Openbaar bewegen

De feestdagen naderen. Dat is te zien aan de brievenbus: de hoeveelheid reclame verveelvoudigt. Het is de laatste jaren allemaal bij elkaar gepakt in een grote doorzichtige plastic envelop. Ikea, Kruidvat, Dirk, MediaMarkt, nog veel meer. Ik bekijk ze allemaal om telkens weer te ontdekken hoe ontzettend veel ik niet nodig heb. En dan kom ik aan de catalogus van Intertoys. Zie wat grote mensen verzinnen om de kinderen blij te maken, de steeds talrijker wordende familie van guitig kijkende poppen en beesten, pastelkleurige plastic autootjes, games met monsters, vervaarlijke straaljagers, allemaal klaar voor gebruik. Wat doen die kinderen ermee, vraag ik me af. Onderschat de verbeeldingskracht van het kind niet. Ze zullen er wel raad mee weten. Misschien dat de fabrikant zich zou verbazen als hij zag welk lot zo’n creatie beschoren was. Laten we het maar hopen.

Ik denk aan mijn Märklin catalogus van voor de oorlog. Märklin was een Duitse speelgoedfabrikant die de prachtigste dingen maakte. Elektrische treintjes met natuurgetrouwe modellen van alles wat je toen op het echte spoor zag. Ik had zo’n treintje met wissels, kruispunten, stations, locomotieven. Het opzetten van het baanvak was leuk werk. Dan liet je de treinen rijden. In het begin ook leuk, maar na een uur, als ze alles hadden gedaan wat op dat complex mogelijk was, werd het steeds eentoniger, op den duur stomvervelend. De hele zaak ging in de doos tot ik opnieuw door de aanblik werd verleid en aan de volgende opbouw begon.

Met Meccano, constructiespeelgoed van metaal, kon je meer doen. Maar de maat van de onderdelen beperkte je op den duur in je mogelijkheden. Lego, met zijn geniale uitvinding van plastic steentjes die je op elkaar kunt klemmen, vind ik beter. Door mijn kinderen heb ik er ervaring mee gekregen. Dat was in het begin van de lego-tijd. Sindsdien – zie ik in de catalogi – is dit speelgoed verder ontwikkeld, en als ik me niet vergis heeft het ook iets voorgebakkens gekregen, laat het minder aan de fantasie van de kinderen over. Ook uit speelgoed spreekt de geest van de tijd. Het gaat allemaal steeds meer vanzelf. Op een knopje drukken wordt het belangrijkst. Dan begint het geheel te doen waarvoor het gemaakt is, en hoe dat gebeurt, welk mechanisme of elektronisch circuit onder het plastic verborgen is, weet alleen de fabrikant.

Deze week is in de Kunsthal in Rotterdam een grote tentoonstelling van het werk van Jean Tinguely geopend. Alles beweegt! Dat is de naam. Toen ik een paar maanden geleden een collega van een jaar of dertig vertelde wat er ging gebeuren, vroeg hij: ‘Wie is Tinguely?’ Een groot kunstenaar, geboren in 1925, gestorven in 1991. Ik deed een kleine enquête onder de plusminus dertigjarigen in de omgeving. Eén op de drie wist het niet. In dit Intertoytijdperk is Tinguely geen vanzelfsprekendheid meer.

Dit oeuvre bestaat uit unieke machines, samengesteld uit onderdelen van andere machines. Wielen, stangen, excentrieken, buizen, trechters, wat heb je verder, alles afkomstig van rommelmarkten, autokerkhoven, sloperijen. Sommige machines maken tekeningen, andere schieten een bal de lucht in, slaan aardewerk aan scherven, of zijn gewoon op een vrolijke manier aan het bewegen. Alle beweging is openbaar. Daar gaat het juist om. En als je er met je neus op gaat staan, kun je zelf ontdekken op welke manier ze werken. De aanblik van zo’n machine veroorzaakt een gevoel van verrassing, opluchting, bevrijding. Er is een foto van een keurige dame, tegen de middelbare leeftijd, een hoedje met voile, mantelpak, schoenen met hoge hakken. Ze zit op het zadel van een constructie die Cyclograveur heet, voeten op de trappers. Het is lang geleden dat dit meisje zo heeft gelachen. Naast de machine staat een jongetje van een jaar of acht, in verbaasd-vrolijke verwondering naar de werking te kijken. Ik vind deze foto kenmerkend voor het oeuvre.

Tinguely was een ongelofelijk energieke en inventieve kunstenaar. Hele families van machines heeft hij gesticht. In de Kunsthal staat nu een grote collectie. Neem even afscheid van de digitaal gestuurde wereld, ga naar dat openbaar bewegen kijken, en vooral: neem uw kinderen mee!