Boze boeren

Brussel hoopt op een nederlaag van premier Kaczynski bij de vervroegde verkiezingen in Polen op 21 oktober. Maar de boeren in de Karpaten gaan weer op zijn partij stemmen. „Hij is honderd procent beter dan zijn voorgangers.”

Jan Hozempa woont sinds mensenheugenis in hetzelfde krot, een vervallen boerderij achter een roestig hek. En zijn leven lang eet hij maïs en aardappelen, geteeld op zijn eigen veldje, eerst als kleine boer, nu als armlastige pensioentrekker.

Het communisme, de val ervan, democratie, de vrije markt. In Polen is vreselijk veel veranderd, maar niet het leven van Jan Hozempa.

„Ik wacht al achttien jaar’, zegt Hozempa, een kromgebogen opaatje met een vale pet. „De machthebbers maken het wel beter, maar alleen voor zichzelf. En aan boeren denken ze al helemaal niet. Misschien dat er nu eindelijk wat verandert.”

Trzebuskie Katy, een dorpje in het zuidoosten, in de Karpaten, is geen uitzonderlijk dorp. Het is net zo monotoon als andere Poolse dorpen. Een langgerekte hoofdweg met aan weerszijden hekken, honden en huizen. De kleine portemonnee – kaal beton – concurreert met de wansmaak – ‘Romeinse’ zuilen bij de ingang van de (Franse) bouwmarkt. De kinderen hier lijken volwassen, de volwassenen bejaard.

Niets bijzonders, zij het dat in Trzebuskie Katy iedereen stemt op Recht en Rechtvaardigheid (PiS). De conservatieve partij van de zittende premier Jaroslaw Kaczynski trok hier tijdens de laatste verkiezingen in 2005 86 procent van de stemmen, ook die van Hozempa. In Sokolów Malopolskie, de gemeente waaronder het dorp valt, was dat 78 procent. In geen enkele andere gmina, gemeente, haalde Kaczynski een beter verkiezingsresultaat. Dit is PiS-land bij uitstek.

Op 21 oktober gaan de Polen weer naar de stembus, tijdens vervroegde verkiezingen. Na twee jaar politieke instabiliteit, waarin Polen in de Europese Unie de reputatie verwierf van lastpak en dwarsligger, viel de coalitie van Kaczynski in augustus uiteen. In Brussel duimt menigeen voor een nederlaag van de Poolse premier, maar volgens peilingen is het helemaal niet uitgesloten dat PiS weer de grootste partij van het land wordt.

In Trzebuskie Katy helpen ze Kaczynski graag weer aan de macht. Hozempa: „Hij is honderd procent beter dan zijn voorgangers."

„Wat moeten die Hollanders van ons”, vraagt een boerin met een groot blauw schort, die geen behoefte heeft aan pottenkijkers. Verderop wil een door zon en vuiligheid zwartgeblakerd boerenechtpaar wel wat zeggen, maar anoniem. „Ik weet wat is geweest, maar niet wat komen gaat", zegt de vrouw, die oude lakschoentjes draagt. Haar man, die naar aarde en wodka ruikt, zegt: „We zijn al zo vaak te grazen genomen.”

Net als overal in Polen heeft de geschiedenis ook in de Karpaten diepe sporen getrokken. Eerst hielden de Oostenrijkers hier huis, daarna, met een kort Pools intermezzo, de Duitsers. De grote joodse – Chassidische – gemeenschap in het gebied werd weggevaagd. Na de oorlog kwam het communisme en na het communisme de armoede. De Poolse werkslaven die vorig jaar in Zuid-Italië werden bevrijd uit de klauwen van malafide arbeidsbemiddelaars, kwamen overwegend hier vandaan.

Jaroslaw Kaczynski had niet misstaan als een van de 300 inwoners van Trzebuskie Katy. Ook de premier is bekend om zijn diepgewortelde achterdocht. Jegens buurland Rusland, dat Polen binnen Europa wil isoleren. Jegens het andere buurland, Duitsland, Ruslands bondgenoot bij de bouw van een omstreden gaspijpleiding in de Oostzee, om Polen heen. Jegens de EU, die dat niet goed begrijpt en Polen maar lastig vindt. Maar zelfs jegens zijn eigen bank. Sterker nog: de premier gebruikt geen bankrekening, omdat hij bang is dat zijn vijanden hem compromitteren door een grote som geld naar hem over te maken. Beschuldigingen van corruptie zijn in Polen snel gemaakt, zo weet de premier, die ze zelf geregeld uit, maar al te goed.

Krystyna – ‘geen achternaam’ – bezit vrijwel niets en toch is ze als de dood dat iemand iets van haar zal afpakken. Thuis heeft ze een zwakbegaafde dochter en een kleinzoon, die „ook niet helemaal in orde" is. Toen ze de bijstand onlangs om wat extra geld vroeg, moest ze melden wat ze aan bezittingen heeft. Ze gaf op: een ploeg en een kapotte tractor. Over de meubels zweeg ze. „Straks eisen ze nog dat ik die verkoop."

Tien jaar geleden had Trzebuskie Katy geen telefoon of asfalt, intussen is er zelfs riolering. Maar Krystyna droomt van schoenen. Zelf loopt ze de hele dag op dikke wollen sokken, haar kleinkind draagt sandalen met kapotte riempjes.

Na veel papierwerk en angstzweet kreeg ze 60 zloty van de bijstand, 15 euro. „Niets eens genoeg voor één paar.” Maar wel genoeg om op 21 oktober opnieuw haar stem op PiS uit te brengen. De laatste twee jaar is het onder Kaczynski niet veel beter geworden. Maar dat verwacht ze ook niet meer. Ze wil niet gered worden. Ze wil wraak. „Van mij mag Kaczynski flink de bezem door dit land halen. Laat iedereen maar voelen hoe het is om arm te zijn.”

Het blauwe schort heeft zich bedacht. Haar frustratie is sterker dan haar achterdocht. Ze wil alsnog haar ei kwijt. „Daar in Warschau laten ze de hele dag scheten, in hun stoelen. Ze zitten er warmpjes bij, terwijl ik met een uitkering van 500 zloty mag rotten in de hel. En als ze stoppen met werken krijgen ze geld toe: gouden handdrukken, bonussen, wachtgeld. Wat krijg ik? Niets. Water en brood.”

Recht en Rechtvaardigheid kwam in 2005 aan de macht met de belofte een eind te maken aan de ongelijkheid. Eenderde van de 38 miljoen Polen woont op het platteland, in vaak moeilijke omstandigheden. Volgens Kaczynski is deze groep jarenlang achtergesteld door de elite, die het te druk had met economische hervormingen, met aardig gevonden worden in het buitenland en met ordinair graaien. Het is tijd, zegt hij, voor een morele revolutie.

Zijn voornaamste doelwit was de oud-communistische elite, de nomenklatoera. Die zou zich als een kwaadaardig gezwel in de Poolse samenleving en overheid hebben genesteld. Maar pogingen om te opereren, stuitten op grote bezwaren van het Hooggerechtshof. Toen de premier deze zomer 700.000 burgers wilde dwingen om te verklaren of ze al dan niet voor het communistische regime hadden gewerkt, grepen de rechters in.

Volgens Kaczynski is de vrije markt vooral goed geweest voor oud-communisten. Zij waren in 1989 de best opgeleide burgers van Polen, met een grote voorsprong op de rest. En daar hebben ze misbruik van gemaakt, bewust of onbewust gesteund door economische liberalen, die aandrongen op het verkleinen van staatsbemoeienis. Het was deze elite die Polen in 2004 onder ongunstige omstandigheden lid liet worden van de EU. Een Poolse boer krijgt een kwart van wat een West-Europese boer krijgt.

Al twee jaar lang veroorzaakt Kaczynski in binnen- en buitenland veel onrust met zijn soms haast bijbelse verhalen over de strijd tussen goed en kwaad. Maar volgens Jan Hozempa is dat niet zo raar. „Onze premier wil orde op zaken stellen, maar er zijn een boel mensen die dat niet willen. Zij willen dat alles bij het oude blijft en werken hem daarom tegen. En dat zorgt voor chaos, ja.” Een slachtvarken dat tegenspartelt geeft ook rotzooi.

Twee jaar geleden kon Kaczynski ook in steden rekenen op steun. Maar nu veel minder, zo voorspellen politieke analisten. De cowboystijl van de premier – eerst schieten, dan vragen stellen – heeft veel hoogopgeleiden afgeschrikt. Kaczynski weet dat. „Ik vertegenwoordig gewone mensen”, zegt hij tegenwoordig.

Onlangs hield PiS een ‘congres van Poolse dorpen’ in Wierzchoslawice, de voor boeren haast mythische geboorteplaats van de vooroorlogse premier en boerenleider Wincenty Witos. Daar beloofde Kaczynski dat hij de boeren altijd zal beschermen. Poolse boeren betalen nauwelijks belasting en dragen ook veel minder bij aan het ziekenfonds dan stedelingen, een situatie die zwaar op de Poolse begroting drukt. Maar Kaczynski gaat dat niet veranderen.

Ook als hij op 21 oktober verliest, zijn urgente hervormingen op dit vlak de komende jaren vrijwel uitgesloten. Kaczynski’s tweelingbroer, Lech Kaczynski, is namelijk president van Polen. En die zegt dat hij alle voor boeren ongunstige wetten zal vetoën, mochten de liberalen aan de macht komen. De broers hebben Polen voorlopig hoe dan ook in een houdgreep.

„Misschien overdrijft Kaczynski”, zegt boerin Anna Kraska. „Maar er zit zeker een kern van waarheid in wat hij zegt: de boeren zijn vaak bij de neus genomen.” Kraska is al vijf jaar de soltys (het dorpshoofd) van Trzebuskie Katy. Voor lokale begrippen is ze succesvol. Op haar mond zit een toefje crème, tegen een koortslip. Voor de deur staat een nieuwe en frisgewassen auto, naast een keurig gazon. Binnen staan bruinleren meubels.

Kraska vertelt over de vleesfabriek, vlakbij Trezbuskie Katy, die onder het communisme werk verschafte aan duizenden boeren en slagers. Na 1989 ging het bedrijf vrijwel meteen failliet. Een slimme ondernemer kocht daarna de inboedel, voor een habbekrats, en zette de fabriek gewoon voort. Schuldeisers stonden in de kou. „Veel boeren uit de buurt zijn gedupeerd”, zegt Kraska. „Ze hebben slachtvee geleverd, maar zijn nooit betaald."

Bijna elke plaats in Polen kent dit soort verhalen. Met andere acteurs, andere bedrijfstakken, maar altijd hetzelfde scenario. En voor menigeen is dat onbegrijpelijk. „Het communisme dwong mensen tot saamhorigheid”, zegt Krystyna. „Het was een armoedig bestaan, maar er was werk voor iedereen. Nu is er vrede, maar alleen sommige mensen hebben het beter. Die gaan naar Mallorca met vakantie, terwijl ik onze eigen Oostzee nog nooit heb gezien.”

Stanislaw Janecki, hoofdredacteur van maandblad Wprost, zei onlangs dat de Poolse elite zelf de toorn van het platteland over zichzelf heeft afgeroepen. Jarenlang regeerde de arrogantie en zelfingenomenheid. Kaczynski is volgens Janecki de eerste premier die niet met zijn rug naar het volk regeert. Hij zegt overigens ook dat de premier lijdt aan het ‘sociologensyndroom’: Kaczynski ziet het probleem, maar niet de oplossing.

Polen heeft altijd boerenpartijen gehad, maar die waren ofwel veel te radicaal – en daardoor gedwongen tot een marginaal bestaan. Of ze kozen onder de politieke kaasstolp in Warschau voor compromissen. Kaczynski is net mainstream genoeg en heeft, dankzij de enorm gunstige economische situatie waarin Polen op dit moment verkeert (6 procent groei), maar weinig politieke vrienden nodig. Hij kan het zich permitteren om hard te zijn.

„Politici zeggen voor en na de verkiezingen altijd wat anders”, zegt de schoolbuschauffeur van het dorp, die jarenlang werkloos was en sinds kort duizend zloty per maand verdient voor twee uur werk per dag en zo nu en dan een schoolreisje. „Kaczynski zegt altijd hetzelfde. En hij doet wat hij zegt: hij gooit mensen die niet deugen, de gevangenis in.” Hozempa, met een twinkeling in zijn oude ogen: „Ja, hij stuurt ze met vakantie.”

De grootste concurrent van Kaczynski is Burgerplatform (PO), een rechtsliberale partij die sterk is in de steden. Onlangs beschreef dagblad Dziennik dat de liberalen voet aan de grond willen krijgen in Poolse dorpen. Want, zo gaat het, wie het platteland verovert, verovert Warschau. Maar ‘operatie Gmina’ loopt vooralsnog moeilijk: op een campagnebijeenkomst in een dorp op twee uur rijden van Warschau meldden zich vijftig zielen. En lang niet allemaal boeren.

„Kaczynski gaat opnieuw winnen”, zegt priester Wladyslaw Szwed, tijdens een gesprek in zijn parochiewoning. Hij heeft vlezige lippen, een wat platte neus en een gespierd lichaam. Zonder soutane, gekleed in een zwarte broek en een zwarte coltrui, ziet hij eruit als een lijfwacht of een bokser, maar zodra zijn mond opengaat, klinkt de zalvende toon van een Poolse kerkdienaar. En die van een lobbyist.

Hiervoor werkte de priester in Rszeszów, de nabijgelegen grote stad. Het werk op het platteland bevalt hem veel beter. „In de stad is veel amusement voor jongeren en dat is het begin van het liberale denken, het begin van het einde. Maar hier is gelukkig geen afleiding. Ze werken op het land, gaan naar school en gaan naar de kerk.” Zeventig procent van de lokale bevolking gaat op zondag naar de mis, het hoogste percentage van Polen.

Kaczynski ligt onder vuur om zijn openlijke flirt met het radicale Radio Maryja. Maar volgens priester Szwed is er niets mis met de ultrakatholieke en bij vlagen antisemitische radiozender. „Iemand moet de samenleving toch verlichten? Er zijn al zoveel liberale radiozenders.” Openlijk stemadvies geeft hij niet. Dat hoeft ook niet. „Iedereen weet dat er maar één partij deugt. De rest is te liberaal of te links, dus niet echt katholiek.”

Iedereen? Nee, niet iedereen. In Trzebuskie Katy blijkt één gezin te zijn dat op de liberalen stemt. Het woont in het mooiste huis in het dorp, met het mooiste hek en met een prachtige tuin, boordenvol bloemen. Marta, de dochter des huizes, doet open. „Mijn vader is in dit dorp een van de weinigen van zijn generatie die hebben gestudeerd”, zegt ze. „En daardoor heeft hij beter werk.” En een mooiere tuin.

Zelf heeft de jonge vrouw journalistiek en communicatie gestudeerd, maar de laatste negen maanden heeft ze in Spanje gewerkt als fruitplukster, in navolging van honderdduizenden leeftijdgenoten. „Er is werk in Polen, maar het zijn slechte banen. Ik sta liever goed betaald in Spanje op een veldje dan hier in een winkel. En ik heb in Spanje het strand om de hoek.” De keus tussen een tranenzee en de Middellandse Zee is snel gemaakt.