Britse leger passeert ‘eigen’ leverancier

Het Britse leger bestelde vorige week voor een kleine 90 miljoen euro aan materieel. Verrassend was dat het hierbij de Britse fabrikant BAE Systems passeerde en ging winkelen in Frankrijk en de VS.

Het Britse ministerie van Defensie heeft het Engelse bedrijf BAE Systems gepasseerd en een order voor een toekomstige generatie pantservoertuigen voor de Royal Army gegund aan een consortium geleid door het Franse Thales en het Amerikaanse Boeing.

Met het contract kan, naar schatting van analisten, over een periode van dertig jaar een bedrag zijn gemoeid van 60 miljard pond, bij de huidige valutakoers bijna 87 miljard euro. Dat zou het grootste contract zijn uit de geschiedenis van de Britse landmacht.

Huisleverancier BAE Systems, leider van een consortium waarin ook het Italiaanse Finmeccanica en het Amerikaanse Lockheed Martin waren vertegenwoordigd, is not amused.

De megaorder behelst de vervanging van bijna vierduizend pantservoertuigen van het Britse leger met ongeveer drieduizend stuks van het FRES-voertuig – acroniem voor Future Rapid Effects System. Thales en Boeing moeten de ontwikkeling, de productie en de introductie van de voertuigen in het Britse leger in goede banen te leiden.

De order komt vroeger dan verwacht, wat volgens waarnemers is ingegeven door de gebleken kwetsbaarheid van het huidige zware materieel in Irak en Afghanistan. „FRES heeft de hoogste prioriteit voor de Britse strijdkrachten”, stelde de minister van Defensie Lord Drayson eind vorige week.

BAE Systems zwijgt over de verloren offerte en probeert het verlies naar de publicitaire achtergrond te dringen door het belang te onderstrepen van andere recente orders voor onder andere Australië en de Verenigde Staten. Hoe de stemming waarschijnlijk is, verraadt een vraaggesprek met Andrew Davies, directeur van de divisie Landsystems, vlak voordat het Britse ministerie van Defensie zijn beslissing openbaar maakte. „Wanneer het laatste Terrier genievoertuig in 2011 de productielijn in Newcastle verlaat, zal het daar leeg zijn. Daarna rest slechts een groot vraagteken. Je kunt je conclusies trekken over wat er gebeurt als FRES niet doorgaat”, aldus Davies tegen het vakblad Defense News.

FRES is niet de enige recente domper voor BAE Systems. Het ontwerp en de bouw van twee nieuwe vliegdekschepen voor de Britse marine – door BAE Systems aanvankelijk als een thuiswedstrijd beschouwd – moest ook al worden gedeeld met Thales. Hier ging het om 5,7 miljard euro.

BAE Systems had zijn onderhandelingspositie jegens de Britse overheid ondermijnd doordat het niet in staat was gebleken om de bouwkosten van de nieuwe kernonderzeeërs van de Astute-klasse binnen de perken te houden. Die werden twee keer zo hoog als geraamd.

Thales kon in de strijd werpen dat de Franse marine eveneens belangstelling heeft voor een vergelijkbaar vliegdekschip. Door de gezamenlijke aanschaf van dure onderdelen zoals motoren en elektronica, zouden de kosten omlaag kunnen.

Dat de FRES-order aan een Brits bedrijf voorbij gaat, betekent overigens niet dat ook de Britse werkgelegenheid een veer moet laten. Het gaat bij zowel Thales als Boeing om de Britse dochters van die ondernemingen, waar respectievelijk ongeveer negenduizend en dertigduizend werknemers in dienst zijn.

Op dit moment beschikt de Britse landmacht over een divers uitgevoerd voertuigpark van meer dan 1.250 lichte tanks, ongeveer 1.500 gepantserde personenvoertuigen en ruim 600 overige gepantserde wielvoertuigen.

Hoewel FRES een grote mate van standaardisatie kent, voorzien de plannen in vier verschillende voertuigtypes in 21 verschillende versies, variërend van zelfrijdend geschut en slagveldtaxi’s, tot ambulances en mijnenleggers.

De voertuigen moeten, met de lessen van Irak en Afghanistan in gedachte, goed beschermd zijn tegen raketgranaten en bermbommen. Ook moeten ze zo licht zijn dat de nieuwe Europese A-400M transportvliegtuigen van Airbus ze kunnen vervoeren.

De belangrijkste FRES-eigenschap is dat alle voertuigen met een breedband netwerk aan elkaar worden gekoppeld. De bemanningen kunnen zodoende meekijken op bijvoorbeeld nachtzichtcamera’s of radarsystemen van voertuigen vele kilometers verderop. Sterker, het hele FRES-netwerk moet via communicatiesatellieten worden gekoppeld aan sensoren van onbemande vliegtuigen, gevechtshelikopters, en andere ‘platforms’. Vandaar dat ook wel wordt gesproken van: een ‘systeem van systemen’.

Ook de Nederlandse defensie-industrie kan in theorie een graantje meepikken van het FRES-programma, aangezien het Duits-Nederlandse pantservoertuig Boxer, geproduceerd door Artec, één van de drie kandidaten is voor de rol van slagveldtaxi. Naast de Boxer, die wordt gemaakt door het Duitse Rheinmetall, Kraus-Maffei Wegmann en het Nederlandse Stork, dingen ook de Piranha van het Amerikaanse General Dynamics en het VBCI-voertuig van het Franse Nexter naar de opdracht.

De kansen daarop moeten echter volgens een woordvoerder van de NIID – Stichting Nederlandse Industriële Inschakeling Defensieopdrachten – niet al te hoog worden ingeschat. „Die Boxer wordt op dit moment al in Duitsland voor het Duitse leger gemaakt. Als de Britten die Boxer nu meteen zouden willen hebben, dan krijgen de Duitsers de order. Wanneer ze wat langer kunnen wachten, dan richten ze waarschijnlijk gewoon een Britse productielijn in. Als het erop aankomt, dan weten ze de belangen van de nationale defensie-industrie wel te behartigen”, aldus de woordvoerder.