‘Regels bij missies zijn niet goed’

Het kabinet moet opnieuw kijken naar de regels voor troepenuitzendingen naar het buitenland. In de regels moet meer rekening worden gehouden met de beperkte invloed van Nederland op de internationale besluitvorming en het regelmatig ontbreken van de benodigde informatie als tot uitzending besloten wordt.

Dat schrijft de Algemene Rekenkamer in een gisteren gepresenteerde evaluatie van drie parlementaire onderzoeken. De Rekenkamer onderzocht wat er gebeurt met aanbevelingen uit die onderzoeken. Ook het onderzoek uit 2000 van de commissie-Bakker, over de uitzending van Nederlandse militairen naar Srebrenica, werd tegen het licht gehouden.

De commissie-Bakker stelde voor om een ‘toetsingskader’ voor uitzendingen op te stellen. Op basis daarvan mogen uitzendingen bijvoorbeeld alleen als Nederland voldoende invloed kan uitoefenen op duur en mandaat van de vredesoperatie. Maar in de praktijk blijkt die invloed „zeer beperkt”, concludeert de Rekenkamer. Ook blijkt volgens de Rekenkamer dat in de praktijk niet altijd voldaan kan worden aan het toetsingskader. Daardoor kan tot uitzending van militairen worden besloten „terwijl nog niet alle relevante informatie beschikbaar is”, schrijft de Rekenkamer. In de zogeheten artikel 100-brief waarmee het kabinet de Tweede Kamer informeert over uitzendingen, zou volgens de Rekenkamer daarom ook moeten staan welke informatie ontbrak bij de besluitvorming over de missie.

Volgens de Rekenkamer doen ministeries vaak te weinig met de lessen uit parlementaire enquêtes en parlementair onderzoek. De regels en het gedrag van diensten worden na zo’n onderzoek wel aangepast, maar na een tijdje verslapt de aandacht. Het parlement heeft sinds 1945 31 keer een eigen enquête of onderzoek gedaan.