Beest is woest en vrij

Indra Sinha: Animal’s people. Simon & Schuster, 374 blz. € 22,30

Indra Sinha: De mensen van Beest. Vertaald uit het Engels door Lidwien Biekmann. Querido, 422 blz. €22,95

Het komt wel voor dat de schrijver zich wanhopig aan zijn lezer vastklampt. Maar de Brits-Indiase schrijver Indra Sinha doet het tegenovergestelde: hij gooit je er in zijn roman Animal’s people op de eerste bladzijde al uit. Nog voordat het rampzalige stadje Khaufpur uit Sinha’s roman kan verrijzen, wordt duidelijk dat het verhaal de ‘directe weergave’ is van bandopnamen met interviews en wordt je geadviseerd de website www.Khaufpur.com te raadplegen. Met opmerkelijk plezier doet de schrijver hierop verslag van culturele, politieke en historische achtergronden van een fictieve stad, die jaren geleden werd getroffen door de ontploffing van een fabriek. De website maakt duidelijk dat de geschiedenis van Khaufpur een bewerking is van de tragedie van de Indiase stad Bhopal. In 1984 ontplofte daar de fabriek Union Carbon, waardoor 40 ton gifgas over de stad werd uitgeblazen. Duizenden doden waren het gevolg.

Lamgeslagen overleeft ook het stadje Khaufpur, terwijl de ‘Kampani’, de fabriekseigenaars, veilig in Amerika zitten. De 19-jarige inwoner die door Sinha wordt ‘geïnterviewd’ heet Beest. Zijn ouders kwamen bij de ramp om. Door het gifgas is zijn ruggenwervel kromgetrokken, waardoor hij wordt gedwongen op handen en voeten te lopen. Beest is opgevoed door een Franse non, die sinds de ramp aan een speciale vorm van afasie lijdt: alle talen, behalve het Frans, zijn voor haar uit onverstaanbare klanken. Nadat het meisje Nisha Beest van straat haalde, wordt zij het doelwit van zijn seksuele dwangdromen.

Voor het eerst in zijn leven krijgt Beest hoop als de Amerikaanse arts Elli in het stadje arriveert om een ziekenhuis op te zetten. ‘Dokteres Elli’ had gedacht dat dit initiatief op enthousiasme onder de bevolking kon rekenen, maar de Amerikaanse ontmoet wantrouwen. Onder aanvoering van de altijd moreel superieure Zafar, Nisha’s verloofde, wordt besloten het ziekenhuis te boycotten. Deze strijd culmineert in een plaatselijke vorm van hoop: de hongerstaking.

Omdat de vertellende viervoeter nooit iets anders heeft gekend dan dit soort ellende, heeft hij zijn eigen personage gecreëerd: Beest. Met wrange en wijze humor stelt Beest zich buiten de wetten en regels van de ernstig falende mens: ‘Ik ben Beest, woest, vrij en alleen / iemand als ik, zo is er maar één’. Dit permanente heen en weer geslinger in Animal’s people tussen ‘realiteit’ en ‘fantasie’ verbeeldt geen postmodernistische twijfel, maar is het directe gevolg van de levenshouding van Beest: ‘dat je een tragedie uiteindelijk alleen maar aankunt door erom te lachen’.

Sinha’s website, het personage van Beest en andere bizarre fenomenen in Khaufpur getuigen van eenvruchtbare speelsheid, die de fantasie in bedrijf houdt en zodoende voorkomt dat de roman over het lot van de Khaufpuri verwordt tot een éénduidige boodschap. Na de verwarring aan het begin ben je dan al definitief Sinha’s roman ingezogen. Wél blijft Beest de lezer op afstand door hem consequent met ‘Ogen’ aan te spreken. Ten opzichte van de ellende in het stadje Khaufpur bestaat geen begrijpende leeshouding, maar alleen een leesblik. Met af en toe een glimlach.