Ook met Nobelprijs nu geen terugkeer Gore

Nobelprijswinnaar Al Gore wil alleen nog een vrije wereldburger zijn. De wereld vindt het goed zo (en Amerika eigenlijk ook wel).

De Nobelprijs voor de Vrede die de Amerikaanse oud-vicepresident Al Gore vanmorgen kreeg toegekend, bevestigt de internationale waardering voor zijn werk in strijd tegen de opwarming van de aarde.

Maar de prijs zal vermoedelijk geen terugkeer in de nationale politiek van de VS betekenen.

Gore heeft steeds in het midden gelaten of hij een gooi zou doen naar de Democratische kandidatuur voor het presidentschap in 2008. Hij liet geen kans voorbijgaan om een mogelijke terugkeer te relativeren. Maar omdat hij weigerde het definitieve ‘neen’ uit te spreken, bleef zijn eventuele deelname boven de markt hangen – in veel peilingen wordt zijn naam nu nog steeds meegenomen.

Maar door de bezetting van het Democratische veld ontbreekt voor Gore op dit moment, als hij al zou willen meedoen, de ruimte voor een succesvolle comeback. Een half jaar geleden was het plausibel dat de twee belangrijkste kandidaten, Hillary Clinton en Barack Obama, vroegtijdig in de problemen zouden komen. Maar het is anders gelopen.

Clinton had destijds een zeer slechte pers en kon, zeiden de deskundigen, als vrouw nooit winnen door de verborgen weerzin van Amerikaanse kiezers tegen een vrouwelijke kandidaat. Zij zou het daarom moeilijk krijgen tegen de charismatische Obama, over wie weer werd gevreesd dat hij de ervaring miste voor een slopende presidentsrace.

In dat scenario leek een terugkeer van Gore alleszins reëel – als de man die na acht droevige jaren onder George W. Bush alsnog de plaats verovert die hij in 2000 al verdiende.

Maar de politieke speculatiemarkt heeft zich anders ontwikkeld. Obama is tot nu toe niet in staat de verwachtingen waar te maken. Clinton opereert foutloos en heeft vrijwel alle grote debatten gewonnen. Haar zwakke plekken – de steun aan de oorlog in Irak, haar polariserende imago – wegen tot nu toe moeiteloos op tegen haar dossierkennis, retorische vermogens en de populariteit van haar echtgenoot, die in haar campagne bijna permanent wordt ingezet.

Het resultaat is dat Clinton ver op kop ligt. En voor Gore – die in zijn laatste jaren als vicepresident een moeizame relatie met de Clintons had – is er pas een kans als Clinton zou verzwakken. Iemand moet haar Brutus durven zijn. Pas dan zou het voor Gore interessant worden zich als redder op te werpen. Maar helaas: de Democraten hebben even geen redder nodig. Eigenlijk staat volgens kenners al sinds de zomer vast dat Gore zijn kans op een revanche voor de verkiezingsnederlaag van 2000 heeft verspeeld. In zijn omgeving circuleerde dit voorjaar een scenario waarbij hij dit jaar op vier momenten de aandacht op zich zou vestigen. Als dat lukte, zou hij – in zijn vurige verlangen de nederlaag van 2000 uit te wissen – alsnog in de race stappen.

Eerst moest An Inconvenient Truth, de diashow over het broeikaseffect die een film werd, in het voorjaar een Oscar winnen. Dat lukte.

Daarna moest in de lente zijn boek, The Assault on Reason – een kritiek op de verdwijning van de ratio in de Amerikaanse politiek – zijn gelijk in een aantal grote vraagstukken uit de recente periode in herinnering roepen: de vroegtijdige ontdekking van het internet, bedenkingen tegen de aanval op Irak en, natuurlijk, zijn waarschuwingen voor het broeikaseffect.

Dat lukte niet helemaal. De critici zagen in het boek vooral de terugkeer van ‘Al, de alwetende nerd’. De houten klaas die er in 2000 in slaagde een zekere overwinning te verspelen door telkens de aandacht op zijn stijfheid en arrogantie te vestigen.

Vervolgens moest Live Earth – het zoveelste nakomertje van het popspektakel Live Aid uit de jaren tachtig – in de zomer de band van Gore met jonge kiezers in ere herstellen. Lukte ook al niet. Het project kreeg een sceptische ontvangst, zelfs van milieuactivisten, en was een week na afloop alweer geheel vergeten.

Zodoende leefde Al Gore – oud-Congreslid uit Tennessee, televisieondernemer, man met ervaring als commissaris van Google en Microsoft, ex-vicepresident, milieuactivist – de laatste maanden volgens zijn omstanders buitengewoon ontspannen toe naar de bekendmaking van vandaag. Een Nobelprijs zou hij mooi vinden, zei hij tegen vrienden. Natuurlijk. En het zou die Democraten die nog altijd op zijn terugkeer hopen – ze adverteerden gisteren nog paginagroot in The New York Times – beslist opnieuw enthousiasmeren, zei hij. Prima. Leuk. Interessant. Maar hij zou ze, vertelde hij ook, zeker niet tegemoetkomen.

Al Gore wil zijn leven niet opnieuw ingewikkeld maken. Internationale erkenning is veel plezieriger dan meedoen aan de nieuwe paardenrace om de nationale hoofdprijs. Been there, done that. Al Gore is nu een vrije wereldburger. En de wereld vindt het goed zo (en Amerika eigenlijk ook wel).