Kerkklok = gsm

Nicola Barker Foto Tony Davis/Reuters Nicola Barker, who has been shortlisted for the Man Booker Prize 2007, is seen in this undated handout. REUTERS/Tony Davis/Man Booker Prize/Handout (BRITAIN). EDITORIAL USE ONLY. NOT FOR SALE FOR MARKETING OR ADVERTISING CAMPAIGNS. NO ARCHIVES. NO SALES. NO THIRD PARTY SALES. NOT FOR USE BY REUTERS THIRD PARTY DISTRIBUTORS. REUTERS

Nicola Barker: Darkmans. Fourth Estate, 838 blz. €30,95

Nicola Barker had al zeven romans op haar naam staan toen zij aan Darkmans begon: en daar heeft zij er nu een van 838 pagina’s aan toegevoegd. Het zal geen probleem voor haar geweest zijn. Zij is ‘insanely inventive’ volgens een van de uitspraken die over haar geciteerd worden (uit The Guardian). En als daarmee bedoeld wordt dat zij op iedere situatie die zij bedenkt een vervolg weet te vinden, is daar niets tegen in te brengen. Dat haar vindingrijkheid opgehemeld wordt is omdat zij nooit lijkt te hoeven peinzen of piekeren. Haar tekst vliegt eruit, niet van het ene wonder naar het andere zoals dat ‘insanely’ doet vermoeden, maar gewoon van de ene persoon naar de andere, de ene ontmoeting, ruzie, erkenning, herkenning en vergissing naar de andere.

De plaats van handeling is ook een alledaagse, Ashford halverwege tussen Londen en Dover. Daar besteden Beede en zijn zoon Kane hun dagen aan zakelijke en andere belangen, aan hun relaties met vriendinnen en hun medewerker van Koerdische oorsprong genaamd Gaffar, en hun Duitse vriend Isidore ook bekend als Dory en zijn vrouw en hun zeer begaafde zoontje Fleet. Een poging om de lasten en verwikkelingen in hun bestaan samen te vatten zou een onontwarbaar verhaal opleveren. Wie probeert de verwikkelingen op te helderen door er het licht van de titel op te laten schijnen zal ook geen opheldering vinden. De onverklaarde Darkmans komen maar één keer in het zicht met een onduidelijke rol, vroeg in het verhaal, en dan nog eens op de laatste twee pagina’s, waar zij met onbekende bedoelingen Gaffar bedreigen.

De ware liefhebber van Barkers werk zal geen woord overslaan; de betekenis ervan moet gevonden worden in alle grote en kleine gebeurtenissen en incidenten van de dag. Het kan heel onderhoudend zijn voor een lezer die zich de tijd gunt, en die niet in de buurt van pagina 400 ontmoedigd wordt door het vooruitzicht van nog 400 van zulke pagina’s.

Eigenlijk is er reden om te vermoeden dat Darkmans alleen voor anglophone, English-speaking lezers bevredigend tot zijn recht zal komen. Er wordt wel eens voor het gemak aangenomen dat Nederlandse lezers, ook al is hun gesproken Engels onzeker in woordkeus en zinswending, met Engels lezen weinig of geen moeite hebben. Dat is vaak in zoverre wanneer de algemene lijn van een verhaal duidelijk genoeg naar voren komt; het is minder waar als woorden in half-vertrouwde taal dunner van betekenis zijn en meer moeite hebben met doordringen. Darkmans zal van een Nederlandse lezer meer tijd vragen dan van een Engelse; en het verhaal over het leven in Ashford, hoe grillig en komisch ook, kan dan onverdraaglijk lang worden. Al zijn tempo, vernuft en humor best een prijs waard, weinig buitenlanders zullen er een samenhangende herinnering aan overhouden.

En toch is dit weer niet het het laatste woord over Darkmans. Er is een aantal briljante passages. Zoals die waarbij de aannemer Harvey, wiens werk al weken achter loopt op de afspraken, aan de vrouw van zijn opdrachtgever uitlegt hoe gekrenkt hij zich voelt als hem iets verweten wordt. ‘Because I’m a sensitive man, Helen, an emotional one. I feel things very deeply’. Van die verongelijkte stemming is in de buurt van pagina 190 zo’n briljant stukje komedie gemaakt, dat de lezer nieuwe moed krijgt.

Er dan is er nog een aantal mooie momenten voordat de grootste verrassing komt op pagina 391. Daar zit Kane op bezoek bij een mevrouw die hem uit haar bezit een schilderij uit 1440 laat zien, gemaakt door Stephan Lochner, en hem uitlegt dat het de bedoeling was van de kunstenaar om de heilige betekenis van de wereld tot uitdrukking te brengen. Daar laat zij het niet bij; zij verwijst naar ideeën uit Huizinga’s Herfsttij der Middeleeuwen en maakt een vergelijking van de kerkklokken van toen met de mobiele telefoons van nu, en van de verkruimeling van de middeleeuwse begrippen met de onze. Tien briljante pagina’s waar van alles tegen ingebracht kan worden en die om die reden de lezer tot grote gedachten uitdagen.

En er zijn nog een paar van zulke uitschieters, maar niet genoeg om de andere achthonderd pagina’s goed te maken. Wél laten zij een indruk na van een briljante schrijfster die zich heeft laten verleiden om al te grappige verhalen te schrijven. Of zou het zo zijn dat zij haar beste gedachten alleen maar vindt als zij haar verbeelding op topsnelheid laat werken?

In ieder geval is er goede reden om plaatsen te bespreken als Nicola Barker ooit in Nederland een lezing houdt.