Met koffiezetapparaat en krijtje

Vanuit een Groningse studentenkamer verovert drum ’n’ bass-trio Noisia de wereld.

Het is vrijdagavond, een uur of tien, als twee jongens voor een café aan de Utrechtse gracht verschijnen. De een draagt een wollen pet en loopt heen en weer, terwijl hij een mobiele telefoon tegen zijn oor klemt. De ander heeft lang haar dat in zijn dromerige ogen valt. Een argeloze voorbijganger zou kunnen denken dat ze staan te wachten op andere vrienden.

Maar schijn bedriegt. Een avondje stappen doen Martijn en Thijs al geruime tijd niet meer. Meestal vertoeven ze in het weekeinde in het buitenland: Engeland, Rusland, Amerika. Been there, seen it.

Het drum ’n’ bass-trio Noisia uit Groningen heeft het druk. In september bijvoorbeeld, traden ze op in Engeland, Oekraïne, Rusland en Spanje. In oktober zijn ze in Duitsland, Kroatië, Nieuw Zeeland, Oostenrijk en opnieuw Engeland.

In Nederland is Noisia veel minder beroemd. De leden halen er hun schouders over op. Drum ’n’ bass is in Nederland nu eenmaal geen mainstreammuziek. In tegenstelling tot Engeland, zegt Thijs de Vlieger, waar de muziek uit de clubs wordt opgepikt door diskjockeys op de radio. „Maar in Nederland bereikt drum ’n’ bass nauwelijks de hitlijst.”

Drum ’n’ bass vergt dan ook het nodige van de luisteraar. De dansmuziek draait voornamelijk om beats en bas, om snelle ritmes en lage tonen. De maat is een gebroken vierkwartsmaat, maar dan op zeer hoge snelheid. Drum ’n’ bass kortom, ratelt door. Ondertussen beukt het op het trommelvlies van de luisteraar. Het verhaal is dat drum ’n’ bass ontstond toen het nummer The Payback van James Brown sneller werd afgespeeld dan gebruikelijk.

Noisia neemt in dit geweld een eigen plek in. Het trio wordt geroemd vanwege zijn goede techniek, die zorgt voor een helder geluid en een optimale balans, bijvoorbeeld tussen de drums en de bas. Het is, zeggen ze zelf, „een kwestie van jarenlang oefenen”. Verder is het tempo gevarieerd. Ook maakt Noisia gebruik van vreemde voorwerpen (een hogedrukreiniger, een koffiezetapparaat of een krijtje dat over een schoolbord krast) om bijna onherkenbare geluiden te produceren. Samples komen uit onverwachte hoek, uit opera’s, en zelf zingen ze ook wel eens zo’n zanglijn na – om die natuurlijk weer te vervormen. Bij tijd en wijlen wordt het geluid met opzet zo overstuurd dat er een soort geknetter ontstaat.

In de afgelopen vier jaar bracht het trio zo’n tachtig nummers uit, voornamelijk 12-inches, die hun weg vonden naar buitenlandse clubs en diskjockeys. In Groot-Brittannië bereikten ze de tweede plaats in de zogenoemde dance-charts. Hun technische kwaliteiten vielen toen ook de Britse entertainer Robbie Williams op: hij vroeg hen prompt een remix te maken van een van zijn recente nummers, King of the Bongo, het liedje waarmee Manu Chao eind jaren negentig een hit scoorde. Noisia werkte ook voor The Freestylers en de Amerikaanse hiphopper KRS One.

Vanavond draaien

Martijn van Sonderen en Thijs de Vlieger in het Utrechtse popcentrum Tivoli, op de drum ’n’ bass party Blackout. Het derde lid, Nik Roos, is thuisgebleven. Blackout, dat wordt georganiseerd door leden van het Utrechtse drum ’n’ bass-trio Black Sun Empire, is uitverkocht. Want drum ’n’ bass mag dan geen mainstream zijn, het is al vijftien jaar een undergroundscene. Iedere week, weet De Vlieger, vinden er circa tien drum ’n’ bass-feesten plaats in Nederland.

We hadden afgesproken elkaar in het weekeinde in Groningen te ontmoeten, maar die afspraak ging op het laatste moment niet door. Want Noisia moet het hele weekeinde verhuizen. Van hun gezamenlijke studentenflat, waar ook de studio zich bevindt, naar een eigen, aparte woning voor ieder. „Dit weekeinde sluiten ze een hoofdstuk af”, zegt manager Walter Flapper. In de studentenflat immers, hebben ze het gros van hun nummers gemaakt.

Dag en nacht zaten ze op elkaars lip, sliepen ze midden tussen de computers en andere apparatuur. Dat heeft bijgedragen aan het succes, erkent De Vlieger, maar het putte hen ook uit. „Zat ik even niets te doen, kwam Martijn binnen. ‘Hé, waarom doe je niks’, vroeg-ie dan.” Het werk keek hen constant aan; altijd lagen er nog nummers die moesten worden afgemaakt, waren er nog e-mails die moesten worden beantwoord. „Nee, ik verheug me enorm op mijn eigen flat”, verzucht De Vlieger.

Ze raakten ook een beetje op elkaar uitgekeken, zegt manager Flapper later, als het tweetal uit de kleedkamer is verdwenen. Dat is niet zo verwonderlijk. Want hoe lang kennen Van Sonderen (23), Roos (24) en De Vlieger (25) elkaar al? Vertwijfeld kijken ze elkaar aan. Een flink aantal jaren, antwoorden ze dan maar. Ze hebben elkaar leren kennen op het Praedinius Gymnasium in Groningen, deelden een gemeenschappelijke interesse in graffiti en skateboarden. De liefde voor muziek kwam later. Alleen Van Sonderen was geïnteresseerd in muziek, voornamelijk in hiphop. Na de middelbare school ging hij dan ook naar het conservatorium. De andere twee gingen naar de kunstacademie en filosofie studeren.

Noisia is een groep die alles zelf onder controle wil houden. Zo hebben de leden het eigen platenlabel Vision opgezet, doet Roos het artwork (waaronder hoezen voor de 12-inchplaten) en is manager Flapper al met hen bevriend sinds ze samen op het gymnasium zaten. Alleen de boekingen en de distributie hebben ze vooralsnog uit handen gegeven.

De verhuizing uit de studentenflat/studio tekent de professionalisering van het trio. In de nieuwe opzet krijgt de groep een eigen studio, en de manager een eigen kantoor, aan de overkant van de straat. Computers en mengpanelen verdwijnen uit de slaapkamer. De verhuizing betekent ook een inhoudelijke breuk. Want Noisia wil andersoortige muziek maken; speelser, vrolijker, funkier. En: het trio wil een album maken „dat qua gevoel bij The Prodigy en The Chemical Brothers in de buurt komt.” Dat debuutalbum zal niet alleen drum ’n’ bass bevatten, maar ook house en langzamere nummers.

Heeft drum ’n’ bass dan afgedaan? Nee. Maar: „Drum ’n’ bass is geen uitdaging meer”, zegt De Vlieger. „We zitten in een hokje. We zijn succesvol in drum ’n’ bass, maar het dreigt een trucje te worden. Onze muziek is donker, melancholisch en bij vlagen agressief. Maar we hebben ook een andere kant: vrolijk en funky. Al blijft het vies”, aldus Van Sonderen.

De afgelopen tijd maakten ze al vaker andere muziek zoals house en breakbeat – weliswaar onder de pseudoniemen Drifter, Hustle Athletics en Frizz. Nu zijn ze het zat om zich te verstoppen. „We hebben onlangs besloten al onze muziek onder de naam Noisia uit te brengen, ook als die muziek gangbaarder en dus commerciëler dan onze drum ’n’ bass is”, aldus De Vlieger. „Dat hebben de mensen maar te accepteren.”

Met de productie van het debuutalbum van de Zuid-Afrikaanse zangeres Tasha Baxter voegde het trio dit voorjaar de daad bij het woord. Ze ontmoetten Baxter, die regelmatig op drum ’n’ bass-platen meezingt, in een chatroom op internet. Op haar mede door Noisia geproduceerde album Colour of Me klinken dansbare popliedjes. Met haar uitwaaierende stem doet Baxter op het album zelfs aan een lieflijke singer/songwriter denken. Drum ’n’ bass komt er niet op voor.

In Tivoli – het is inmiddels half drie ’s nachts – gaat Noisia op voor een twee uur durende set. Op het podium mixen de mannen voornamelijk hun eigen nummers. Deze nacht draait Van Sonderen vooral aan de knoppen en de schuiven van het mengpaneel. De Vlieger danst en springt over het podium, hij vliegt bijkans door de lucht. Zijn lange haren zwaaien in het rond en de dromerigheid die aan het begin van de avond nog in zijn ogen lag, is verdwenen. De argeloze voorbijganger van enkele uren geleden zou verbaasd zijn.

Op het Amsterdam Dance Event geven de leden van Noisia op zaterdag 20 okt. een workshop, van 14 tot 15u. Inl. Amsterdamdanceevent.nl