Acteur met zacht ruisende stem

Leo de Hartogh speelde honderden rollen op toneel en televisie, en twee grote filmrollen waar 42 jaar tussen zat.

Eén affiche heeft Leo de Hartogh tot beeldbepalend voor de Nederlandse filmgeschiedenis gemaakt. Samen met zijn tegenspeelster Rini Otte stond hij in 1936 in badpak op het affiche voor de film Jonge harten, de eerste grote productie die destijds uit de bedompte binnenkamertjes van de gemiddelde speelfilm brak om zich te baden in zon en zee. En dat affiche, als belichaming van jeugd en levenskracht, is naderhand herhaaldelijk gebruikt voor boekomslagen, filmfestivals en andere evenementen.

De Hartogh, die op 91-jarige leeftijd is overleden, was amper twintig toen de makers van Jonge harten (Charles Huguenot van der Linden en Heinz Josephson) hem de verliefde student lieten spelen. Hij werkte nog maar net bij het fusiegezelschap Vereenigd Rotterdamsch-Hofstad Tooneel, waar hij zich ontwikkelde tot multi-inzetbaar acteur. Toen de oorlog uitbrak, was hij in Brussel voor een nieuwe Nederlandse film die nooit is afgemaakt. Vervolgens ging hij naar Nederlands-Indië waar hij meespeelde in het cabaretgroepje van Wim Kan en in Japanse gevangenschap belandde.

Na zijn terugkeer werkte De Hartogh nog korte tijd in de cabaretensembles van Wim Sonneveld en Wim Kan, maar al gauw werd het toneel zijn belangrijkste arbeidsterrein. Met zijn gedistingeerde gestalte, verzorgde dictie en bronzen, zacht ruisend stemgeluid blonk hij uit in rollen als charmeur, gezagsdrager of beide. „Ik heb eigenlijk nooit iets slechts gedaan in mijn vak,,”, zei hij, niet gespeend van ijdelheid, in het recente interviewbundeltje De pioniers van Annemieke Hendriks. In de jaren vijftig en zestig werd hij bovendien bekend door vele tientallen tv-rollen. Hij was toen getrouwd met de actrice Teddy Schaank. Hun dochter werkt onder de naam Linda van Dyck.

In 1978 speelde Leo de Hartogh nog één keer een grote filmrol: de titelrol in Meneer Klomp van Otto Jongerius – over een keurige kantoorchef die hopeloos in de ban raakt van een achttienjarige ondergeschikte. De film was geen groot succes, maar De Hartogh wist die man wel geloofwaardig te maken. In 1981 ging hij, na vele jaren, met pensioen bij de Haagse Comedie. Daarna kon hij, door de terugkerende herinneringen aan het Jappenkamp, niet meer werken. „Het was een mooi vak,” zei hij, „maar toen was het op.”