Bestuur van Stork staat in zijn hemd

De aandeelhouders van Stork hebben eindelijk iets om over te juichen. Het onsamenhangende Nederlandse conglomeraat, dat een allegaartje van luchtvaartactiviteiten, technische diensten en zelfs de bouw van kippenslachtmachines omvat, zal volgende week waarschijnlijk worden overgenomen door het Britse opkoopfonds Candover.

Candover zal vermoedelijk een kleine premie bieden ten opzichte van zijn eerdere bod van 47 euro per aandeel, met één belangrijke wijziging: de voedingsdivisie van Stork, die een waarde van 400 miljoen euro vertegenwoordigt en die in eerste instantie het grootste struikelblok vormde voor een overname, zal buiten de overeenkomst worden gehouden.

Deze divisie zal apart worden verkocht aan het IJslandse voedingsmiddelenconcern Marel; het hieraan gelieerde LMC-consortium heeft zijn belang in Stork met succes tot 41 procent uitgebreid, en zo de overeenkomst met Candover geblokkeerd en verkoop van de divisie afgedwongen.

Dit is goed nieuws voor de aandeelhouders van Stork. In plaats van helemaal niets en een aandelenkoers die wegkwijnde onder het niveau van 45 euro, hebben zij nu opeens uitzicht op een – zij het kleine – premie. Alles wat boven het oorspronkelijke bod uitkomt, moet worden beschouwd als een onverwachte bonus.

Hetzelfde geldt voor de hedgefondsen Centaurus Capital en Paulson, die 30 procent van Stork in handen hebben. Hoewel zij beweerden dat Stork veel meer waard was, hebben ze een goede prijs gekregen en blijken ze terecht te hebben aangestuurd op een opsplitsing van het concern.

De indruk zou kunnen ontstaan dat Candover aan het kortste eind heeft getrokken. Maar dat hangt af van de vraag hoeveel geld het fonds kan loswringen van Marel. Door meer dan 47 euro per aandeel neer te tellen voor het opbouwen van hun belang in Stork, hebben de IJslanders laten zien dat ze bereid zijn ver te gaan.

Deze oplossing zou zelfs goed kunnen zijn voor de andere bedrijfsonderdelen van Stork. Een meer gestroomlijnde bedrijfsstructuur zal Stork zonder meer helpen zijn aandacht beter te verdelen. Er zullen ongetwijfeld kopers opduiken voor de divisie voor technische dienstverlening, en als de luchtvaartdivisie eenmaal door dit slechte jaar heen is (dat werd veroorzaakt door vertragingen bij belangrijke overheidsprojecten) moet ook zij het beter kunnen gaan doen.

De enige partij die het strijdtoneel met een besmeurd blazoen zal verlaten, is het bestuur van Stork, dat meer dan een jaar heeft getracht het concern bijeen te houden. Het spande rechtszaken aan, probeerde gifpilconstructies uit en negeerde een uitspraak van de aandeelhouders om Stork op te splitsen. En toch heeft het bestuur de zaak uiteindelijk verloren.