Galeries (2)

Was het Ron Rijghard, de schrijver van het artikel onder de titel `Succesfactor 22`, zelf die tijdens de maandagochtendredactievergadering met het ludieke ideetje op de proppen kwam om zijn vooringenomenheid over de galeriewereld te ventileren?

Aan de hand van de galerieagenda meent hij op zoek te moeten gaan naar iets waarvan hij bij voorbaat uitgaat dat het niet te vinden is. Arme Ron, en dan moet hij ook af en toe bij de galeries aanbellen om naar binnen te mogen, geen idee hebbend dat hoogdrempeligheid soms ook veiliger is dan openstaande voordeuren.

Ron besefte meteen al bij het natellen van zijn erfenis van oom Arend dat zijn smaak verpest is door te veel museumbezoek. En dat hij het die middag met minder moest doen dan met Bacon, Caravaggio en Goya.

Ik dacht toch dat museumbezoek nooit genoeg kan zijn en dat je smaak juist daar grotendeels wordt gevormd en niet verpest.

En dan zijn laatdunkende toon over de kunstwerken die hij meent te ontwaren en daarbij geheel vergeet dat zijn sneltreinbezoek aan zo`n 25 galeries in één middag minstens zo oppervlakkig is als een weekendretour naar China!

Chris Dercon heeft ooit gezegd dat als je kunst wilt begrijpen er eerst een groot verlangen moet zijn om te willen ontdekken. Er zijn nogal wat verzamelaars die pas na een lange tijd iets aanschaffen omdat het in hun hoofd blijft zitten en beklijft en dat heeft niets te maken met oppervlakkig consumeren maar het zegt iets over inzicht en verlangen.

Kunstenaars en galeries (podia van de kunstenaars) met zo`n misprijzen beschrijven als Ron Rijghard getuigt niet alleen van arrogantie en domheid maar ook dat je je plaats niet kent als doorgeefluik (verantwoordelijkheid) naar de lezers van de krant.

Ome Arend had beter een instructieboekje voor zijn neefje kunnen nalaten waarin de kneepjes van het vak (en het leven) uit het hoofd moeten worden geleerd (want Ron heeft een slecht werkende intuïtie): Eerst goed kijken, en dan pas opschrijven.