Verdedigers in tegenaanval

Joris Mathijsen en André Ooijer vormen bij Oranje het centrale duo achterin.

Het bekritiseerde tweetal kreeg weinig tegentreffers.

Het Nederlands elftal beschikte nog niet eens zo lang geleden over internationale topverdedigers als Ronald Koeman, Frank Rijkaard, Frank de Boer en Jaap Stam. Het centrale duo van het huidige Oranje wordt gevormd door Joris Mathijsen (HSV) en André Ooijer (Blackburn Rovers). De cijfers spreken in het voordeel van de twee centrumverdedigers. In groep G voor de EK-kwalificatie kreeg het team van bondscoach Marco van Basten slechts twee doelpunten tegen in acht wedstrijden. De tegenstand kwam echter van landen als Albanië, Luxemburg, Wit-Rusland en Slovenië. De huidige defensie is tot dusver zelden of nooit door een topland op de proef gesteld.

Mathijsen en Ooijer willen niets weten van kritiek op de verdediging van Oranje. Eigenlijk willen beide voetballers niet eens over het onderwerp praten. Mathijsen: „Wat prominenten op de televisie allemaal beweren is hun goed recht, maar daar moeten wij niet naar luisteren. Zo slecht gaat het nog niet. Als je ziet hoe weinig doelpunten we tegen hebben gekregen, dan zie je dat het defensief juist wel goed staat.” Ooijer deelt de mening van Mathijsen: „De media zijn altijd op zoek naar iets negatiefs. Daar stoor ik me al jaren aan. De discussies waren tien jaar geleden precies hetzelfde.”

Bondscoach Van Basten is lange tijd op zoek geweest naar het ideale duo achterin. De voormalige spits liet in zijn zoektocht naar spelers die weinig kansen weggeven en sterk zijn in de opbouw namen als Barry Opdam, Ron Vlaar, Khalid Boulahrouz en Nigel de Jong centraal achterin spelen. Morgen tegen Roemenië lijken Mathijsen en Ooijer net als op het WK weer het hart van de verdediging te vormen. Van Basten vindt kritiek op de verdedigers „niet helemaal juist”. „De afgelopen drie jaar heeft het Nederlands elftal heel weinig doelpunten tegen gekregen. Aan de andere kant beoordelen we in Nederland verdedigers ook op hun aanvallende kwaliteiten. De laatste tijd hebben we bewust meer aandacht besteed aan de verzorging van de opbouw.”

Het Nederlands elftal trainde deze week achter gesloten deuren. Mathijsen en Ooijer geven toe dat er intern over de opbouw gesproken wordt, maar willen niet in detail treden. Mathijsen: „Het verhaal van de opbouw zal bij ons altijd wel een thema blijven. Het Nederlands elftal speelt op een manier waardoor er meer van verdedigers wordt gevraagd.”

Mathijsen en Ooijer verruilden vorig seizoen de eredivisie voor een buitenlandse competitie. In de Bundesliga en de Premier League moesten beide spelers aanvankelijk op hun tenen lopen. „In Duitsland speel je altijd tegen een goede spits”, stelt Mathijsen. „Zelfs de kleine clubs hebben zoveel geld dat ze goede aanvallers kunnen betalen. Er zit veel fysieke kracht in de elftallen. Dat is het grote verschil met Nederland.” Ooijer beleefde met twee veroorzaakte strafschoppen en een eigen doelpunt een dramatisch begin bij Blackburn. „Ik dacht toen wel even: ‘waar ben ik in Godsnaam mee bezig?’. Guus Hiddink stelde bij PSV altijd dat we niet door de ondergrens heen mochten zakken. Maar dat gebeurde me dus vier, vijf wedstrijden achter elkaar wel.”

In de aanloop naar de wedstrijden tegen Roemenië en Slovenië analyseerde Oranje het recente optreden tegen Albanië. Mathijsen en Ooijer weerleggen nog eens de suggestie dat in Tirana slecht werd verdedigd. Mathijsen: „Uit counters heeft Albanië helemaal geen kansen gehad. Wij veroverden steeds snel weer de bal. Alleen bij standaardsituaties werden ze gevaarlijk.” Ooijer, lachend: „Ze hebben bijna geen kans gehad. Het afgekeurde doelpunt van de Albanezen kwam van Mario Melchiot.”