‘Angst voor chaos drijft president China’

Vrijheid van denken moet van de Chinese president Hu Jintao een van de voornaamste beginselen van de communistische partij zijn. ‘Maar hij is geen hervormer.’ Maandag begint in Peking het zeventiende partijcongres.

Sommigen zouden in de Chinese president Hu Jintao graag een nieuwe Gorbatsjov willen zien, een hervormer die zijn land uit het keurslijf van de Communistische Partij durft te tillen. Maar dan vergissen ze zich, zegt China-deskundige Willy Wo-Lap Lam.

Als de vergelijking tussen Rusland en China al opgaat, dan is Hu geen Gorbatsjov maar eerder een Poetin: een doorgewinterde autocraat die de touwtjes zelf strak in handen wil houden. „Hu is geen voorstander van grote politieke verandering, hij wordt gedreven door een diep gewortelde angst voor chaos.”

Toch zal president Hu Jintao in zijn openingstoespraak voor het landelijke partijcongres, dat maandag begint, ‘vrijheid van denken’ noemen als een van de belangrijkste partijbeginselen.

Deze ‘vrijheid van denken’ komt uit de koker van wijlen partijsecretaris Hu Yaobang, de meest liberale politicus uit de moderne geschiedenis van China wiens dood de directe aanleiding was voor de studentenopstand op het Plein van de Hemelse vrede in 1989. Hu Yaobang werd in 1987 uit zijn functie gezet als secretaris-generaal van de Communistische Partij omdat hij te lankmoedig zou optreden tegen voorvechters van meer democratie in China. In april 1989 liep een herdenkingsbijeenkomst na zijn overlijden uit op een demonstratie op het Plein van de Hemelse Vrede die uiteindelijk door het leger bloedig werd neergeslagen.

Dat Hu Jintao dezelfde bewoordingen als Hu Yaobang gebruikt is op zich niet verrassend. De huidige president was namelijk een beschermeling van Hu Yaobang in de jeugdliga van de Communistische Partij en werd door hem systematisch naar voren geschoven. Maar ondanks zijn oude band met Hu Yaobang staat Hu Jintao toch vooral bekend als uitgesproken conservatief. Zo is onder zijn bewind de controle op intellectuelen,internet en andere media aanmerkelijk aangescherpt. Volgens Willy Wo-Lap Lam, hoogleraar Chinastudies aan de universiteit van het Japanse Akita en Hongkong en publicist bij onder meer de befaamde Amerikaanse denktank JamestownFoundation, is Hu’s voorgenomen ‘vrijheid van denken’ slechts propaganda.

In een hotel in Hongkong legt Lam uit dat dit partijcongres en de aangekondigde partijbeginselen niet zozeer om democratische principes gaan, als wel om een schimmig machtsspel achter de schermen van het Permanente Comité van het politburo, het hoogste orgaan van de Chinese Communistische Partij.

Op het gebied van democratie ziet Lam slechts hele kleine stapjes. Zo zijn voor het eerst de namen vrijgegeven van verkiesbare leden in het Centraal Comité van de partij. Er is ook iets meer keuze uit kandidaten. In plaats van uit 220 kan nu uit 230 kandidaten gekozen worden voor 200 posities in het Centraal Comité.

„Feitelijk hebben de congresleden nu meer keus. Maar de nieuw gekozen leden van het Centraal Comité moeten op hun beurt weer de leden van het nieuwe politburo kiezen. In de praktijk gaat het slechts om een rituele handeling omdat die lijst reeds is samengesteld door het demissionaire Permanente Comité van het politburo. Deze gesloten cirkel van macht is middeleeuws”, aldus Lam.

De conservatieve visie van president Hu Jintao op de rol van de Communistische Partij in de Chinese samenleving blijkt ook uit de harde kritiek die hij vorig jaar leverde op hervormingen binnen de communistische partij van Vietnam. Ook zijn openlijke steun en bewondering voor het Noord-Korea van Kim Jong-il en het Cuba van Fidel Castro, geeft aan dat het geloof van de Chinese president in de partij onwrikbaar blijft.

Maar met zijn behoudende opstelling heeft Hu niet zonder meer de steun van de doorgewinterde maoïsten binnen de linker vleugel van de partij, die na het toelaten van ondernemers in de partij in 2002 op een zijspoor zijn geraakt.

Volgens Lam ligt Hu onder vuur van zowel de liberalen, die vinden dat de president niet ver genoeg gaat in zijn hervormingen, als van de maoïsten die vinden dat zij na de introductie van de opendeurpolitiek van Deng Xiaoping worden uitgebuit door de nieuwe heersende klasse.

Lam: „Met zijn partijbeginselen ‘vrijheid van denken’ en ‘eerlijke verdeling van welvaart’, probeert Hu beide kampen tevreden te stellen.”

Liberalen binnen de partij zijn van mening dat er eerst een scheiding moet komen tussen partij en staat. „Toen Deng Xiaoping de opendeurpolitiek in 1987 propageerde, maakte hij duidelijk dat de partij gescheiden moest worden van de staat om democratie te bewerkstelligen. Maar na de studentenopstand op het Plein van de Hemelse Vrede is de scheiding van partij en staat nooit meer op de agenda geweest”, zegt Lam.

Volgens Lam is China er – in tegenstelling tot Rusland – tot nu toe in geslaagd om economisch te blijven groeien zonder politieke hervormingen of verschuivingen. Daarvoor zijn verschillende redenen. Op het platteland heeft de partij de rust tot nog toe weten te bewaren door enerzijds financiële impulsen te geven en anderzijds keihard optreden tegen plaatselijk verzet. Daarnaast heeft de partij greep op de industrie gehouden, doordat zij nog steeds een groot deel van de grotere bedrijven zelf in handen heeft.

„De belangrijkste reden is echter dat de staat de steun heeft van de middenklasse en van een groot deel van de intelligentsia”, zegt Lam.

Hij stelt vast dat de middenklasse, die haar welvaart dankt aan de onstuimige groei van de economie, vooral apolitiek is: zij zijn niet gebaat bij politieke hervormingen en in hun ogen kan de partij het land het beste besturen.

Volgens Lam wil Hu voor alles de harmonie in de samenleving bewaren en heeft hij zich daarom definitief afgekeerd van een meerpartijenstelsel. „Dat heeft te maken met een diepgewortelde angst voor chaos en verval. Maar om in het zadel te blijven moeten Hu en premier Wen Jiaobao wel de schijn van democratische ontwikkeling ophouden. Want ze moeten weten wat er onder de bevolking leeft en waar de knelpunten liggen. Daarom wordt er wel meer gepraat”, aldus Lam.

De harmonieuze samenleving van Hu is dus niet gebaat bij grote democratische verschuivingen. Maar tegelijk kan de Communistische Partij zich ook niet handhaven als economische wereldmacht zonder een deugdelijk rechtsysteem en een transparant bestuur, denkt hij.

En dan heeft Lam het nog niet eens over de catastrofale vervuiling van het Chinese milieu. Volgens hem zijn niet de democratische hervormingen of de sociale spanningen tussen platteland en stad de grootste bedreigingen voor de stabiliteit. In de nabije toekomst dreigt vooral gebrek aan goede drinkwatervoorzieningen door vervuiling. „De komende vijf tot tien jaar is de situatie nog houdbaar. Daarna zijn de rampen niet te overzien”, stelt Lam.