten roepen waarom heb je dit niet gedaan, of dat. De zaak laten kantelen, dat is hun taak. Bij de rechters kwam er uit dat er bij dit soort zaken een vierde rechter wordt betrokken. Om uit te dagen, om te zorgen dat er één iemand is die de andere kant uitkijkt.”

Al jaren roepen hoogleraren als Crom-bagh, Van Koppen en Barendrecht dat de rechters te weinig deskundigen betrekken bij hun werk.

„Bij de Ondernemingskamer gebeurt het. Misschien moet het meer. Maar je haalt informatie naar binnen. Partijen moeten wel gelegenheid krijgen om er commentaar op te leveren.”

Barendrecht schrijft: los eens een schadezaak op met een accountant. Of betrek een psychiater bij een strafzaak.

„Ik kan dat begrijpen. Maar het heeft risico’s. Er zijn wel experimenten met intervisie met hulp van buitenstaanders: dat je gevolgd wordt met een camera erbij. Dan kijk je terug met iemand die er verstand van heeft. Dat kun je ook met deskundigen doen. Daar zijn we ook wel aan toe, om onszelf ook door andere ogen te zien. We hebben lang gedacht dat wat wij doen zó specifiek is, dat de buitenwereld er helemaal geen verstand van heeft.”

Waar zitten de zwakke plekken in de rechterlijke macht?

„In de doorlooptijden. Dat is ongehoord. In een aantal gerechten zijn het bijvoorbeeld alimentatie of bezoekregelingen, wezenlijke kwesties waar mensen wakker van liggen. Die kunnen onverantwoord lang duren. En de afhankelijkheid van deskundigen. Bij letselschade wist ik na verloop van tijd dat de ene deskundige whiplash ontkent omdat het op de röntgenfoto niet is te zien. En de ander vindt dat als iemand pijn heeft, je whiplash moet aannemen. Maar het kan toch niet zo zijn dat de beslissing van de rechter afhangt van de vraag of je meneer A of meneer B vraagt? Daar moeten we dringend iets aan doen. Het derde punt is gebrek aan specialisatie. Advocaten specialiseren steeds meer. Het is belachelijk dat wij dat niet doen.”

Waarom zijn er zo weinig allochtone rechters?

„We hebben lang gezegd dat de Rechterlijke macht niet per se een afspiegeling moet zijn van de samenleving. Maar als een groeiend deel van de bevolking een andere culturele achtergrond heeft, dan is het goed als je daar ook rechters van hebt. Anders legitimeer je het gevoel ‘uw rechtspraak is de mijne niet’. Je mist ook heel veel informatie. Dus het is in je eigen belang om er te zoeken. Maar makkelijk is het niet. In Amsterdam hebben we jaren gezocht naar een Surinaamse rechter – maar nooit gevonden.”

Kunt u de rechters krijgen die u hebben wilt?

„Heel lang hebben we ze uit de advocatuur betrokken. Dat is een stuk minder geworden. Dat kan te maken hebben met salariëring. Advocaten zijn gek veel gaan verdienen. Nu kan een advocaat zomaar tien keer meer verdienen dan een president. Er komen nu heel veel uit de ambtenarij. Net als in de Tweede Kamer. Ik vraag me af: willen we dat wel? Dat zijn mensen die gewend zijn in systemen en hiërarchieën te denken. En we willen ook eigenzinnige, creatieve types, die vrij denken en handelen.”

Is er nog ruimte om vrij te handelen?

„Het werk verandert. Er is veel meer druk op uniformiteit. Als een tasjesdief in de ene stad 6 weken krijgt en in de andere 6 maanden dan kan op internet iedereen dat zien. Er is meer behoefte aan afstemming en overleg. Aan de ene kant moeten rechters onderdeel willen zijn van beslismodellen en beleidsafspraken. Tegelijk moet je mensen hebben die slim en eigenwijs genoeg zijn om het vandaag toch anders te willen doen. Die zoek ik meer in de advocatuur.

„De rechter moet geen beslisambtenaar worden. Dat is wat dreigt. Je kunt overal modellen en bouwstenen voor je vonnis opzoeken – en voor je het weet gaat het op de automatische piloot. Dan verliezen we het vertrouwen echt. Daar zijn rechters niet voor. Eigenwijze, eigenzinnige mensen heb je nodig. Zoals Willems bijvoorbeeld.”