‘Ziet u wel, net garnaaltjes’

De schrijver zoeft per bed naar Alcatraz voor een resectie en belandt in kale, vensterloze zalen.

Manneke Pis is van slag. Om uit de drup te komen zet ik alle kranen van de badkamer open. Het geruis maakt een bevrijdende straal los – maar daarmee krijg je een prostaat niet klein. Duidelijk is dat medicijnen geen oplossing bieden. De uroloog adviseert een operatie. De blijde boodschap van de zogeheten TURP (de trans-urethrale resectie van de prostaat) is dat ik weer zal kunnen plassen als een paard.

Liggend op mijn ziekenhuisbed blader ik in afwachting van de operatie een stapeltje voorlichtingsmateriaal door. Straks, als het uur U is aangebroken, zal er een camera door mijn plasbuis worden gedreven tot diep in mijn uitdijende prostaat. Het is niet de bedoeling dat dit appeltje wordt geschild. Het zal worden uitgehold met een elektrisch aangestuurd metalen lisje dat plakjes weefsel afsnijdt.

In een van de folders staat: „Denkt u moeilijk in te kunnen slapen, dan…” Ik neem aan dat ze ‘in slaap komen’ bedoelen. Als ze me laten inslapen, ben ik er liever zelf bij. Ik geef dan ook de voorkeur aan een ruggeprik boven een algehele narcose. De dokter zegt dat ze daar persoonlijk ook voor zou hebben gekozen. Ze heeft makkelijk praten. Zíj heeft geen prostaat.

De juffrouw met het etenskarretje informeert of ik wil lunchen. Ik rammel ten minste zo hard als haar karretje, maar eten kan ik vergeten. Eerst moet ik onder het mes. Onder ‘leefregels na de operatie’ lees ik dat ik twee weken geen seks mag hebben. Dat heb ik alvast zwart op wit. Ook zie ik een afbeelding van de Tena Lady voor heren, door het verplegend personeel aangeduid als ‘de muts’. De muts dient te worden gedragen als dit na de operatie onverhoopt nodig mocht blijken.

In een onbewaakt ogenblik gris ik mijn dossier van het voeteneind. „Praatgrage heer. Vriendelijk en adequaat. Ziet volgens mij niet tegen de operatie op”, rapporteert de verpleegkundige. Prima meid.

Nogal wiedes dat Urologie en Gynaecologie de enige afdelingen zijn waar mannen en vrouwen gescheiden liggen. De prostaatperikelen van de heren moeten niet om aan te horen zijn voor de dames – zomin als baarmoeder- en eierstokverhalen voor de heren te verteren zijn.

Het is zover: ik ben aan de beurt. Mijn bed zoeft door eindeloze gangen en daalt in een lift af de diepte in. Ondanks een extra deken lig ik te rillen. De bestemming is Alcatraz, zoals het afgelegen operatiegedeelte met zijn kale, vensterloze zalen intern genoemd wordt.

Ik krijg mijn ruggeprik. Langzaam maar zeker maakt mijn onderlijf zich van mij los. Na de urologe en de zaalarts is de anesthesiologe de derde medica aan wie mijn geval is toevertrouwd.

De uitstraling van Alcatraz mag dan somber zijn, de sfeer is er opperbest. Er wordt opgewekt gekeuveld. Misschien omdat ik de laatste patiënt van de dag ben?

Met mijn marmeren benen hoog opgetrokken in steunen lig ik op de operatietafel. Boven mijn hoofd hangt een monitor. Ik wil zien wat er binnenin mij gebeurt. Na wat schikken en schuiven heb ik er goed zicht op. Het lisje glijdt door het weefsel. „Het lijkt wel kebab”, zeg ik. „Garnaaltjes”, vindt de dokter die mij opereert. „Ik hou niet van garnalen”, voegt ze eraan toe. De dokter is een vrouw, mijn vierde al! Vrijwel het hele OK-team bestaat uit vrouwen. Ik word omringd door glanzende ogen met lange wimpers boven de mondkapjes. Ik hoor hun omfloerste stemmen en vang een vleugje parfum op. Ik krijg het er warm van. Niet dat het kwaad kan. Onder mijn navel is geen enkel teken van leven.

Het beeld begint te trillen. Er verschijnt een ruitjespatroon. Het lisje zal toch niet zijn doorgeschoten? „Het is mijn schoot maar”, stelt de dokter me gerust.

„Dus de camera is eruit?”

„Dat heeft u goed begrepen.”

Ze toont mij een glazen potje met de oogst. „Ziet u wel, net garnaaltjes” zegt ze.

Op weg naar de uitslaapkamer maak ik me zorgen. Ik moet er niet aan denken dat ik een Tena Lady muts op moet als ik weer helemaal van vlees en bloed ben. De eerste plas kondigt zich keurig aan. De mutsen blijven in de kast.