Twee klappen in het gezicht van Turkije

De emoties lopen hoog op in Turkije na het slechte nieuws.

Premier Erdogan kan bijna niet anders dan naar zijn volk luisteren en Irak binnenvallen.

Vandaag is het Suikerfeest begonnen. In Turkije is dat van oudsher een familiefeest, waarbij flink gelachen wordt en kinderen snoepjes en geld krijgen als ze de volwassenen in het gezin kussen.

Maar dit jaar overheerst de somberheid. Want Turkije moest deze week twee zware klappen incasseren. Zondag doodden strijders van de Koerdisch-extremistische PKK van Abdullah Öcalan dertien Turkse militairen in Sirnak, in Zuidoost-Turkije. Het verlies van de dertien man, van wie sommigen nog geen 22 jaar, stortte Turkije in diepe rouw. Het leidde tot ongekende druk op de regering om eindelijk eens de PKK in Noord-Irak aan te pakken. Vanuit Noord-Irak voeren PKK-strijders regelmatig aanvallen op Turks grondgebied uit, om zich daarna weer over de grens terug te trekken.

De tweede klap kwam gisteren. Toen nam de commissie voor Buitenlandse Zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden een resolutie aan die de Amerikaanse president oproept „de doelbewuste vernietiging van 1,5 miljoen Armeniërs tussen 1915 en 1919 als genocide te erkenen”. Zelden was er in een week zoveel slecht nieuws in de Turkse televisiejournaals te zien.

Wellicht dat Turkse historici ooit een parallel zullen trekken tussen de dood van de dertien militairen in Sirnak en het overlijden van de Britse prinses Diana. Na de dood van Diana raakte de Britse natie zó de weg kwijt, dat zij dagen alleen nog maar aan haar verdriet om het verlies van Diana kon denken.

Een vergelijkbaar proces heeft nu plaats in Turkije. Het land kent nog een dienstplicht en elke Turk heeft wel een broer, geliefde, zoon, neef of vriend die onder de wapenen is. En hoewel vrijwel elke week militairen sterven in de strijd met de PKK, was dertien in één keer in jaren niet voorgekomen.

En dus raakte Turkije overstuur. De Turkse regering had geen andere keus dan te besluiten een actie in Noord-Irak te ondernemen.

Het Turkse leger vraagt al maanden om actie. Het vermoedde al dat de PKK meer aanslagen wilde plegen in Turkije, en het aantal doden onder de militairen nam de afgelopen weken toe.

Premier Erdogan legde de oproep van het leger steeds naast zich neer. Hij weet dat de Verenigde Staten tegen een Turkse invasie zijn. De VS waarschuwden hun NAVO-bondgenoot ook tegen een inval in Noord-Irak (het enige deel van Irak dat nog redelijk rustig is). „Als ze [Turkije en Irak] een probleem hebben, moeten ze samenwerken om het op te lossen en ik ben er niet zeker van dat eenzijdige invallen de te bewandelen weg vormen”, aldus een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken.

Ankara dringt al jaren aan op samenwerking, en klaagde bij de Verenigde Staten en Irak over de vrijheid die de PKK in Noord-Irak genoot. Washington prevelde mooie woorden over de noodzaak om terrorisme aan te pakken, maar deed vervolgens niets tegen de PKK. De Amerikanen zijn, zo zeggen nu veel Turken, medeverantwoordelijk voor de dood van de dertien militairen. De Iraakse regering in Bagdad zou wel iets willen doen, maar heeft in Noord-Irak niets te zeggen. En de echte baas in het gebied, de Iraakse Koerdenleider Barzani, heeft geen vinger tegen de PKK uitgestoken – daarvan is iedere Turk overtuigd.

Erdogan weet ook dat tegenstanders van het Turkse lidmaatschap van de Europese Unie een militaire actie ongetwijfeld zullen gebruiken om Turkije af te schilderen als een imperialistische, agressieve grootmacht. (Geheel onterecht, zeggen Turken dan: Wat zou u doen als er continu ongestraft terroristen vanuit België of Duitsland Nederland binnenkomen en na hun gruweldaden zich weer terugtrekken in die buurlanden?)

Turkije weet nu dus al dat het, mocht het tot een invasie van Noord-Irak komen, vrijwel alleen zal staan. Het aloude Turkse gezegde dat Turken in deze wereld geen andere vrienden hebben dan andere Turken, is weer vaak in dit land te horen.

Zeker sinds gisteren, toen de commissie van Buitenlandse Zaken van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden haar resolutie over de Armeense genocide aannam. Ook al zijn Turken altijd op het slechtste voorbereid, het besluit kwam hard aan. De Amerikaanse regering is wel de laatste, zo zeggen veel Turken, om andere landen de les te lezen over mensenrechten en internationale moraliteit. Is het niet louter om olie dat de Verenigde Staten Irak bezetten? Was het schandaal in de Abu Ghraib-gevangenis geen duidelijk bewijs dat Amerikanen veel wreder kunnen zijn dan Turken ooit zijn geweest? Volgens sommige opiniepeilingen beschouwt inmiddels zo’n 80 procent van de Turkse bevolking zich anti-Amerikaans.

En daar beginnen de problemen voor premier Erdogan. Maar liefst 70 procent van de Amerikaanse vracht die voor Irak is bestemd, bereikt dat land via Turkije. De luchtbasis Incirlik speelt een belangrijke rol bij de Amerikaanse aanwezigheid in de regio. Veel Turken zijn er nu voorstander van de VS te straffen en hun bijvoorbeeld het gebruik van Incirlik te ontzeggen. In Turkije, dat steeds meer een democratie is, kan de premier de gevoelens van het volk niet negeren.

Maar premier Erdogan weet dat de VS nog steeds de belangrijkste macht in deze regio zijn. Mede daarom is het in Ankara’s belang een relatie van vriendschap te handhaven. Wel trok Turkije gisteren zijn ambassadeur uit Washington terug.

Een tweede gevaar voor Erdogan schuilt in de militaire operatie in Noord-Irak. Volgende week geeft het Turkse parlement de regering vrijwel zeker toestemming Noord-Irak binnen te trekken. Als het aan de publieke opinie ligt, trekken tienduizenden militairen Noord-Irak dan onmiddellijk binnen.

Deskundigen waarschuwen nu al voor de gevaren van zo’n grootscheepse inval. In het bergachtige Noord-Irak is het moeilijk strijders te vinden die het gebied goed kennen (zoals de PKK-strijders). Als het Turkse leger de invasie verkeert aanpakt, zal het grote verliezen lijden.

En alsof dat niet genoeg is, al te veel machtsvertoon van het Turkse leger zal de Koerden die in het Zuidoosten wonen van de Turkse Republiek doen vervreemden. Bij de verkiezingen in juli deed de AK-partij van premier Erdogan het goed in die regio. Politieke commentatoren juichten toen dat veel Koerden zich afkeerden van de PKK en sympathie begonnen te voelen voor ‘gewone’ politieke partijen zoals de AK. Maar als het Turkse leger in Zuidoost-Turkije te hard optreedt, zal de steun voor de PKK onder de Koerden misschien opnieuw toenemen.

En zo is het Suikerfeest in Turkije dit jaar vooral somber, somber.

PKK heeft valt aan vanuit Noord-Irak