‘In 2011 barst de derivatenbel’

Arbeidsonrust, stakingsposten en sabotage op de werkvloer: in 2011 worden deze relikwieën uit de twintigste eeuw opnieuw realiteit, op een internationale schaal. Met een paniekgolf tot gevolg, die op zijn beurt aanleiding kan zijn voor een derivatencrisis. Deze voorspelling staat in het boek Bubbels, spraakmakende financiële crises uit de geschiedenis (Sonsbeek Publishers) dat vandaag werd gepresenteerd. Het verschijnt ter gelegenheid van de twintigste verjaardag van de oktobercrash van 1987. Onno Ruding, destijds minister van Financiën, nam het eerste exemplaar in ontvangst.

Een historisch overzicht van de Tulpenmanie, de windhandel van 1720, de crashes van 1929 en 1987, de Japanse vastgoedbubbel en de recente dotcom-hype dient als leidraad voor de beschouwing. „De zomercrisis van de afgelopen maanden had een geheel ander karakter dan de crisis van 1987 of 1929, of de ‘IT bubbel’ in 2000-2001”, borduurde Ruding in zijn toespraak daarop voort. „Dit is een crisis in de financiële wereld, niet in de ‘reële’ wereld.” Twintig jaar geleden was het andersom.

Net zoals Bill White, hoofdeconoom van de Bank voor Internationale Betalingen, vreest Ruding dat de financiële crisis een gezonde economie kan besmetten. De hete aardappel wordt eindeloos doorgegeven: niemand weet nog wie waaraan de vingers brandde. Met redeloze opstoten van angst tot gevolg.

„Die geest krijg je niet meer in de fles”, stelt historicus Marius van Nieuwkerk, een van de samenstellers van het boek. De eindeloze vertakking van kapitaalstromen en afgeleide producten moet volgens hem heel goed opgevolgd worden. Een derivatencrisis in 2011, is dat nu realistisch? „Een intellectueel uitstapje”, relativeert Van Nieuwkerk. „Ik schat de kans op een megacrisis in op 50 procent”, verbetert Jos Dreesens, een van de auteurs van het boek en al sinds 1961 werkzaam in de effectenhandel. „De waarschijnlijkheid op minibubbels lijkt me zelfs 80 tot 90 procent.”