IPCC wil invloed van politici vermijden

Het IPCC heeft de laatste twintig jaar, voorzichtig maar zeer vasthoudend , duidelijk gemaakt dat de mens het broeikaseffect mede heeft veroorzaakt.

Het IPCC, het Intergovernmental Panel on Climate Change, heeft onloochenbaar een doorslaggevende rol gespeeld in het bereiken van wetenschappelijke consensus rond broeikaseffect en klimaatverandering. De wijze waarop het ‘panel’ geleerden uit de hele wereld samenbrengt voor de beoordeling van wetenschappelijk onderzoek is uniek in de geschiedenis.

In essentie is het IPCC een los samenwerkingsverband van onderzoekers die hun bijdrage leveren op persoonlijke titel. Zij toetsen de relevante nieuwe literatuur over het broeikaseffect en vatten de essentie samen. Zij hanteren daarbij uitsluitend wetenschappelijke argumenten, los van de belangen van landen of organisaties.

De organisatie werd in 1988 opgericht op initiatief van de WMO, de VN-organisatie voor meteorologie, omdat steeds meer onrust ontstond over de gevolgen van de almaar stijgende CO2-concentratie in de lucht. Er is een bescheiden secretariaat binnen het WMO-gebouw in Genève. Het IPCC doet zelf geen wetenschappelijk onderzoek.

Het IPCC, dat in 1988 onder voorzitterschap van de Zweed Bert Bolin kwam te staan, moest in de eerste plaats de belangrijkste leemtes in kennis rond het broeikaseffect en de klimaatverandering inventariseren. Daarnaast kreeg het panel ook de taak de gevolgen van eventuele klimaatverandering in kaart te brengen en, vervolgens, om voorstellen te doen voor het beperken van het broeikaseffect of het opvangen van de gevolgen.

De werkzaamheden zijn daartoe ondergebracht in drie werkgroepen. Werkgroep I, met de Brit John Houghton als voorzitter, kreeg in de eerste jaren de meeste aandacht. Deze groep zou moeten uitmaken of de stijgende CO2-concentratie nu wel of niet tot klimaatverandering zou leiden.

Het eerste rapport verscheen in 1990 en kon nog niet verder komen dan de conclusie dát de concentratie CO2 steeg, dat de aarde sinds 1880 was opgewarmd en dat er logisch gesproken een verband tussen die twee moest zijn. Het zou warmer worden als de CO2-concentratie verder steeg. Maar het zou nog wel een jaar of tien duren voor men kon zeggen of de mens het klimaat veranderde. Toch was dit verontrustend genoeg om in 1992 in Rio de Janeiro te komen tot oprichting van een wereldklimaatverdrag.

Maar al in 1995, in het tweede IPCC-rapport, was de conclusie dat het totaal van de vele aanwijzingen een merkbare invloed van de mens op het klimaat suggereerde. Voor het opstellen en aanvaarden in 1997 van het Kyoto-protocol (een uitvoeringsprotocol van het klimaatverdrag) is dit van grote invloed geweest. In latere jaren is het IPCC steeds zekerder geworden over de invloed van de mens op het klimaat. Anderzijds werden de uitspraken over de mogelijke gevolgen van de klimaatverandering wat afgezwakt. De zeespiegel zou minder stijgen dan aanvankelijk vermoed.

De almaar toenemende hoeveelheid publicaties die de werkgroepen van het IPCC moeten doornemen heeft hun rapporten zelf ook steeds lijviger gemaakt. Het belang van de zogenoemde ‘Samenvatting voor beleidsmakers’ die aan elk rapport wordt toegevoegd nam navenant toe.

Die samenvatting wordt in overleg met de beleidsmakers opgesteld, wat het IPCC het verwijt bezorgde wel degelijk onder invloed van de politiek te staan.

Afgezien daarvan is het IPCC verweten onduidelijk te zijn over de criteria die het hanteert voor het toelaten van onderzoekers tot het panel.