Helemaal opnieuw beginnen

In zijn speelfilmdebuut ‘Control’ vertelt regisseur Anton Corbijn het levensverhaal van Ian Curtis. De zanger van Joy Division pleegde op zijn 23ste zelfmoord. „Net als Ian probeerde ik alles van mezelf in mijn werk te stoppen.”

Het klinkt misschien wat abstract”, zegt fotograaf en regisseur Anton Corbijn halverwege het gesprek. „Maar wat ik probeer te doen is het niveau van de muziek te benaderen. De kwaliteit van de foto’s, video’s en hoezen die bij de muziek worden gemaakt, moet gelijkwaardig zijn. Je moet elkaar recht in de ogen kunnen zien.”

Dat klinkt als een nuchtere en bescheiden ambitie, totdat je bedenkt wie hij allemaal voor zijn lens heeft gehad, van David Bowie tot Clint Eastwood en van Michael Stipe tot Luciano Pavarotti. Corbijn mijdt grote woorden, maar hij jaagt wel degelijk een droom na: beelden maken die zich kunnen meten met het gitaargeluid van Nirvana – met wie hij de bekroonde video voor het nummer Heart Shaped Box maakte – of die een gevoel oproepen zoals een trompetsolo van Miles Davis, van wie hij een van zijn beroemdste portretten maakte – die met beide handen voor de mond.

Die combinatie van nuchterheid en ambitie is typerend voor Corbijn en voor zijn werk, dat zowel groots en meeslepend kan zijn, als ernstig en introvert – en soms zelfs tegelijkertijd. Hij staat op goede voet met wereldsterren en is als vaste fotograaf zo ongeveer het vijfde lid van popgroep U2. Maar hij is ook nog steeds de domineeszoon uit Strijen in de Hoekse Waard, al woont hij al bijna dertig jaar in Londen.

Echtheid, daar gaat het volgens hem om. Corbijn: „Ik ben altijd op zoek naar echtheid. Ik werk met echte emoties en echte impressies van mensen. Daarom heeft mijn werk ook alles overleefd.”

Met zijn speelfilmdebuut Control, dat prijzen in de wacht sleepte op de filmfestivals van Cannes, Edinburgh en Hamburg en vanaf deze week ook in Nederland draait, spiegelt hij zich aan de muziek van Joy Division, die veel voor hem persoonlijk en voor zijn werk betekent. De film vertelt het korte levensverhaal van Ian Curtis, de voorman van de band die met een zwaar, futuristisch ‘postpunk’-geluid en indringende, desperate teksten tot op de dag van vandaag nieuwe generaties popmuzikanten beïnvloedt. Maar de film gaat niet in de eerste plaats over de muziek van de groep, maar over het leven van Curtis, die op 18 mei 1980 op 23-jarige leeftijd zelfmoord pleegde. De zanger werd gekweld door depressies, zware aanvallen van epilepsie en een complex liefdesleven. Hij zat klem tussen zijn minnares, de Belgische Annik Honore, en zijn jonge gezin in Manchester. De film is gebaseerd op de memoires van zijn weduwe Deborah Curtis, Touching From a Distance, een van de mooiste egodocumenten uit de rockliteratuur.

Bono, de zanger van U2, zei ooit over Corbijn

, de domineeszoon: ‘He looks at pleasure through guilty eyes.’ Schuldgevoel is een belangrijk thema in het liefdesverhaal vanControl. Maar wat Corbijn vooral in Ian Curtis herkent is de bezetenheid van muziek. „Muziek betekende echt alles voor mij toen ik opgroeide. Al het contact met de buitenwereld verliep eigenlijk via platen. En net zoals Ian probeerde ik alles van mezelf in mijn werk te stoppen. Mijn werk is nu nog steeds heel belangrijk voor me, maar inmiddels heb ik ook nog een leven. Vroeger was dat niet zo. Misschien is dat ook wel de reden dat je uiteindelijk ergens komt. Voor mensen zoals ik, zonder opleiding, is het misschien de enige manier.’’

Corbijn wilde nadrukkelijk geen muziekfilm maken – zijn gebruik van muziek is heel gedoseerd – maar ook geen traditionele biopic. „De meeste biopics bestaan uit een aaneenrijging van hoogtepunten van levens. Dat raakt me nooit zo, want zo zie ik het leven helemaal niet. In deze film wilde ik juist, door het verhaal van Ian, die afkomstig was uit een heel gewoon milieu, laten zien dat je vanuit alledaagse omstandigheden toch iets heel moois kunt creëren. Dat vind ik hoopgevend.”

Control is gefilmd in een kalm tempo, met fraai gecomponeerde zwart-witbeelden, waarin zijn signatuur als fotograaf meteen te herkennen valt. Maar Corbijn, die begin jaren tachtig beroemde foto’s van Joy Division maakte, is op zijn hoede; hij wil niet dat Control wordt neergezet als een typische ‘fotografenfilm’. „Ik zie de film niet als een vertaling van mijn stills, hoewel ik natuurlijk ook wel weet dat er weinig camerabewegingen in zitten. Maar daar heb ik vooral voor gekozen omdat de jaren zeventig een veel langzamere tijd was dan nu, zeker in het noorden van Engeland. Daarnaast vind ik het mooi om de camera te laten observeren, om iemand in en uit het beeld te laten lopen, zonder meteen te snijden. Je hoeft niet altijd camerabewegingen te gebruiken om veel in een beeld te kunnen laten gebeuren.”

Zwart-wit is als fotograaf en videomaker zijn handelsmerk. De enige langere film die hij eerder maakte, Some Yo Yo Stuff, een fraaie documentaire over zanger en schilder Don van Vliet (Captain Beefheart), is eveneens in zwart-wit gemaakt, maar die film is veel gestileerder dan het realistische Control. Toch is die voorliefde niet de doorslaggevende reden geweest om opnieuw in zwart-wit te werken. „Ik heb die keuze gemaakt omdat ik Engeland heel armoedig en grijs vond in die tijd. Daar komt bij dat de collectieve herinnering aan Joy Division is gedocumenteerd in zwart-wit. Ik heb nooit een kleurenfoto van de groep kunnen vinden. Wel een paar live foto’s, maar geen echte groepsfoto. Ook met hun platenhoezen en hun kleding profileerde de groep zich altijd in zwart-wit.”

Control heeft twee indrukwekkende hoofdrolspelers: de gelauwerde actrice Samantha Morton als Deborah Curtis en nieuwkomer Sam Riley die de rol van zijn leven speelt als Ian Curtis. Vooraf was Corbijn het meest bezorgd over het werken met acteurs, voor hem een nieuwe ervaring, en over de vraag of de onervaren Riley opgewassen zou zijn tegen Morton. „Maar hij heeft zich meer dan staande weten te houden.”

Control is inmiddels door de Britse pers omarmd, maar kwam in Engeland moeizaam van de grond. Filmfondsen weigerden geld in het project te steken. Uiteindelijk heeft Corbijn de film, die zo’n 4,5 miljoen euro heeft gekost voor ongeveer de helft van dat bedrag zelf gefinancierd. „Ik heb dat geld ook niet op de bank staan, dus ik moest daarvoor alles wat ik heb in onderpand geven. Eigenlijk heb ik bij deze film precies gedaan wat mensen zeiden dat ik niet moest doen, inclusief mijn eigen geld erin steken. In de periode dat we de financiering probeerden rond te krijgen, kreeg ik steeds te horen: je moet het niet in zwart-wit doen, niet met een onbekende hoofdrolspeler werken, niet met een cameraman die niemand kent. Dat gaf veel onzekerheid en stress in de tijd voordat we konden gaan draaien. Maar uiteindelijk heb ik de film toch gemaakt zoals ik hem wilde maken.”

Corbijn vertrok in 1979 naar Engeland, omdat hij in Nederland het gevoel had als popfotograaf aan zijn plafond te zitten, en in de hoop Joy Division te kunnen fotograferen. Hun debuutalbum Unknown Pleasures had veel indruk op hem gemaakt. „Mijn Engels was niet goed, dus ik luisterde in eerste instantie niet naar de teksten. Maar toch klonk iets door in die stem, waardoor ik begreep dat de muziek ging over belangrijke, waardevolle dingen. Onderwerpen die mij ook bezig hielden: wanhoop, depressie, de uitzichtloosheid van situaties. Ik wilde gewoon dichter bij die muziek zijn en daarom ben ik naar Engeland gegaan. Om zo’n beslissing te nemen op basis van muziek is achteraf misschien naïef. Maar ik had het gevoel dat mensen in Engeland met meer intensiteit leefden en werkten dan in Nederland, een intensiteit die ik zelf ook had in mijn fotografie. Fotografie betekende in die tijd echt alles voor me.”

Binnen een paar weken slaagde hij erin om Joy Division voor zijn camera te krijgen. Zijn foto’s leverden een belangrijke bijdrage aan het koude en mysterieuze aura van de groep, vooral een beroemde foto waarbij de vier leden van de groep afdalen in een tunnel, terwijl Curtis als enige over zijn schouder omkijkt. „Mensen denken door die foto vaak dat ik Ian wel goed gekend zal hebben, maar dat is maar tien minuten van mijn leven geweest. Mijn Engels was in die tijd zo gebrekkig dat we geen normale conversatie konden voeren.”

Corbijn werd in de jaren tachtig bekend met foto’s die zich kenmerkten door soberheid. „Dat was tot op zekere hoogte noodgedwongen. Ik vertrouwde mijn eigen ideeën niet genoeg om foto’s meer in scène te zetten, dus moest ik wel op een bijna documentaire manier werken.” Eind jaren tachtig, na de periode dat hij werkte aan het beeld voor het U2-album The Joshua Tree, voelde hij zich als fotograaf ‘verloren’. Met zijn documentaire stijl had hij de wereldtop bereikt, maar zijn werkwijze leek uitgeput.

Corbijn begon nadrukkelijker te ensceneren wat zich voor de camera afspeelde. Hij begon te werken met kostuums, maskers en make up. Zijn foto’s werden theatraler, speelser en ook erotischer. Muziekvideo’s speelden een grote rol bij het overwinnen van de impasse. „Mensen denken vaak dat mijn fotografie me wel enorm zal hebben geholpen bij het maken van video’s, maar het was juist precies andersom. In mijn video’s heb ik altijd verhalende elementen gebruikt. Daar hou ik van.”

Hij noemt het zelf „een soort schooltheater”. Bij het maken van clips durfde hij wel. „Als je goede muziek hebt, kun je eigenlijk geen slechte muziekvideo maken.” Zo doste Corbijn U2 uit in vrouwenkleren voor de video van One, en liet hij Dave Gahan van Depeche Mode een clip lang rondlopen in een rode mantel en met een koningskroon op zijn hoofd. Steeds is meteen zichtbaar is dat de decors en rekwisieten nep zijn.

Die nieuwe stijl vond zijn weerslag

in het boek Star Trak. „Door die andere manier van kijken, heb ik mezelf weer gevonden. Het is belangrijk om jezelf van tijd tot tijd in een nieuwe situatie te plaatsen, die je dwingt om te veranderen.”

Met zijn eerste speelfilm heeft hij zichzelf opnieuw in zo’n situatie gebracht. „Ik had bij het maken van de film precies hetzelfde gevoel als toen ik naar Engeland ging, van helemaal opnieuw beginnen.” Toch sluit het het realisme van Control beter aan bij zijn vroege, sobere stijl dan bij zijn latere, meer conceptuele werk. „Onbewust heeft dat teruggrijpen op mijn vroege werk misschien een rol gespeeld bij het maken van Control. Het is denk ik ook goed om je eerste film heel basaal te beginnen.”

De beelden in de film zijn soms vergelijkbaar met zijn foto’s van Joy Division, maar de inzet is eerder tegenovergesteld. Nu probeert Corbijn niet primair het mysterie van de muziek te benaderen, maar juist het verhaal achter de mythe te vertellen. „Ik heb de film Control genoemd, omdat dat een fundamenteel motief was in het leven van Ian. Hij wilde altijd de controle houden, zowel in de band als in zijn huwelijk. Juist hij werd getroffen door een ziekte waar hij geen controle over kon hebben: epilepsie.”

Corbijn heeft met verschillende popartiesten nauw samengewerkt, die zelfmoord hebben gepleegd, van Herman Brood tot Kurt Cobain. Toch speelden die ervaringen bij het maken van Control nauwelijks mee. „Ik kan me goed afsluiten van gevoelens. Op de filmset ben je uitsluitend heel praktisch bezig. De emoties kwamen pas later, bij de eerste keren dat ik de voltooide film heb gezien. Toen kwam ineens het besef hoe zonde het is als iemand met zoveel talent denkt dat zelfmoord de enige oplossing is voor zijn problemen. Wat een verspilling van leven.”

‘Control’ van Anton Corbijn is vanaf deze week te zien in 13 bioscopen.