Weggooien bestaat niet

Edward Burtynsky maakt foto’s van industriële landschappen. Jennifer Baichwal filmde hem aan het werk in China. „Hier leeft niets meer, behalve mensen.”

Het eerste dat opvalt in de film is de stilte. Hoe kunnen zoveel mensen zo weinig lawaai maken? Duizenden arbeiders moeten er aan het zwoegen zijn in de fabriek in de Chinese stad Xiamen – de werkvloer is een kleine kilometer lang. Maar niemand zegt een woord. Traag trekt de camera langs de eindeloze rijen werkbanken, waar in het geel geklede jonge mannen en vrouwen met vliegensvlugge handbewegingen strijkijzers in elkaar zetten. Nergens wordt gegrapt, gelachen of geroddeld. Als soundtrack klinkt alleen het gedreun van de machines.

Tien minuten deed de Canadese regisseur Jennifer Baichwal (1963) erover om, in een golfkarretje, van de ene kant van de fabriekshal naar de andere te rijden. De beelden die ze onderweg filmde, vormen het openingsshot van haar documentaire Manufactured Landscapes, die sinds gisteren in de Nederlandse filmhuizen draait. Het zijn tien lange, beklemmende minuten. Tien minuten waarin niets spectaculairs gebeurt – maar toch blijf je gehypnotiseerd.

„De sfeer in de fabriek was bizar”, zegt Baichwal. „Gezellig kletsen was er niet bij. In Europa of Amerika zouden mensen zich omdraaien en vragen wat we aan het doen waren. Maar deze mensen bleven maar doorwerken. Je zag ze hoogstens even vluchtig opkijken. Het was stil in die fabriek, eng stil.”

Jennifer Baichwal reisde naar China om een film te maken over haar landgenoot Edward Burtynsky (1955), een in Noord-Amerika zeer gevierde landschapsfotograaf die zich vooral richt op de minder mooie kanten van onze wereld. Al meer dan 25 jaar doet Burtynsky verslag van wat hij ‘het landschap van onze tijd’ noemt. Zijn onderwerpen zijn steengroeven en mijnen, afvalbergen en giftige rivieren. De littekens, kortom, die de mens uit naam van de vooruitgang in de natuur heeft aangebracht. Tot nu toe richtte Burtynsky zijn camera vooral op de uitwassen van de westerse consumptiemaatschappij, maar nu China hard op weg is de grootste vervuiler ter wereld te worden, heeft hij zijn grenzen verlegd.

De regisseur en de fotograaf

zijn deze week samen in Nederland om hun werk te promoten. In het Gemeentemuseum Helmond ging dinsdag Burtynsky’s tentoonstelling Industrial Landscapes open, met zo’n zeventig fotowerken zijn eerste Europese overzicht. Twee dagen eerder was in het Helmondse Filmhuis de Nederlandse première van Manufactured Landscapes gevierd, een film die in eigen land al meerdere prijzen in de wacht sleepte, waaronder de Reel Current Award. Die prijs werd Baichwal dit voorjaar op het Nashville Filmfestival overhandigd door Al Gore. De voormalig vicepresident van de Verenigde Staten noemde haar documentaire ‘een buitengewoon aanwezige, mooie, inzichtelijke, rakende en toch provocerende film’.

De film mocht geen doorsnee kunstenaarsportret worden, vertelt Baichwal terwijl ze naast Burtynsky op een bankje in het Gemeentemuseum zit. De regisseur maakte eerder documentaires over de schrijver Paul Bowles en de fotograaf Shelby Lee Adams. „Ed is eerder de schrijver dan het onderwerp van de film”, zegt ze. „Ik ben hem gevolgd in zijn wereld, maar zelf is hij nauwelijks in beeld. Je zult in deze film niet de onvermijdelijke donkere-kamerscène aantreffen, of een shot van de kunstenaar die in gedachten verzonken wegloopt. Dat soort saaie kunstenaarsfilms is er al genoeg.”

Het startpunt van Manufactured Landscapes zijn de foto’s zelf. Baichwal filmde op exact dezelfde locaties als Burtynsky fotografeerde, en gebruikte soms zelfs exact hetzelfde standpunt. Maar waar het in Burtynsky’s monumentale fotowerken draait om het overzicht, om de weidse blik, gaat het bij Baichwal om de details. Ze laat haar camera verdwalen in het industriële landschap van zijn foto’s. Haar oog valt op die ene fabrieksarbeider die tijdens het werk in slaap is gevallen, op die ene auto die scheef staat op een immens parkeerterrein.

„In plaats van een stap naar achteren te zetten om zijn werk te kunnen beschouwen, heb ik ingezoomd”, zegt Baichwal. „Ik loop er als het ware in rond. Er gebeurt veel in zijn foto’s, er gaan talloze verhalen in schuil. In de film kon ik die allemaal volgen, want het scenario lag niet vast. Dus kon ik gerust minutenlang een werkneemster gaan bestuderen die heel secuur het spuitmechanisme van een strijkijzer schoonspoelt.”

Soms, vertelt Edward Burtynsky, heeft hij zich wel eens afgevraagd of de film wel over hem ging. „Jennifer richtte haar camera haast nooit op mij. En vaak bleef ze nog een tijdje hangen op een plek, als ik alweer onderweg was naar een volgende locatie. „Ga jij maar vast vooruit”, zei ze dan. „Want jij kan sneller fotograferen dan ik kan filmen.’ ”

Waar Manufactured Landscapes vooral over gaat is het besef dat we de aarde nu wel in een heel rap tempo aan het uitputten zijn. De mensheid verdrinkt zowat in haar eigen troep. Met name in China nemen de afvalbergen groteske proporties aan. Baichwal filmde de bewoners van een zogenaamde e-waste vuilnisbelt in de provincie Zhujiang, die met de hand nog wat bruikbare onderdelen uit oude mobiele telefoons en computers halen. De toxische dampen waren op vijf kilometer afstand te ruiken, vertelt ze. Gifstoffen als lood en fosfor stromen rechtstreeks de rivier in. Schoon drinkwater is er niet meer. Dat moet nu geïmporteerd worden.

Baichwal en Burtynsky hopen dat de kijker zich na het zien van haar film en zijn foto’s wat bewuster zal zijn van de spullen die hem omringen. Ze laten tot in detail zien hoeveel handelingen er wel niet aan te pas komen om zoiets eenvoudigs als een strijkijzer in elkaar te zetten. Maar ze tonen ook de schroothoop waar het apparaat terecht komt als het is overleden. „Ik zie het leven van voorwerpen in drie fasen”, legt Burtynsky uit. „De tijd dat wij zo’n ding gebruiken is maar heel kort. Ik ben vooral geïnteresseerd in ‘the before and after’. Want afval is natuurlijk niet het einde. Weggooien bestaat niet. Er is niet zoiets als ‘weg’. De troep gaat alleen ergens anders heen.”

Het is Burtynsky’s gave dat hij er steeds opnieuw in slaagt van die troep buitengewoon aantrekkelijke foto’s te maken. Een stortplaats voor elektronische circuitplaten ziet er, gezien door zijn ogen, uit als een kleurrijk herfstbos. Een eindeloos veld van stukjes speelgoed lijkt net een abstract schilderij van Pollock. „Het is knap hoe hij steeds weer schoonheid ziet op lelijke plekken”, zegt Baichwal. „Ik ben er ook geweest, maar kon er niets moois aan ontdekken. De foto’s van Ed zijn nogal ambigu. Ze zijn esthetisch maar ook politiek. Je kijkt ernaar en denkt: dit is een prachtig plaatje. Maar het is een prachtig plaatje van een gifmeer of een uraniumstortplaats. Dat zet je aan het denken.”

„Als je een publiek wilt bereiken, moet je iets maken dat aanlokkelijk is”, vult Burtynsky aan. „Ik wil dat de toeschouwer zich afvraagt: wat is dit, waarom snap ik dit niet? De boodschap moet er niet duimendik bovenop liggen.”

De laatste tijd, zo geeft Burtynsky toe, wordt zijn werk wel steeds uitgesprokener, idealistischer. In de Chinese foto’s hebben de intense kleuren plaatsgemaakt voor sombere grijstinten. De gelikte schoonheid heeft plaatsgemaakt voor een meer documentaire aanpak. „Ik ben van nature optimistisch”, zegt hij. „Maar ik denk dat we nu onze grenzen bereikt hebben. De industriële revolutie in China is in volle gang. Miljoenen Chinezen willen straks ook een eigen auto, en terecht. Maar er is niet veel voor nodig om te begrijpen dat het een keer ophoudt. Toen ik geboren werd, telde de aarde nog maar 2,3 miljard bewoners. Nu zijn er 6,5 miljard mensen, en allemaal willen ze profiteren van de economische vooruitgang. Alleen zegt de natuur nu dat het niet meer gaat.”

Hij vertelt over de spelletjes

die hij en Baichwal in de auto deden, als ze een stad uitreden. Wie ziet de eerste vogel? „In Shanghai duurde dat vier uur. Nergens een vogel te bekennen, niet in de bomen, niet langs de kust. Dan weet je dat er iets aan de hand is. Het is als met de kanarie in de kolenmijn. Als die het loodje legt, dreigt er gevaar.”

Het moment dat Baichwal het meeste bij is gebleven is een toevallige stop in buurt van de plaats Tianjin. „Voor de laatste scène van de film waren we in een kolenfabriek geweest. Op de terugweg kwamen we terecht in een soort maanlandschap, waar we even uitstapten. Het spul waar we doorheen wandelden zag eruit als as. Als je het oppakte en door je handen zeefde, zag je dat er niets organisch in zat. Het was geen bodem waar ooit iets op of uit kon groeien. In de verte stond de kolenfabriek. Je kon de zon niet zien, zo vuil was de lucht. En toch woonden er mensen. Tussen de hoge flatgebouwen speelden kinderen op het asveld. Er fietste een mevrouw voorbij met een rode sjaal om haar hoofd geknoopt tegen het stof. Ik draaide 360 graden in de rondte en realiseerde me dat er in deze hele omgeving niets natuurlijks te vinden was. Er stond geen enkele boom, er waren geen bloemen, geen vogels, er groeide geen gras. Er leefde niets, behalve deze mensen. Het was een non-plek, een plek die niet zou mogen bestaan. En het vreemde was: er werd nog steeds bijgebouwd.”

Binnenkort, zo voorspelt Baichwal, worden er in China gebieden afgesloten omdat er geen schoon drinkwater meer is, of omdat de lucht er te giftig is. „Het zal eerst nog veel erger worden voordat het beter gaat.”

„De schaal waarop er nu in China geproduceerd wordt is echt ongelofelijk”, zegt ook Burtynsky. „Als je vanuit Shenzen in Hongkong richting Shanghai rijdt, kijk je vanaf een verhoogde snelweg neer op een industriegebied waar geen einde aan komt. Dat gaat uren door, honderden kilometers lang. Als je dat ziet, besef je wel: dit is een trein die zonder remmen van een berg af rijdt. Die is niet meer te stoppen. Ik zie steeds Star Trek-achtige visioenen voor me, met Scotty in de machinekamer die heel hard roept: kapitein, ik houd het niet meer!”

„Wat ik met mijn foto’s laat zien”, verzekert hij, „is maar een piepklein deel van wat er gaande is”. Om zijn woorden kracht bij te zetten pakt hij met zijn vingers het topje van zijn pink beet. „Het kootje van de teen van een olifant. Meer is het niet.”

Industrial Landscapes. T/m 6 jan in het Gemeentemuseum Helmond. Di t/m vr 10-17u, za en zo 13-17u. Inl: www.gemeentemuseumhelmond.nl Manufactured Landscapes draait in 15 bioscopen. Inl: www.manufacturedlandscapes.nl