Wachten op later

De fatale steekpartij op straat voor het Technisch College Amsterdam laat een bekende trend in de jeugdcriminaliteit zien. Die werd al eerder dit jaar gedemonstreerd op scholen in Rotterdam, Naaldwijk, Alkmaar, Oss en Amsterdam. De totale omvang van de jeugdcriminaliteit neemt de laatste vijf jaar niet toe. Maar agressie en geweld worden wel ernstiger.

Zo zijn er meer trends in jeugdcriminaliteit. Het aandeel van allochtone daders groeit binnen het totaal onevenredig hard, net als dat van jongere daders. Er is ook vaker sprake van psychiatrische problemen bij daders. En het kleine aandeel van meisjes wordt iets groter. Jeugdcriminaliteit wordt dus gewelddadiger, allochtoner en ‘jonger’. De dader heeft vaker een stoornis en is vaker een meisje.

Het wapenbezit onder scholieren is overigens nog laag. Uit scholierenenquêtes blijkt dat de wapens die scholieren hebben altijd messen of vlindermessen zijn. Tien tot twintig procent van hen draagt een mes bij het uitgaan.

Een fatale steekpartij bij een school mag dus niet worden uitgelegd als een bewijs van groeiende criminaliteit door jongeren. Wel van gewelddadiger criminaliteit. Ongeveer de helft van alle processen-verbaal wegens geweldpleging wordt opgemaakt tegen jongeren onder de achttien. Die trend is overigens internationaal.

Wat er gisteren voor het Technisch College Amsterdam gebeurde heeft dus bredere maatschappelijke oorzaken. Een school, welke ook, heeft daar maar beperkt invloed op. Het is elders voorgekomen en het zal nog vaker gebeuren. Lockercontroles, toezicht, pasjes en hekjes ten spijt.

Wetenschappelijk onderzoek begint voorzichtig antwoorden te formuleren op de vraag waar dit geweld vandaan komt. Bekend is dat 90 procent van de jonge gelegenheidsdaders er vanzelf mee ophoudt, als ze ouder worden. Voortschrijdend inzicht, betere driftbeheersing, een relatie of werk – levens stabiliseren vaak vanzelf. Feitelijk zijn middelbare scholen geheel bemand door potentiële ‘first offenders’ .

Er bestaat een heel scala aan modellen dat verklaart waarom de één wel en de ander niet gewelddadig wordt of blijft. Dat varieert van biologie, psychologie en sociologie tot (inter)culturele verklaringskaders. Het beeld rijst op van jongvolwassenen die lang moeten wachten op erkenning van hun maatschappelijke rol – of het nu om beroep, gezin of fysieke ambitie gaat. Ze worden alleen als consument voor vol aangezien. Vooral de sociaal minst kansrijken zouden de frustratie door dat eindeloze uitstel moeilijker kunnen incasseren. Geweld op lager gewaardeerde schooltypen is dan ook ernstiger dan elders. Voeg daar nog bij de spanning tussen de westerse en de allochtone opvoedstijlen, de stedelijke cultuur van materialisme, de genotscultuur en het entertainmentgeweld als gedragsvoorbeeld. Jonge mensen moeten er ongewapend en ongeschonden doorheen zien te komen. Het ‘veiligheidsbeleid’ op school is maar een kleine schakel.