Smaakloos proeven

Annelies Verbeke: Groener gras. De Geus, 222 blz. €18,90

Een gevreesde culinair recensent zonder smaakpapillen, een verlaten vrouw met diepe gevoelens voor een stier, een hulpeloos asielzoekstertje, een moorddadige loketbediende en nog meer losers bevolken de bundel Groener Gras van Annelies Verbeke. Na twee romans waagt zij zich aan het misschien wel moeilijkste literaire genre, het korte verhaal. Hoewel Verbeke de kunst van het ‘afmaken’ van zo’n verhaal nog te weinig meester is, toont zij zich sterk in het neerzetten van haar personages.

Zo is daar het meisje Nuria uit een niet nader genoemd land dat met haar ouders ‘een verre reis’ gaat maken. In het openingsverhaal Naar de toekomst zijn we er met haar getuige van hoe haar ouders langzaam stikken in een container. Zij overleeft, maar vraag niet hoe. Wie het zich wél afvraagt wordt gerustgesteld als Nuria verderop opduikt in het verhaal ‘Ze moest maar eens gaan’. Daarin wordt ze langs de snelweg aangetroffen door een lesbische lerares die xenofobe bejaarden leert zich te verweren tegen allochtonen.

Op één na zijn alle personages mislukkelingen. Allemaal proberen zij, op zoek naar groener gras, aan een uitzichtloze situatie te ontsnappen. Dat lukt hen soms op wonderbaarlijke wijze, de één door op een ‘huppelcursus’ voor volwassenen te gaan, de ander door verliefd te worden op een stier. Vaak gaat er dan toch nog iets mis, de stier dreigt bijvoorbeeld als os in het abattoir te eindigen en dan weet Verbeke er ook geen eind meer aan.

De klassieke short story heeft als kenmerk een volslagen onverwacht en open einde, wat veel creativiteit van schrijver en lezer vergt. Verbeke besluit vrijwel altijd met geweld, een moord of een poging daartoe. Het gewelddadige einde van De Wezel en zijn prooi, over de culinair recensent wiens smaakpapillen zijn vernietigd, slaat zelfs dit knapste verhaal van de bundel dood. Alleen in Heer en meester, het slotverhaal, heeft het geweld een andere functie dan een punt achter het verhaal. Een man schiet op klaarlichte dag iedereen dood die hij toevallig tegenkomt. Verbeke fileert deze griezel en maakt en passant het asielzoekstertje Nuria onsterfelijk.

Sterk geschreven scènes presenteert Verbeke in deze bundel, en in hun primitiviteit aandoenlijke personages, maar als het erop aankomt weet zij zich er weinig raad mee. Wellicht dat ze daarom bij ieder verhaal ‘de moraal’ er als ondertitel bij geeft. Zo staat er bij De Wezel en zijn prooi: ‘waarin de verliezer de winnaar te gronde richt’ en bij Heer en meester: ‘waarin de radicale verliezer heerst’. Zo blijft er weinig te raden over.