Er dreigt nóg een oorlog in Soedan

Het probleem tussen Zuid- en Noord-Soedan is veel omvangrijker dan Darfur.

De regerende partij in Zuid-Soedan stapte gisteren uit de eenheidsregering – weer een klap voor het vredesakkoord.

Een nieuwe oorlog dreigt in Zuid-Soedan, waar het tweeëneenhalf jaar geleden gesloten vredesakkoord met de regering in Khartoum begint te rafelen. De relaties tussen Khartoum en de Zuid-Soedanese semi-autonome regering in Juba „zijn vergiftigd”, zei afgelopen weekeinde Amerika’s speciale afgezant voor Soedan, Andrew Natsios. Dit werd gisteren bevestigd toen het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA), de regerende partij in het zuiden, zijn medewerking aan de eenheidsregering met het noorden opschortte. Mede door de grote aandacht voor de crisis in het West-Soedanese Darfur lijkt het veel omvangrijker probleem tussen Noord- en Zuid-Soedan in de vergetelheid geraakt.

Na ruim twintig jaar oorlog sloot de Soedanese regering begin 2005 een alomvattend vredesverdrag met het SPLA. In de lopende interim-periode heeft het zuiden een semi-autonome regering in Juba onderleiding van het SPLA. Er moeten nog een volkstelling, vrije verkiezingen in 2009 en een referendum over de status van het zuiden in 2011 komen. De zuidelijke regering ontvangt volgens het verdrag de helft van de olie-inkomsten en de regeringstroepen trekken zich naar het noorden terug. Na uitvoering van het verdrag zal Soedans regeringssysteem ingrijpend zijn hervormd en het land gedemocratiseerd.

Het was een veelgeprezen akkoord, gunstig voor het SPLA en een verdrag om jaloers op te zijn voor de nog jonge rebellengroepen in Darfur. Maar het is tot nu toe slechts ten dele uitgevoerd. De toenmalige, inmiddels bij een ongeluk omgekomen SPLA-leider John Garang en diens onderhandelingspartner in Khartoum, de toenmalige vice-president Taha, voorzagen een innig samenwerkingsverband tussen Noord en Zuid. Die geplande liefde blijkt zodanig vergiftigd dat Salva Kirr, president van Zuid-Soedan, vorige maand een nieuwe oorlog voorspelde.

Het dieptepunt in de relatie volgde enkele dagen later toen veiligheidstroepen in Khartoum het kantoor van de SPLA binnenvielen. De Amerikaanse gezant Natsios vertelde verder over troepenversterkingen aan beide zijden. In het omstreden grensgebied tussen Noord en Zuid zou het enkele malen bijna tot gevechten zijn gekomen tussen SPLA-soldaten en regeringsmilitairen.

De meeste diplomaten evenals de Internationale Crisisgroep, een gezaghebbende denktank, zeggen dat de Soedanese regering systematisch uitvoering van het vredesverdrag heeft ondermijnd. Het meest omstreden punt is de grens. Langs de nooit duidelijk gemarkeerde grens tussen Noord en Zuid wordt sinds zeven jaar olie gewonnen, het merendeel in het zuiden. Wanneer bij het te houden referendum de zuiderlingen voor onafhankelijkheid kiezen, raakt het noorden het leeuwendeel van zijn inkomsten kwijt. De ligging van de grens gaat dus over oliewinning.

Conform het vredesverdrag heeft in het olierijke gebied bij Abyei een gemeenschappelijke commissie de grens vastgelegd, waarna de inwoners in een referendum mogen beslissen of ze bij Noord- of Zuid-Soedan willen horen. De regering in Khartoum heeft de conclusie van de grenscommissie echter verworpen, hoewel dit volgens het vredesverdrag een bindend oordeel zou moeten zijn.

Ook in andere gebieden is de grens omstreden. Volgens de afspraken zouden alle soldaten van het noordelijke regeringsleger zich inmiddels teruggetrokken moeten hebben. Het SPLA zou nu de hoofdmacht moeten vormen in het zuiden, geassisteerd door gecombineerde eenheden van noorderlingen en zuiderlingen. Maar veel noordelijke troepen bevinden zich tegen de afspraken in nog steeds in het zuiden, vooral in de oliegebieden.

Dit jaar zou er een volkstelling moeten worden gehouden in het zuiden, maar deze is uitgesteld. Hierdoor zullen ook de verkiezingen en het referendum vertraging oplopen. De conclusie van waarnemers is dat het door Garang en Taha gekoesterde onderlinge vertrouwen niet bestendig is gebleken en dat het groeiende wantrouwen uitvoering van het verdrag vrijwel onmogelijk maakt.

Twee jaar geleden oefende de internationale gemeenschap, onder aanvoering van Amerika, grote druk uit. Die diplomatieke druk heeft zich verplaatst naar Darfur en Zuid-Soedan lijkt van de radar verdwenen. „Het geweld in Zuid-Soedan was erger dan nu in Darfur”, oordeelde Natsios. In Darfur zijn volgens de meest geciteerde getallen 200.000 mensen omgekomen en drie miljoen op de vlucht geslagen. In Zuid-Soedan verloren twee miljoen inwoners het leven en raakten vier miljoen mensen op drift.

De schuld ligt niet alleen bij de regering in Khartoum. De Zuid-Soedanese regering van Salva Kirr is aangevreten door corruptie, de voormalige vrijheidstrijders blijken slecht gedisciplineerd en de ontwikkeling van het zuiden wordt goeddeels overgelaten aan hulporganisaties.

De Zuid-Soedanese regering slaagde er wel in voormalige tegenstanders in haar strijdkrachten te integreren. Ruim 30.000 strijders van een rivaliserende beweging zitten nu samen met het SPLA in een nieuw zuidelijk leger. Degenen die zich niet bij het SPLA aansloten, laten zich betalen door Khartoum. Als een nieuwe oorlog in het zuiden komt, kunnen zij worden ingezet tegen het SPLA.

Autonoom 'Soedan'