EU eist actie van Servië

Eurocommissaris Rehn bezocht gisteren Den Haag.

Hij sprak vooral over Servië ; het Balkanland dat voor belangrijke keuzes staat.

Europees Commissaris Olli Rehn is niet te benijden. Als eerst verantwoordelijk bestuurder voor de toetreding van nieuwe landen tot de Europese Unie kan hij het eigenlijk nooit goed doen.

Aan de ene kant zijn er de begrijpelijke verlangens van landen die aansluiting zoeken bij het Europese succesverhaal over vrijheid, democratie en welvaart. Daar tegenover staat de groeiende bezorgdheid onder kiezers en politici in de huidige EU-landen over de houdbaarheid van dat succes. En hun reserves tegenover verdere EU-uitbreiding nemen navenant toe.

Gisteren was Olli Rehn even in Den Haag om de leden van de vaste Kamercommissie voor Europese Zaken bij te praten over zijn dilemma’s en de precairste onderwerpen uit zijn portefeuille, waaronder Servië.

Aansluitend had de 45-jarige Fin, ook in Den Haag, een ontmoeting met hoofdaanklager Carla del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal. Zij vindt dat Servië onvoldoende meewerkt aan de opsporing van voortvluchtige oorlogsmisdadigers.

Del Pontes oordeel weegt zwaar mee bij het al dan niet sluiten van een associatieovereenkomst tussen de EU en Servië (lees: financiële EU-steun voor Belgrado). De EU-landen praten daar maandag weer over.

Behoudt Servië uitzicht op EU-lidmaatschap zonder dat mensen als Radovan Karadzic en Ratko Mladic in Den Haag zijn gearriveerd?

Olli Rehn: „Nee, het is belangrijk dat Servië snel volledige medewerking verleent. Dit moet resulteren in de arrestatie en overdracht van Ratko Mladic en Radovan Karadzic aan het tribunaal. Dan pas kan met Servië een stabilisatie- en associatieakkoord worden getekend dat uitzicht geeft op EU-lidmaatschap. Servië gaat daarom kritieke weken en maanden tegemoet waarin het de vraag moet beantwoorden of het afscheid neemt van zijn nationalistische verleden en kiest voor een Europese toekomst.”

De denktank International Crisis Group (ICG) voorspelt dat de nationalistische krachten in Servië blijven overheersen.

„Er zijn constante spanningen in Servië tussen hervormingsgezinde, pro-Europese partijen en nationalistische krachten. Het is in het belang van de EU om de democratische krachten te steunen en het land op de route naar EU-lidmaatschap te houden. Wat in de rapporten van de ICG onderbelicht blijft, is dat het voorwaardelijk onderhandelen over EU-lidmaatschap wel degelijk werkt. Een goed voorbeeld is Kroatië. In 2004 stonden er nog 34 namen op de lijst van gezochte Kroaten. Eind 2005 waren dat er minder dan tien en nu zijn er nog vier voortvluchtigen over.”

Voor de toekomstige status van de Servische provincie Kosovo, waar de etnische Albanezen een ruime meerderheid vormen, zijn de komende maanden beslissend. Is er een verband tussen de kwestie-Kosovo en het EU-perspectief voor Servië?

„We kunnen van de Serviërs niet vragen Kosovo op te geven om daarmee een lidmaatschap van de EU binnen te slepen. Dat zou naïef zijn en onterecht. Maar door ze uitzicht op lidmaatschap te geven, stimuleren we de Serviërs wel het nationalistische pad te verlaten.”

Bereidt de EU zich voor op een eenzijdig uitroepen van een onafhankelijk Kosovo door de Kosovo-Albanezen?

„We bereiden ons voor op zowel positieve als negatieve scenario’s. Maar we verwachten van zowel de Serviërs als de Kosovo-Albanezen dat ze geen eenzijdige stappen zetten. De status quo valt niet te handhaven. De werkloosheid in Kosovo is hoog en er bestaat een voortdurend risico op politieke instabiliteit. Het is essentieel dat er zonder nodeloos uitstel een duurzame oplossing komt.”

Europese Unie breidt uit naar zuid-oosten van Europa