Babyloniënbroek – Almkerk

Joyce Roodnat wandelt door Nederland en de rest van de wereld. Deze week in het Noord-Brabantse Land van Altena

Borden waarschuwen voor modder op het asfalt. Die modder is er inderdaad, maar in uitgerolde, ingedroogde plakken, dus daar valt geen gein mee te beleven. De modder die nog wel actief is, suddert op de graspaden en verwelkomt zachtmoedig de voeten.

In Babyloniënbroek staat een kerk. Natuurlijk staat er een kerk. Overal staat er in deze streek een kerk, in Waardhuizen is het een übersober geval, zonder toren en met een gevelsteen: ‘Ebenhaezer 1920’. (Want tot hiertoe heeft de Heer ons geholpen. Toch?).

Ook in Babyloniënbroek kent de kerk geen praal. Wel pracht, en kauwtjes landen er gaarne op de gouden staart van de torenspitshaan.

„De man van tante Neeltje was hier schout’’, weet zwager.

„Tante Neeltje?’’

„Ja. In de achttiende eeuw’’.

We lopen het dorp uit. Zwager: „Een gebiedje van niks. Maar wel twéé kerksplitsingen.’’

Tevreden stellen hij en man vast dat er zo’n scheuring werd geboren in de schuur van een hunner voorvaderen. En ze herinneren zich het verhaal van oom Piet, uit Uitwijk, daar komen we straks langs. Oom Piet ging failliet. „Die was zo gelovig, die had geen tijd om te werken.’’

Ik denk aan de kerk van daarnet. En aan de poëzie aan het kerkhofhek waarin de dichter Pier van Damme spreekt van „dit lieve land’’. Van Damme komt uit Sleeuwijk, dat is vlakbij, hij weet waar hij het over heeft.

Ik kijk om me heen en ik snap hem.

De herfstzon strijkt met een zacht kwastje licht over de akkers met aardappelloof en uitgeschoten kool en ziekelijke maïs. Het raakt aan de kuierpaden, de lege asfaltwegen, de gestrekte lappen grond. Verder leunt die zon op de rijen verkleurende populieren en op de bomen in groepjes die zich tezamen boven het platte land verheffen. De sloten doen rechtzinnig, maar in de verte slingeren ze vaak toch wat. Op hun wallekanten glanst het gras of het pas gepoetst is. Achter een rode trekker wordt de bodem open geploegd, wat een troep meeuwen opvat als persoonlijke service – ze volgen de trekker en strijken telkens neer in de verse voren.

Vredig en stilletjes houdt zich dit land, dat zich verrijkt met kleine genoegens. Zo laat een club mannen naast een enorm boerenbedrijf modelauto’s rondjes brommen op een zelf aangelegde racebaan. Bij Almkerk heeft een natuurvereniging in de bermen langs de akkers uitbundige hoeveelheden veldbloemen gezaaid.

Onze schaduwen krijgen lange benen. Zwager wijst: „Kijk, een stralenkrans, rond de schaduw van je hoofd. Je heiligenschijn. Een ander ziet ’m niet. Die zie je alleen zelf.’’

15,5 km. Wandeling op basis van ‘Fietskaart Land van Heusden en Altena’, met wandelpaden. Uitg. Toeristisch Bureau Altena Biesbosch. Te koop bij VVV-kantoren ter plekke.