Ma heeft een naam

Judith Eiselin: Het raadsel van groep 6. Illustr. Monique Bauman. Querido, 136 blz. €13,50

Titels kunnen misleidend zijn. Zoals die van het nieuwste boek van Judith Eiselin, Het raadsel van groep 6. Zo’n titel – ongetwijfeld een goed verkopende – doet een zoveelste variatie op het genre ‘de-spannende-schoolavonturen-van…’ vermoeden: voorspelbaar, stereotype karakters, clichématig taalgebruik, onwaarschijnlijk plot. Maar dit vermoeden komt niet uit. Het raadsel van groep 6 is een knap geschreven en geconstrueerd verhaal over vier eigentijdse, levensechte kinderen die gedeeltelijk al bekend zijn uit Groep 6, de kinderpagina-serie die Eiselin voor deze krant schreef, maar verder los staat van dit boek.

Ook de in de titel gesuggereerde raadselachtigheid valt alles mee. Het verhaal draait om gewone, ‘Guus Kuijer-achtige’ huis-, tuin- en keuken-gebeurtenissen rond een basisschool. Zoals het maken van een klassefoto, kiezen van een ‘schoolidool’ en het meedoen aan een ‘red-de-dieren-club’, waarin een op mysterieuze wijze verdwenen drachtige ezel de nodige hilariteit veroorzaakt.

De kracht van Het raadsel van groep 6 ligt dan ook niet in de plot – die te haastig afloopt als de ezel zomaar ineens wordt teruggevonden – maar in de vorm. Mooi is het hoe het (school)leven beurtelings wordt bezien door de Surinaamse Romeo (kort in Nederland), de lijzige eenling Eline, de verantwoord opgevoede Lotta (initiatiefneemster van de red-de- dieren-club) en de Marokkaanse Faisel. Een estafetteverhaal met kantelende perspectieven dus.

Eiselin benut deze oorspronkelijke vorm optimaal en toont prachtig hoe verschillend de wereld voor iedereen is en hoe verschillend ieders wereld is: Een thema dat zij al eerder verwerkte in De 1001 geheimen van Eva Zout. In korte heldere zinnen en met sprekende eenvoudige beelden typeert ze de vier kinderen als unieke maar herkenbare negen- en tienjarigen: soms zeker, soms onzeker, maar altijd treffend in hun observaties. Zoals Romeo die zich verbaast over de betekenis van puffen – ‘in Nederland geen scheten, maar zweten’ – en zijn rondhoofdige benedenbuur met ‘borsten die als bulten in haar jurk hingen’. Of Faisel die, wanneer Lotta’s moderne moeder zichzelf als Hannah voorstelt twijfelt aan zijn gehoor. En opmerkt: ‘Dat was vreemd; een moeder met een voornaam’.

Ook al zijn de cultuurverschillen groot, Eiselin laat de kinderen hun estafettestokjes foutloos overpakken en verweeft hun levens zeer zorgvuldig. Daarbij geholpen door haar humor en het bindende effect van een school(klas).