Nieuwe Secretologie

U mag het niet verder vertellen, maar mijn geheim is dat ik de dagelijkse rubriek ‘Briefgeheimen’ in NRC Next haast niet durf te lezen. Ik ga er altijd van blozen, ook als ik alleen ben en niemand mij kan zien. Iemand schrijft, zoals altijd anoniem, op een briefkaart, gestuurd naar Antwoordnummer 11903, 1000 VM Amsterdam: ‘Ik heb al vijf jaar verkering, maar ben stiekem verliefd op zijn broer!’ Dan stel ik me meteen voor dat ik die jongen ben. Of zijn broer. Of het meisje van de briefkaart. In alle drie gevallen stijgt het schaamrood mij plaatsvervangend naar de kaken. Wat een toestand! En hoe los ik dit ooit nog op?

De volgende dag schrijft een meisje, opnieuw anoniem, opnieuw op een briefkaart: ‘Mijn vriend weet niet dat ik hem verlaat als ik over tien maanden nog niet zwanger ben’. Ook daar word ik rood van als ik het lees. Wat moet ik nu? Ik moet haar bellen. Of misschien toch beter eerst die vriend. Maar wat zeg ik dan, en op grond van wat? Want het gaat hier steeds om geboden en taboes, en de rafelranden daarvan, om verboden of net niet verboden gedachten en verlangens. In het eerste geval luidt het gebod: gij zult niet verliefd worden op de broer van uw geliefde. In het tweede geval: gij zult uw kinderwens niet boven de vruchtbaarheid uws geliefden stellen. Of mag dat toch wel?

Sinds de rubriek bestaat, dus sinds begin dit jaar, is mijn leven veranderd. Er ging een wereld voor me open: de wereld van het geheim. Wat een geheimen zijn er niet overal! In alle soorten en maten! En, als je er even over nadenkt: wat heb ik zelf eigenlijk veel geheimen! Ik wist het eerst niet goed, maar door zo’n dagelijkse rubriek kom je er heel snel achter. Elke dag lees ik zo’n schaamroodgeheim in de krant, maar ik zou er zelf elke dag ook wel een kunnen versturen, over al mijn verboden verlangens en gedachten, vieze gewoonten, rare rituelen, onredelijke fantasieën en onwettige daden – maar dan wel zonder mijn naam erbij.

Daarmee had ik al meteen Wet 3 van mijn reeks nieuwe Geheimwetten te pakken. Door al dat gepieker over geheimen was ik namelijk een soort Geheimleer gaan ontwikkelen. Wet 1 en 2 heb ik nog niet, maar Wet 3 al wel: Zonder Anonimiteit geen Geheim. Als de naam erbij staat, is het geen geheim meer; dan wordt het een bekentenis, en naspeurbare werkelijkheid, en daar gaat het hier nu net niet om. Dat bracht mij vanzelf op Wet 4: Geheim nadert Geloof. En in een moeite door op Wet 5: Geen Geheim zonder Verhaal. Want bij al die briefgeheimen vormt zich vanzelf een verhaal, dat maakt ze juist zo aantrekkelijk. Zo kwam ik al bijna tot een Overkoepelende Theorie (‘Alles is geheim’), met een eigen evolutieleer (‘In den beginne was het Geheim’) en een eigen doelstelling (‘Zonder Geheim kan niemand leven’), een eigen therapielijn (‘Geheimen zijn gezond’) en een eigen afstudeerrichting (‘Nieuwe en Nieuwste Secretologie’).

Geheimen zijn aanstekelijk, zoveel had ik al wel gemerkt. De redactie van Briefgeheimen ook. Het gaat goed met het geheim. Er was, naast de dagelijkse rubriek in de krant, al een website en een archief en een tentoonstelling. En sinds kort is er ook een boek: een bloemlezing uit alle bijdragen tot nu toe, 288 bladzijden dik. Eén groot bekentenissenboek. Een taboestaalkaart. Honderden geheimen, honderden tijdbommen. ‘Mijn vriendin weet niet dat ik parkeerplaatsen bezoek voor seks met mannen’, schrijft een trucker. ‘Ik heb van al mijn familieleden en vrienden iets gestolen’, schrijft een ander. En: ‘In al mijn condooms heb ik gaatjes geprikt’. Honderden gegevens voor honderden bloedstollende romans. Ik heb het, met mijn briefgeheimenbloosvrees, dan ook nauwelijks durven inzien – maar dat hoeft niemand te weten.

Briefgeheimen. Samenstelling: Wim Brands en Monique Edelschaap. Nieuw Amsterdam, 288 blz. €19,90