Aan tafel bij ‘Prins Harry’ en Kluun in Frankfurt

Twee Nederlandse schrijvers viel tijdens de Frankfurter Buchmesse de eer te beurt van een diner met al hun buitenlandse uitgevers: Harry Mulisch en ‘Ray’ Kluun.

Het is een paar jaar rustig geweest, maar dit jaar zijn ze massaal gekomen: Nederlandse schrijvers op de Frankfurter Buchmesse. Jan Siebelink en A.F.Th. van der Heijden werken onder regie van hun Duitse uitgevers een reeks lezingen, interviews en signeersessies af. Renate Dorrestein sluit een contract voor de verfilming van drie van haar boeken en Pieter Waterdrinker houdt zijn nieuwe boek Montagne russe ten doop. En twee auteurs is de klassieke Frankfurt-eer ten deel gevallen: een diner met al hun buitenlandse uitgevers. Harry Mulisch en Kluun op respectievelijk woensdag- en donderdagavond.

De twee gelegenheden liepen ongeveer evenveel uiteen als het werk van de tachtigjarige Nobelprijskandidaat en de iets meer dan half zo oude auteur van Komt een vrouw bij de dokter. Wel hebben Kluun en Mulisch ongeveer evenveel uitgevers: hun werk wordt in meer dan twintig talen vertaald. Het diner voor Mulisch vindt plaats in de statige Frankfurter Hof. „Een avond met oude vrienden”, noemt de schrijver het. En met nieuwe vrienden. „Dit is de eerste keer dat ik Harry Mulisch zie”, bekent de Hongaarse uitgever bij de in basilicum gemarineerde scampi’s. „Een paar jaar geleden zei iemand me dat ik Siegfried moest uitgeven. Dat heb ik toen maar gedaan.” De Hongaar is een van de jongsten in het overwegend uit mannen bestaande gezelschap. Ook de Russische en Noorse uitgevers van Mulisch zijn relatief nieuw.

Dat geldt niet voor Michaël Kruger, Mulisch’ Duitse uitgever die ‘prins Harry’ aan tafel aanspoort om nu eindelijk weer eens een roman te schrijven. De kans daarop lijkt klein. „Natuurlijk doe ik dat niet”, zegt Mulisch na afloop in de lobby van het hotel. „Ik doe lekker wat ik zelf wil.”

Op een heel andere manier geldt dat laatste ook voor Kluun (Ray Kluun voor buitenlanders). Zijn gezelschap wordt op donderdagavond naar de rand van het centrum van Frankfurt gedirigeerd, alwaar een oude fabrieksruimte is verbouwd tot trendy restaurant met aanpalende nachtclub. Kluuns uitgevers (Komt een vrouw bij de dokter is verkocht aan 24 landen, waaronder China, Korea en Japan) zijn met ongeveer evenveel als die van Mulisch, maar de meesten zijn een slordige twintig jaar jonger. En ze zijn vrouw. „Ik heb zo moeten huilen om het boek”, zegt de redacteur van het Portugese Precenca.

Een tafelschikking ontbreekt in het restaurant en ook verder heerst er een milde anarchie. De muziek staat zo hard dat het lastig is om verstaanbaar te zijn. De Deense uitgever gaat buiten een sigaret roken en blijft zo lang weg dat zijn voorgerecht (een pastaschotel) door het personeel alweer weggehaald dreigt te worden. Een van de uitgevers vertrekt nog voor het hoofdgerecht omdat zij nog borstvoeding moet geven. Aan tafel gaat een stapel vertalingen rond van Komt een vrouw bij de dokter die vooral met aandacht wordt bekeken door de uitgevers bij wie de vertaling nog moet verschijnen. „Wij hebben lang getwijfeld over de titel”, zegt de redacteur van het Spaanse Planeta. „Maar als je het vaak genoeg zegt, is het niet vreemd meer. Het boek is een van onze belangrijkste uitgaven van het komend voorjaar. Omslag en titel moeten precies goed zijn, want het aanbod in Spanje is zo groot dat het boek anders binnen de kortste keren weer uit de winkel verdwenen is.”

Het boek blijkt in vrijwel ieder land anders te heten: Love life in Engeland, En plein coeur in Frankrijk en de Tsjechische uitgave ligt in de winkel met de titel De derde helft. Liefde in tijden van kanker. De meeste titels staan ook gedrukt op de servetten die uitgeverij Podium speciaal voor de gelegenheid heeft laten maken en die door Kluun voor zijn uitgevers worden gesigneerd.

Tegen middernacht verplaatst het gezelschap zich naar de tjokvolle nachtclub, waar Kluun anoniem in de menigte verdwijnt. Dat is heel anders als hij zich twee uur later in de lobby van de Frankfurter Hof meldt, waar hij dadelijk en zeer hartelijk wordt begroet door verschillende Nederlandse uitgevers, van wie een enkeling later nog zal toegeven dat het manuscript van Komt een vrouw bij de dokter door zijn bedrijf destijds is afgewezen. Kluun toont zich nog wel enigszins verwonderd over de aanblik van de internationale uitgeefelite. „Dit is dus waar het allemaal gebeurt? Ik ben dit soort feestjes gewend uit de reclamewereld. Daar ziet iedereen er toch net iets anders uit.”