Column

Gerechtigheid

Maanden zaten we bij ons thuis in de rats. Natuurlijk zouden we hem helpen. Slachtoffers laat je nou eenmaal niet vallen. Ook wij vonden dat het voor een groot deel zijn eigen schuld was, maar toch….

Ook als iemand iets doms heeft gedaan dan hoef je hem daarna niet aan zijn lot over te laten! Ook al ben ik niet meer gelovig, de naastenliefde heb ik niet weggedaan. Dat is een maatschappelijke plicht.

Ik ken hem niet goed, eigenlijk net als u alleen uit de krant, maar omdat zijn noodlot van het papier spatte werd hij bij ons thuis al heel gauw gespreksonderwerp nummer 1. Mijn dochter kon afgelopen woensdagnacht niet slapen en trof mijn vrouw en mij verdrietig zwijgend voor de zacht smeulende open haard. Ze vroeg of hij kinderen had. Ik zei dat ik niet het exacte aantal wist, maar volgens mij had hij in elk geval twee kleintjes uit een tweede leg. Mijn dochter schoot vol. Hoe moeten die dan verder? Die hebben nog een heel leven voor zich. Ik vertelde haar dat het wel erg was, maar dat er gelukkig ook nog een voedselbank en een daklozenkrant is. Of ik geen benefiet wilde doen? Ik zei dat ik dat uiteraard allang overwogen had, sterker nog: ik had mijn impresario inmiddels opdracht gegeven om te informeren naar een of twee avonden Carré. En voor dat doel heb ik die zaal zo vol. Dit gaat echt om iets essentieels.

„Maar dat is in dit geval niet genoeg!”, sprak ik zacht.

„Maar het is wel een begin”, fluisterde mijn wanhopige dochter.

„En een fancy fair?”, zei mijn vrouw.

„Dat is lief bedoeld, maar dat zet geen zoden aan de dijk!”, zuchtte ik licht geïrriteerd, „ik moet Ajax bellen of iets groots met Borsato en Paul de Leeuw doen. En dan minimaal Gelredome. Hoewel Ajax? Die hebben zelf problemen genoeg!”

„Maar die hebben wel geld”, sprak mijn zoon, die ook de slaap niet kon vatten en aangeschoven was, „zevenentwintig van Wesley en achttien van Babeltje!”

„Ja, maar die moeten spelers kopen en wel met spoed, anders spelen we volgend jaar tegen Omniworld en Emmen.”

Mijn vrouw suggereerde of ik Alex moest bellen. Ik heb zijn 06. Máxima weet alles van microkrediet en heeft ook wel even zin om haar zinnen te verzetten na het kleinburgerlijk gelul van de gepikeerde spruitjeshollanders en andere Wildersjes. Wat zijn we toch een armzalig volk. Als iemand nu weet wie de Nederlander is dan is het Máxima.

„Is ie ontslagen?”, vroeg mijn zoon.

„Nee, zelf vertrokken. Jongen met principes. Dat maakt het ook zo schrijnend! Hij kan niet tegen onrecht.”

„Had hij niet kunnen sparen?”, vroeg mijn zoon.

„Nee joh, amper brood op de plank!”

Onderhand vertelde mijn vrouw de kinderen hoe dat vroeger ging. De kerk zorgde voor eten. Bij de roomsen de nonnen en bij de protestanten de diaconie. Dat soort hulp ging meestal stilzwijgend. En rijke mensen schoven soms stiekem wat extra’s via de achterdeur.

Het werd stil in ons huis. We mokten en af en toe kwam er een slap ideetje. Ik zou mijn nooit gebruikte racefiets op Marktplaats.nl aanbieden, we wilden wel wat schilderijen van de hand doen, de auto van mijn vrouw kon op de offerstapel, de zeilboot, de skischoenen…

Toen ging de telefoon. Vrienden, die ook de hele nacht wakker waren, belden met de mededeling dat er zo goed als zeker een oplossing was. Nog geen structurele oplossing, maar de familie kon in elk geval de winter door. Even weer wat tijd en lucht om plannen te smeden en aan iets definitiefs te werken.

„Misschien vindt hij in die tijd ook wel een nieuwe baan”, lachte mijn altijd optimistische vrouw. Daarna rinkelde bij ons onophoudelijk de telefoon en werd er uitsluitend over en weer gefeliciteerd. Iedereen blij. Zo bodemloos blij. Rijkman Groenink krijgt geen achttien, maar zesentwintig miljoen euro. Rijkman gefeliciteerd. Er is dus toch een God. Er is dus toch gerechtigheid!

Youp van ’t Hek