Hannema verzamelde alles

Tentoonstelling: Dirk Hannema - Het oog van de kenner. T/m 20/1/2008 in Museum de Fundatie, Paleis a/d Blijmarkt Zwolle, Kasteel Het Nijenhuis, Heino. Di t/m zo 11-17u.

Dirk Hannema - Het oog van de kenner heet de dubbel-expositie in Zwolle en Heino over de ‘geboren verzamelaar’ Dirk Hannema. Dubbelzinnig en ironisch is die titel, want Hannema ging voor de Tweede Wereldoorlog als directeur van het Rotterdamse Museum Boijmans van Beuningen door voor een groot kunstkenner, een status die hij na de oorlog op hardhandige wijze verloor. Bovendien werd hij, als voormalig kunstadviseur van Mussert, ontslagen als museumdirecteur.

Hannema verzamelde ook privé kunst. Op zijn veertiende kocht hij als gymnasiast voor veertig gulden een schilderijtje dat – schoongemaakt – van Jongkind bleek te zijn. In Zwolle zijn ruim 700 items te zien uit zijn gevarieerde collectie van ruim 3500 kunstwerken.

Hannema (1895-1982) was afkomstig uit een welgesteld milieu. Als jonge en ambitieuze museumdirecteur wist hij rijke Rotterdammers, zoals Van Beuningen en Van der Vorm, te bewegen tot dure aankopen voor zijn museum. Zijn triomf was in 1938 de aankoop van De Emmaüsgangers, een nieuw ontdekt groot schilderij van Vermeer. Na de oorlog bleek het de spectaculairste miskoop van de eeuw. De Emmaüsgangers was geschilderd door vervalser Han van Meegeren.

Ook in zijn eigen collectie ontdekte Hannema nog zes ‘Vermeers’. Ze hangen in de Vermeer-kamer van Het Nijenhuis. Wie de kamer betreedt, staat perplex. Aan alle wanden schilderijen die op geen enkele manier zijn te herkennen als ‘Vermeer’. Behalve dan De Emmaüsgangers, die hier nu tijdelijk hangt.

In 1972 schreef Hannema het boekje Over Johannes Vermeer van Delft over zijn ontdekkingen en inzichten. Zijn ‘Vermeers’ moesten, net als De Emmaüsgangers, invulling geven aan de vroege periode van Vermeer rond 1650, waarover vrijwel niets bekend is. Maar, anders dan bij De Emmaüsgangers, kreeg Hannema geen bijval meer voor zijn ontdekkingen.

Zo verbijsterend als de ‘Vermeerkamer’ in Het Nijenhuis, zo ontwapenend is de expositie van Hannema’s collectie in het neo-classicistische Paleis aan de Blijmarkt in Zwolle. De kunst is hier chronologisch geëxposeerd, in volgorde van aankoop, beginnend met de Jongkind uit 1912. Hannema was als verzamelaar een volgeling van de Haagse kunstpedagoog H.P. Bremmer.

Hannema was een enthousiast en weinig kieskeurig verzamelaar. Stijlen, perioden en soorten van kunst interesseerden hem niet. Het ging hem om kwaliteit voor een betaalbare prijs. Van eigentijdse kunstenaars kocht hij toen ze nog in opkomst waren.

Schilderijen, beeldhouwwerk, porselein, aardewerk, zilver en meubelen zijn nu in een bonte presentatie te zien als op een kijkdag voor een veiling. Beroemde namen genoeg, maar meestal met klein en minder belangrijk werk: De Chirico, Zadkine, Marini, Canova, Archipenko, Degas, Da Costa, Jespers, Derain, Dodeigne, Delacroix, Picabia, Van der Leck, Corneille, Lucebert, Mondriaan, Picasso en Van Goyen, een landschapstekening.

Het is veel te veel om op te noemen en het verbazende is dat allemaal zo door elkaar bijeen te zien. Het toeval van al die elkaar opvolgende aankopen, gedaan met een ruimhartige blik op de kunsthistorie, is hier nu tijdelijk zichtbaar. Het tekent Hannema, die zei: „Van het een komt het ander. Men gaat door, omdat men niet anders kan. Verzamelen is een hartstocht.”